Kabinet: fonds voor hemofiliepatienten

DEN HAAG, 16 MEI. Er komt een garantiefonds dat het voor hemofiliepatiënten mogelijk maakt een levensverzekering af te sluiten zonder dat ze een aids-test hoeven te ondergaan. Dit staat in een notitie van minister Hirsch Ballin (justitie), minister Kok (financiën) en staatssecretaris Simons (volksgezondheid) die gisteren naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De bewindslieden voelen niets voor een schadevergoeding voor hemofiliepatiënten die tussen 1979 en 1985 met het aids-virus (HIV) besmet zijn geraakt via donorbloed en bloedprodukten. Dat zou een “niet te onderschatten precedentwerking” hebben.

In plaats daarvan komt er een garantiefonds dat de verzekeraars compenseert voor uitkeringen na overlijden van verzekerde hemofiliepatiënten bij wie aids de doodsoorzaak is. Verzekeraars hoeven dan geen aids-test meer te vragen.

Staatssecretaris Simons geeft een eenmalige bijdrage van vijf miljoen gulden voor het garantiefonds, over bijdragen van andere ministeries is nog overleg gaande. De overheid gaat onderzoeken of de regeling met het garantiefonds ook kan worden toegepast voor niet-hemofiliepatiënten die voor 1985 met het aids-virus zijn besmet. Het COC toonde zich in een eerste reaktie zeer verheugd over dit voornemen.

De Nederlandse Vereniging van Hemofilie-patiënten NVHP meent dat het garantiefonds maar gedeeltelijk tegemoet komt aan de financiële problemen van mensen, die door gebruik van bloed of bloedprodukten besmet zijn geraakt met het HIV-virus. Vanaf 1979 zijn 170 van de ongeveer 1.200 hemofiliepatiënten besmet geraakt door behandeling met medicijnen die met besmet donorbloed waren bereid. Bij 34 patienten heeft zich inmiddels aids ontwikkeld, waarvan de helft is overleden. De NVHP wil dat de overheid in navolging van onder andere de Scandinavische landen en Ierland besmette patienten of hun nabestaanden een schadevergoeding geeft.