Nederkoorn vol vertrouwen over Fokker

AMSTERDAM, 22 MEI. Binnen het samenwerkingsverband dat Fokker wil vormen met Deutsche Aerospace (Dasa) zal de Amsterdamse vliegtuigbouwer de "leidende onderneming' zijn wat ontwikkeling, bouw, verkoop en onderhoud van vliegtuigen met 65 tot 130 stoelen betreft.

Dit verzekerde Fokkers bestuursvoorzitter E.J. Nederkoorn gisteren in een toelichting op de onderhandelingen met de vliegtuigdivisie van Daimler Benz.

Nederkoorn was zeer expliciet over het leiderschap van Fokker. Volgens hem geldt het ook een nieuwe generatie vliegtuigen die de huidige Fokker-familie van straalvliegtuigen - de F100, F70 en F130, waarvoor beide partners nu in principe hebben gekozen - zal opvolgen. Dit betekent, aldus Nederkoorn dat Fokker als zelfscheppende vliegtuigindustrie en als complete onderneming in Nederland in stand blijft.

Fokkers toelichting op de onderhandelingen op een vrij ongebruikelijk tijdstip - de gesprekken zijn nog volop aan de gang - heeft vooral te maken met de berichtgeving van de afgelopen dagen, die binnen het bedrijf tot enige onrust heeft geleid. De vrees groeide onder Fokker-medewerkers dat het de Duitsers vooral te doen was om Fokkers kennis van en ervaring met vliegtuigontwikkeling, marketing en produktondersteuning. Verdwijnen van die afdelingen uit Nederland op termijn zou het "uitkleden' van Fokker betekenen; de Nederlandse vliegtuigbouwer zou worden gereduceerd tot een "schroevendraaier-fabriek'.

Nederkoorn trachtte ook de berichten te ontzenuwen dat het Franse A'erospatiale en het Italiaanse Alenia direct bij de samenwerking tussen Fokker en Dasa worden betrokken. Topman Henri Martre van het Franse concern had afgelopen weekeinde beweerd dat een consortium in de maak is waarbij Dasa 26 procent belang in Fokker krijgt, en A'erospatiale en Alenia elk 12,5 procent. Die lezing werd op een persconferentie van Daimler-Benz deze week bevestigd. En ook al ontkent Fokker nu zo'n constructie - Nederkoorn: “Ik zou niet weten hoe ik daarvoor in Brussel een vlammend pleidooi zou moeten houden en ik wil dat trouwens niet” - Dasa houdt er desgevraagd nog steeds aan vast. Een woordvoerder zegt ook dat Dasa de ontwikkeling van de Regioliner (straalvliegtuigen met 80 tot 120 zitplaatsen), waaraan ook Fokker deelneemt, samen met Alenia en A'erospatiale wil doorzetten.

Nederkoorn schrijft de opstelling naar buiten van de Duitsers toe aan de positie waarin Dasa verkeert. “Ze hadden een memorandum of understanding' met Fransen en Italianen. Het is moeilijk ineens uit te leggen dat de zaken anders liggen. Dan zeg je niet: het was mooi Marianne, maar we gaan nu met Frau Antje vrijen.'"

Fokker zet op termijn wel de deur open voor toetreding van Fransen en Italianen en eventueel andere partners. Eis daarbij is dat ze zich dienen te houden aan de afspraken die Dasa en Fokker maken. Dat betekent onder meer dat ze geen vliegtuigen mogen ontwikkelen of produceren die concurreren met die van de Duits-Nederlandse combinatie. In de praktijk sluit die clausule deelname van A'erospatiale en Alenia uit omdat die samen de ATR-42 en de ATR-72 turbo-prop-toestellen bouwen, twee directe concurrenten van de Fokker 50.

Volgens Nederkoorn maken de gesprekken met Dasa goede vorderingen. “We zijn iets over onze "deadline', maar we hopen ze voor de zomervakantie met succes af te ronden." De onderhandelingen draaien nu, aldus de Fokker-topman, vooral om de verdeling van de zeggenschap in de nieuwe combinatie. “We praten over een deelneming van Dasa van 51 procent in Fokker. In ruil daarvoor zijn we overeengekomen dat Fokker de leidende partner wordt in de vliegtuigprojecten.” De Dasa-woordvoerder bevestigt dat, maar tekent erbij aan dat "het industriële leiderschap" zal berusten bij de Duitsers.

De vertraging in de gesprekken is volgens Fokker ontstaan door het overleg tussen Fokker en de Nederlandse overheid, dat Nederkoorn overigens “constructief, zorgvuldig en open” noemt. “Wij hebben enige haast, maar de overheid heeft meer tijd nodig”, zegt de Fokker-topman. Hij verwijst onder meer naar de “verschillende loketten” in Den Haag. Uit zijn woorden valt op te maken dat de overheid aarzelt tussen te gelde maken van haar belang in Fokker (ruim 31 procent) en een vinger aan de pols houden.

Fokker en Dasa bestuderen verschillende varianten. Een ervan is het onderbrengen van alle huidige Fokker-activiteiten in één werkmaatschappij (waarschijnlijk Fokker Aircraft BV - red.) waarin Dasa 51 procent zou krijgen. Zo'n constructie is, aldus Nederkoorn, uitsluitend bedoeld om de plannen sneller te kunnen realiseren en niet om de overheid buitenspel te zetten. “Dat zou zeer onverstandig zijn. Wij zoeken keurige, nette maar praktische oplossingen. Zeggenschap houdt direct verband met het geld dat je ervoor over hebt.”

Fokker hecht niet aan een blijvend aandeelhouderschap van de overheid. Het ziet er nu volgens Nederkoorn naar uit dat de Staat zijn Fokker-aandelen in fasen zal afstoten. Wel wil de vliegtuigbouwer dat de Nederlandse overheid als financier bij de ontwikkeling van vliegtuigen betrokken blijft. Dat zou dan kunnen in de vorm van een "revolving fund' in een nieuw jasje dat past binnen GATT- en EG-regels. Ook in het verleden kreeg Fokker geld uit zo'n pot en betaalde dat terug uit de opbrengst van verkochte vliegtuigen.

Nederkoorn pleit ervoor dat het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) wordt omgevormd tot een soort Aerospace-bank. Verder moet de overheid garanderen dat Fokker ook in de toekomst voor wetenschappelijk-technische ondersteuning terecht kan bij ondermeer de TU Delft en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart-laboratorium.

Nederkoorn: “ De beste garantie om hoogwaardige werkgelegenheid in Nederland te behouden, is als duidelijk wordt gemaakt op welke faciliteiten we in de toekomst kunnen rekenen. Het is tegelijk het wisselgeld dat wij de Duitsers kunnen bieden.”

Foto: Fokker bestuursvoorzitter E.J. Nederkoorn (foto NRC Handelsblad/Freddy Rikken)