Europese helpers oefenen voor grote ramp; Denen, Duitsers, Fransen en Belgen in kleurige maanpakken

AMSTERDAM, 20 MEI. Ademloos kijkt een Zaandamse brandweerman toe hoe een Duitser in een groen pak een kleine heftruck bedient. “Zoiets ben ik nog nergens tegengekomen”, zegt hij. De Zugführer van de Duitse rampenbestrijdingseenheid komt onmiddellijk met mappen en folders aan. Verachtend wijst hij op de Luxemburgse eenheid, waarvan de leden elkaar in een opblaaszwembadje staan af te poedelen. “Wij hebben echte decontamination ”, zegt hij en trekt ons mee naar een wagen waaruit grote dampwolken opstijgen. Besmette gaspakken worden in die wagen op 80 graden celcius ontsmet en na een uur kan je ze zo weer aan. “Schlagkräftig zuschlagen”, vat de Duitse commandant zijn filosofie samen.

Op het terrein van de oude raffinaderij van Mobil Oil bij Amsterdam werd gisteren de grootste Europese rampenoefening aller tijden gehouden. Meer dan duizend brandweerlieden, reddingswerkers en medewerkers van het Rode Kruis deden aan de oefening mee. Ze zijn afkomstig uit tien Europese landen. Tal van beleidsmakers uit West- en Oost-Europa kwamen de nieuwste snufjes op rampengebied bewonderen. De operatie was opgezet door het Nederlandse ministerie van binnenlandse zaken, de Europese Commissie en de regionale brandweer Amsterdam. Kosten: ongeveer een miljoen gulden.

Om elf uur kan het spel beginnen. “Attentie. Aanvang oefening!”, knettert het uit de luidsprekers. Een Nederlandse brandweerman giet een blik benzine uit over een stapel hout. De vlammen slaan eruit, maar het duurt nog zeker tien minuten voordat de eerste brandweerauto komt aangereden. De oefening is het pronkstuk van Nederland. De hoofdstedelijke brandweer zou laten zien hoe een speciale pomp 5 kuub water per minuut kan spuiten. “We wilden wachten tot er genoeg publiek was”, verklaart brandweerman Schippers de vertraging later. “Er waren ook wat probleempjes met de waterwinning”.

Inmiddels is onder de roestige pijpen de rest van de ramp losgebarsten. Een auto ligt verkreukeld onder een pijp. De figuranten van de Nederlandse slachtoffervereniging Lotus kreunen en steunen. Twee meter verderop is een puinhoop waaruit mensen met "doorboorde longen' bevrijd moeten worden. De Grieken laten de gewonden met een kabelbaan uit de hoge torens van de raffinaderij naar beneden racen. De Duitsers doen het met hijskranen waarmee ook honden naar boven worden getakeld. Er klinken sirenes en geschreeuwde bevelen. “Lekkere jongens zijn jullie”, zegt de mevrouw tegen een paar verbijsterde Engelse brandweerlieden die haar bewusteloos uit een hoge ijzeren toren hebben getakeld. “Lekker wie?”, vraagt de Nederlandse Rode-Kruiswerker die met een ademhalingsapparaat komt aangewandeld.

Een kwartier later breekt in het laatste gedeelte van de raffinaderij een chemisch ongeluk uit. Het rampen-madurodam is nu volledig. Denen, Duitsers, Fransen en Belgen hijsen zichzelf in kleurige maanpakken. “Het lijkt wel of ik in Frankrijk op vakantie ben”, zegt een brandweerman uit Zaandam terwijl hij opzij springt voor een ziekenauto van het Franse Rode Kruis. “Die sirenes hebben ze alleen daar.” Even verderop staan de Italianen. Hun bijdrage aan de show is een grote schotel waarmee ze televisiebeelden van de ramp naar Italië zenden. De hoofdinspecteur springt trots op en neer: “Nu zien ze me in Rome op de tv. We praten al de hele ochtend met thuis”. Engels spreekt hij niet, ook geen Frans. “Wel Napolitaans”, lacht de man en brult opnieuw naar zijn vaderland.

“Ach, de communicatie”, verzucht de brandweerman die in de caravan van het "commando rampterrein' tussen de zwijgende telefoons zit. “Al die landen rommelen maar een beetje op zichzelf.” Van een echte oefening kan je wat hem betreft niet spreken. “Dan heb je toch elke minuut contact?”

Onder de ogen van minister Dales (binnenlandse zaken) en burgemeester Van Thijn van Amsterdam wordt de oefening die middag herhaald. Dales lijkt niet onder de indruk. “Ja, ja. Dat heb ik al vaker gezien”, mompelt ze onder haar gele helm, terwijl de Grieken een bloedspuwende vrouw naar het gewondennest vervoeren. Van Thijn is meer geraakt: “We zijn in Nederland niet zo rampbewust, maar dit draagt daar toch wel aan bij”, prijst de burgervader.

Om drie uur is het spektakel voorbij. Gewonden rukken hun verbanden af, de Duitsers pakken hun spulletjes in en de Italianen praten voor het laatst met Rome. Enkele Nederlandse brandweerlieden gooien hun helmen hoog in de lucht. “Joepie. Einde grap”, roepen ze en zetten een blikje cola aan hun mond.

Foto: Figuranten als slachtoffer bij een grote oefening in rampenbestrijding gisteren in Amsterdam. (Foto NRC Handelsblad / Chris de Jongh)