Die Britse bemoeial moet zijn plaats weten

De Britse gouverneur van het Kanaaleiland Jersey heeft de plaatselijke onderbaljuw, Vernon Tomes, ontslagen. Dit heeft de anti-Britse sentimenten hoog doen oplaaien.

ST. HÉLIER, 15 MEI. Sinds de bevrijding hadden zich op het Royal Square-Place du Marché in Jersey niet meer zulke taferelen afgespeeld als deze week. Het Kanaaleiland gaat gewoonlijk prat op de zon, rust en een stabiel klimaat voor lucratieve offshore-belegging voor buitenlanders. Maar woensdagochtend was het raak: vele honderden eilandbewoners verdrongen zich voor het kantoor van de baljuw, sir Peter Crill, en riepen anti-Britse leuzen. Harer Britse Majesteits vertegenwoordiger op het eiland, de Lieutenant-Governor luchtmaarschalk Sir John Sutton, leek zichtbaar geschokt toen hem “go home” werd toegevoegd en “ga terug naar Engeland”.

“Je verwacht niet met zoiets geconfronteerd te worden. Het is verdrietig om op zo'n dag gouverneur te moeten zijn van dit prachtige eiland”, reageerde hij later Brits tegenover de Jersey Evening Post. Die krant staat al dagen bol van wat heet “de affaire Vernon Tomes” - een kwestie die ten minste de staatkundige geschiedenis van het eiland gaat beïnvloeden en die volgens sommigen zeker de naam constitutionele crisis verdient.

De affaire Vernon Tomes draait om de positie van de gelijknamige onderbaljuw van het eiland, anders dan zijn baas Sir Peter Crill, een man van eenvoudige komaf, die zich via thuisstudie heeft opgewerkt tot de op één na belangrijkste positie op het eiland. Als Sir Peter Crill, met titel en met universitaire opleiding, niet had dwars gelegen, had Vernon Tomes erop kunnen rekenen dat hij over drie jaar tot baljuw gepromoveerd zou zijn: de dubbelfunctie die op Jersey én het voorzitterschap van het parlement (de Staten) inhoudt én het ambt van hoogste rechter.

Maar de huidige baljuw was over het werk van zijn onderbaljuw niet tevreden. En Tomes zegt, omdat Sir Peter jaloers is op Tomes' populariteit en brille als rechter. Naar Sir Peter aanvoert, omdat Tomes zijn werk als rechter te veel laat oplopen, waardoor onaanvaardbare achterstand in de afhandeling van rechtszaken ontstaat. Na herhaalde waarschuwing heeft Sir Peter daarom zijn vice-baljuw voorgedragen voor ontslag bij de Kroon, in casu de minister van binnenlandse zaken in Londen, die ook de Kanaaleilanden in zijn portefeuille heeft. Deze week zette koningin Elizabeth haar formele handtekening onder de ontslagbrief - zonder dat Tomes in de kwestie gehoord was. Zo raakte Jersey ongevraagd én een rechter én een vice-voorzitter van haar gekozen volksvertegenwoordiging kwijt. En alle woede richtte zich dus eerst op Sir Peter en toen op “die bemoeiallen in Londen”.

Als alle Kanaaleilanden is Jersey fanaat-onafhankelijk, zij het niet in feite, dan toch ten minste in de eigen verbeelding. De 85.000 eilanders kiezen hun eigen Statenleden en regelen hun eigen interne zaken en worden alleen op het gebied van defensie en buitenlandse zaken door de Britse Kroon vertegenwoordigd.

Toen Groot-Brittannië in 1973 toetrad tot de Europese Gemeenschap werd in de voorwaarden een speciale clausule opgenomen die bepaalde dat de Kanaaleilanden (en het eiland Man in de Ierse Zee) wel meededen aan de onbelemmerde handel in goederen, maar buiten afspraken bleven voor onbelemmerde uitwisseling van personen, diensten en buiten het streven naar fiscale harmonisatie in de EG. Dank zij die afspraak blijft Jersey doorprofiteren van haar status als belastingparadijs: geen kapitaalbelasting, geen successiebelasting, geen btw, geen kapitaaloverdrachtsbelasting, geen inkomstenbelasting op deposito's van buitenlanders en een zeer beperkte heffing op het inkomen van de eilanders zelf. Wie op Jersey wil komen wonen moet tegenwoordig ten minste miljonair zijn, wil zijn belastingafdracht een beetje interessant gevonden worden. Het eilandbestuur heeft desondanks honderden miljoenen ponden op de bank staan: het zogeheten "rainy day fonds'.

“Het is niet ónze schuld als buitenlanders op Jersey illegale dingen met hun geld doen”, verdedigt senator Corry Steyn de naam van het eiland. Steyn, vrouw van een Nederlandse komkommerkweker uit Loosduinen die tegenwoordig Nederlandse planten op Jersey importeert, woont al bijna dertig jaar op het eiland. “Maar natuurlijk krijgen wij hier zwart geld: als het niet meer zou kunnen, zou het ergens anders naartoe gaan, dus waarom moeten wij daar op aangekeken worden? Wij hebben tenminste nog een regeling dat bij fraude of drugs het bankgeheim doorbroken kan worden. Dat hebben de Zwitsers niet eens.”

Wat heet “de financiële wereld” op Jersey is niet echt gelukkig met de massale publiciteit die het ontslag van de rechter/parlementaire vice-voorzitter Vernon Tomes vooral in Engeland met zich heeft meegebracht. De offshore trustfunds en de meer dan zestig internationale banken op het eiland (gezamenlijk bankdeposito in september 1990 nog meer dan 42 miljard pond) zijn bovendien bang dat de ontslagaffaire de indruk wekt dat de Britse overheid toch meer met de gang van zaken op Jersey te maken heeft dan het eilandbestuur doet voorkomen. Investeerders moeten zich vooral niet gaan afvragen of hun "assetprotection' - lees: geld dat voor de eigen belastinginspectie geheim gehouden moet worden - wel in veilige, niet-Britse handen is. Er is dus al een pr-bureau ingehuurd dat in Londen sussende geluiden tegen de financiële pers moet maken. Op Jersey zelf blijkt een aantal Nederlandse bankiers, door deze krant benaderd, na aanvankelijke toenadering opeens hevig druk bezet tot na het vertrek van het vliegtuig.

Onderbaljuw Tomes ontvangt daarentegen de pers met graagte. Hij is “een man van het volk”, die nu rekent op de steun van zijn aanhangers om als lid van “The States of Jersey” verkozen te worden en daar de baljuw, de aanstichter van zijn ongeluk, dwars te zitten.

De huidige Statenleden intussen voelen zich ook al min behandeld. De zeven topfunctionarissen in het wetgevende en rechterlijke apparaat van Jersey mogen door de Britse Kroon worden benoemd - en ontslagen - maar van de voorgeschreven consultatie van de eilandbewoners zelf is in dit geval nauwelijks sprake geweest. Een delegatie van leden van de Staten is een aantal keren van Jersey naar Whitehall gereisd om de aandacht op zichzelf te vestigen, maar werd door een onderminister afgescheept en door de minister zelf genegeerd.

“Wij zijn loyaal aan de Kroon, maar wij zijn ook gesteld op onze zelfstandigheid”, zei delegatieleider senator Dick Shenton gisteren. “Dit is niet een constitutionele crisis, maar wij willen wel voor vol aangezien worden.”

De delegatie probeert het dus nog één keer: terwijl op Jersey een nachtwake en een grote solidariteitsoptocht voor Vernon Tomes op touw worden gezet, reizen de Jersey-parlementariërs nog eenmaal naar Whitehall om minister Kenneth Clarke hun teleurstelling te betuigen. Daarnaast willen de Staten dat de minister meewerkt aan de veranderingen in de Grondwet die de functies van "speaker' en hoofd van de rechterlijke macht voortaan scheidt.

Op Jersey blijven de emoties verhit tot aan Vernon Tomes gevoelsmatig recht is gedaan. “It's happening again. Zeig (!) heil Whitehall” had deze week een overspannen demonstrant op een spandoek gezet. Gezien het troebele verleden dat veel eilandbewoners als collaborateurs onder Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog hebben, leek dat niet zo'n verstandige vorm van sympathie wekken voor hun zaak. Maar het drukte volgens insiders precies die emotie uit die op Jersey onderhuids tegen de Britten leeft: wrok over hun invasie van het eiland, waarvan de eigen cultuur verdwijnt, het Jersey Frans-Patois plaatsmaakt voor Engels en waar de eilanders een man als “onze Vernon” zien verdwijnen, omdat de establishment-baljuw onder één hoedje speelt met Big Brother in Whitehall.

Foto: Bewoners van het eiland Jersey protesteren tegen het ontslag van Vernon Tomes. (Foto The Independent/Glynn Griffiths)