Er was paniek, stoelen lagen over de grond

BREDA, 19 MEI. Haar blouse zit onder de bloedvlekken, boven de neus zit een vervaarlijk blauwe plek. Mevrouw D. Vermaire uit Eusden, een plaatsje vlakbij Gent, zit met groepje lichtgewonden na het busongeval vanochtend op het gras voor het St. Ignatiusziekenhuis in Breda. “Mijn horloge stond op negen uur toen het gebeurde”, zegt zij. Maar wat er precies gebeurde, weet zij niet meer. De anderen ook niet. Er was paniek, zegt zij, er klonk gekerm, stoelen lagen over de grond. Zij moesten er overheen kruipen om de bus uit te komen. Eenmaal langs de kant van de snelweg zag zij dat het voorgedeelte van de bus aan de rechterkant was opengereten en dat drie passagiers eruit geslingerd waren.

De bus met 52 passagiers was vanuit België op weg naar het Kröller-Möllermuseum. Even na negen uur kwam de melding van het ongeluk binnen bij de GG en GD in Breda en kort daarna spoedde het traumateam van het St. Ignatiusziekenhuis zich naar de plek van het ongeluk. Het team bestond uit een chirurg, een anesthesist en twee verpleegkundigen. Het St. Ignatiusziekenhuis beschikt ook over een landingsmogelijkheid voor helikopters, maar die hoefden niet te worden ingezet. De slachtoffers zijn verspreid over het Bredase St. Ignatiusziekenhuis, het Baronieziekenhuis en een ziekenhuis in Tilburg. Een aantal lichtgewonden werd door particulieren naar verschillende ziekenhuizen overgebracht. “Ik was juist bezig een bekertje Fanta in te schenken en ineens vloog ik voorover”, zegt een andere passagier die met een gekneusde arm op het gras zit bij te komen. “Wij zijn er nog goed afgekomen, we leven nog”, zegt mevrouw Vermaire. Zij probeert opgewekt te klinken, pakt dan een zakdoek en veegt haar tranen weg.