Liefde voor gewoon cluppie

VLAARDINGEN, 21 MEI. In de bus van de Zwaluwenlaan, waar de sportvelden van voetbalvereniging Zwaluwen zijn gelegen, naar het NS-station Vlaardingen-Oost zijn Jaap en Wim Roodenburg voor drie veertigers het gesprek van de dag. De mannen halen herinneringen op aan de broers. Ze praten over limonade, gevulde koeken en films van de Dikke en de Dunne. En over geld.

Maar uiteindelijk praten ze over clubliefde. “Vijf-en-een-halve ton! Had jij dat gedacht? Dat zag je er niet van af als je bij ze thuis op bezoek was”, vertelt de een. “Ach, ze zijn nooit getrouwd”, mompelt z'n buurman. “Voor de wet niet”, zegt de derde, “maar eigenlijk waren ze met Zwaluwen getrouwd. Ze gingen er mee naar bed en stonden er mee op. Zo'n liefde voor een heel gewoon voetbalcluppie, dat is toch prachtig.”

Clubliefde. Het woord is eerder die middag op het sportcomplex van de Zwaluwen ook al veelvuldig gevallen en lijkt binnen de vereniging een synoniem voor de broers Roodenburg. Ruim vijftig jaar lag hun hart bij Zwaluwen, waar Wim een jaar na de oprichting van de club in 1935 lid van werd. Zijn broer Jaap - die aanvankelijk helemaal niet zo'n voetballer was en meer van schaken hield - meldde zich in de oorlogsjaren aan om de taken van Wim, die door de Duitsers naar Duitsland was getransporteerd, bij de club over te nemen. Toen Wim na de oorlog terugkeerde, was Jaap net zo verknocht geraakt aan Zwaluwen als zijn broer.

Niet bekend

Het is woensdagmiddag en warm. Op één van de velden van Zwaluwen lopen een stuk of twintig F-pupillen in doorweekte hesjes achter een bal aan. Voor de jongste generatie spelers van de club zijn Jaap en Wim Roodenburg grote onbekenden. “Hoe heten die meneren?”, vraagt een jongen van een jaar of zes in AC Milan-shirt. Van het Roodenburg-toernooi heeft hij wel gehoord, maar waar dié naam vandaan komt? Enkele moeders van de spelertjes, zittend langs het veld, kennen "die lange' (Wim) en "die kleine' (Jaap) wel. “Mijn man heeft vaak over ze verteld. Hoe ieder jeugdelftal dat kampioen werd voor een gezellige avond bij de broers thuis werd uitgenodigd. Kregen ze limonade en een koek en mochten ze naar een film van Laurel en Hardy kijken. Die twee hebben veel voor de club betekend. Vandaar dat er een paar jaar geleden een toernooi naar ze is vernoemd.”

Jan en Dick Keizerwaard staan ook langs de lijn. Beiden zijn in de zestig. Toen ze zo'n vijftig jaar geleden lid werden van Zwaluwen was Wim hun eerste elftalleider. “Zelf hebben ze maar even gevoetbald. Aanleg voor het spelletje zelf hadden ze niet”, zegt Jan. “Maar voor organisatorische zaken des te meer.”

Jaap en Wim, werkzaam als voormannen in de Sunlight-fabriek, introduceerden niet alleen het pupillenvoetbal in Vlaardingen, ze waren zelf ook actief in de ledenwerving. Als ze op straat een paar jongens zagen voetballen, vroegen de broers of ze al lid waren van een club. Was dat niet het geval, dan konden ze zich meteen, desnoods midden op straat, bij hen inschrijven. De nieuw geworven leden werden op de eerst volgende training verwacht en als hun ouders nog geen geld voor voetbalschoenen of een shirtje hadden, dan zorgden Jaap en Wim daar wel voor. De broers verzorgden ook de trainingen en begeleidden veel elftallen op de fiets naar uitwedstrijden. Wim had dan altijd een rieten koffer op de bagagedrager. “Daar zaten extra kousen, broekjes en shirtjes in”, zegt Dick Keizerwaard, “voor als een van de jongens z'n kloffie vergeten was.”

Ook de ledenadministatie, elftalsamenstelling en aanwijzing van scheidsrechters namen de broers voor hun rekening. De aanschrijvingen van de pupillen en junioren brachten Jaap en Wim eveneens zelf rond. Jan Keizerwaard: “Op de fiets. Weer of geen weer.”