MAASTRICHT - HASSELT

Bij grensovergang Veldwezelt begint België en breekt de zon door. Ik wil de fruitbomen zien bloeien en fiets in zuid-oostelijke richting naar de Betuwe van België.

Vlak voor het dorp Mopertingen springt een sobere, betonnen grafsteen langs de weg in het oog. “Hier werd laffelijk vermoord den 16-8-44 Michel Moors. Groot-Oorlogsverminkte.”

Nadere inlichtingen over dit kleine oorlogsmonument zijn eenvoudig te verkrijgen. Moors was Groot-Oorlogsverminkte, omdat hij in de Eerste Wereldoorlog een oog was kwijtgeraakt. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij als gemeentesecretaris maar vooral als het hoofd van de weerstand in Mopertingen, vertelt een man met stoppelbaard bij de Car Wash. Als veertienjarige jongen heeft hij destijds, zoals de meeste dorpsgenoten, Moors zien liggen. Moors is na een tip van Belgische collaborateurs door Duitse soldaten neergeschoten midden op de uitvalsweg naar Nederland. De Duitsers hebben Moors geruime tijd demonstratief laten liggen.

“Er waren twee puttekes in het wegdek met bloed waar de kogels waren ingeslagen”, vertelt de ooggetuige. “Twee van Moors' dochters zaten roepend op de kniën voor hem, maar hij was geheel dood, hè”, zegt de man, nog aangedaan. “Zoiets vergeet je niet. Dat zijn vieze momenten.”

Even buiten Mopertingen ligt de mede met geld van de Europese Gemeenschap schitterend gerestaureerde Commanderij Alden Biezen - een uit de dertiende eeuw stammend gebouwencomplex vanwaaruit Duitse ridders het geloof verdedigden. In de eeuwenoude kapel steekt een vrouw een kaarsje aan voor een 600 jaar oud beeld van Onze Lieve Vrouwe van Alden Biezen. Een gebed schijnt hier een probaat middel te zijn voor vrouwen in barensnood.

De Commanderij is pas twintig jaar rijksbezit. De laatste particuliere eigenaar - een zonderlinge man van adel met een bochel, begrijp ik - had aan de vooravond van de onderhandelingen met een minister over de verkoop van de gebouwen de open haarden zo grondig gestookt dat het hele complex vlam vatte en zwaar werd beschadigd.

De omgeving is hier prachtig en minder gecultiveerd dan Nederlands Limburg. Ik volg de Loonse fietsroute door eindeloze weilanden met fruitbomen. De merels fluiten, ik zie een Vlaamse Gaai, een autokerkhof en tijdens een afdaling moet ik uitwijken voor een overstekend konijntje. Zo moet die Koos van Zomeren zich voelen, denk ik, en rijd het dorp Kuttekoven binnen.

Dit oord is veel mooier dan nonchalant uitspreken van de naam doet vermoeden. Achter de oorsprong van die naam Kuttekoven kom ik trouwens niet, want er valt hier geen sterveling te bekennen. In het centrum scharrelen alleen varkens.

Op weg naar Hasselt hoor je deze zonnige dag de knoppen aan de bomen ontluiken. Alleen de boeren moet dit spektakel ontgaan; zij rijden met hun ronkende tractor en tankwagen tussen de boomgaarden. Het is wreed ontwaken voor de witte bloesem. De bomen krijgen een douche van gif. (MH)