Realistisch portret van schrijver/patiënt Biesheuvel

Maarten Biesheuvel, de angstkunstenaar. Zondag, Ned2 22.37-23.37u.

Als een "Jantje lacht, Jante huilt' typeert de auteur Maarten Biesheuvel zichzelf. In de film "De angstkunstenaar' die de VPRO zondagavond over hem uitzendt, blijkt al snel dat dit het understatement van het jaar is. Dat Biesheuvel ernstig gehandicapt is door zijn manische depressiviteit, was bekend, maar niet wat een kwelling dat in de dagelijkse praktijk betekent. De film, die hem laat zien in zowel zijn manische als in zijn neerslachtige periodes, thuis in Leiden en in de psychiatrische inrichting Endegeest, is tegelijkertijd een schrijversportret en een beeld van een ziekte. Want zoals zijn vrouw Eva Güttlich opmerkt: Biesheuvel voldoet aan alle eigenschappen die in de psychiatrische handboeken aan manische depressiviteit worden toegekend.

Volgens Biesheuvel is hij tien maanden per jaar somber, dan ligt hij in bed en leeft in een hel, terwijl hij twee maanden vrolijk is. Opnamen uit die vrolijke periodes leveren uiteraard hilarische scènes op, waarin de schrijver ondermeer samen met Karel van het Reve (die hij lange tijd in volle ernst voor God aanzag) en Maarten 't Hart herinneringen ophaalt. Maar interessanter zijn de gedeelten waarin hij opperhuidsloos gevoelig en diepdroevig is. Biesheuvel lijdt aan het horror vacui (angst voor de leegte die hij steeds voelt) en twijfelt bij herhaling aan de vraag of hij werkelijk bestaat.

Meedogenloos en eigenlijk te pijnlijk om aan te zien, is het gesprekje dat hij met zijn oude vriend Rudi Fuchs voert over zijn eerste verblijf in Endegeest in 1966. Samen bekijken ze filmbeelden uit die tijd en als Fuchs opmerkt dat er toch veel veranderd is in ruim twintig jaar, barst Biesheuvel in huilen uit en stamelt: “Ik hou zo van Eva”.

Schuldgevoelens, onder andere over de "minkukel' waarmee hij zijn vrouw heeft opgezadeld, bespringen hem gedurende zijn depressieve buien voortdurend. Tegelijkertijd schaamt hij zich niet voor zijn krankzinnigheid en kan hij bij tijd en wijle dolgelukkig zijn over het bestaan van antidepressiva zoals het hem toegediende Fevarin, waardoor hij ondanks zijn kwaal kan functioneren en zelfs zeventien boeken heeft geschreven.

Biesheuvel, geboren in 1939, stamt uit een gezin van vijf kinderen. Twee ervan, zijn broer Kornelis, die door Maarten wordt bezocht in de psychiatrische inrichting Bavo, en zijn zus Coby lijden ook aan psychische stoornissen. Volgens de schrijver is het erfelijk: ook zijn grootmoeder van vaderszijde lag dagenlang huilend in bed. Dat Maarten ondanks zijn ziekte een succesvol auteur is, is niet alleen te danken aan zijn talent en zijn medicijnen, maar - zo blijkt weer eens uit deze film - ook aan zijn vrouw die als een moeder voor hem zorgt en aan mensen als Fuchs en Van het Reve voor wie gekte geen belemmering is voor vriendschap en respect.