Wethouderlijk pragmatisme

Gebroederlijk zaten ze afgelopen zondagmiddag naast elkaar in het televisieprogramma Het Capitool: CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman en D66-leider Hans van Mierlo.

Om in discussie te gaan, was er van te voren aangekondigd. Dat viel dus even tegen. Hier zat de redelijkheid, die geen enkele behoefte had aan polemiseren. Hier werd iemand het hof gemaakt. Het was bijna gênant zo vriendelijk als Brinkman voor Van Mierlo was. “Met permissie, als ik er toch wat van mag zeggen”, dat soort teksten. En Van Mierlo liet het zich welgevallen; constateerde met genoegen dat het toch een andere houding was dan in 1989 toen D66 door toedoen van het CDA buiten het kabinet werd gehouden. Terwijl hij natuurlijk heel goed weet dat niemand hem of zijn partij nodig heeft, maar slechts zijn zetels.

Het is bijna ondenkbaar dat D66, uitgaande van de huidige opiniepeilingen, niet in een volgend kabinet zal zijn vertegenwoordigd. Zoals Van Mierlo zelf opmerkte, zijn er vele combinaties mogelijk, maar hij zei er wijselijk niet bij dat in al die mogelijkheden de naam D66 voorkomt. De PvdA kan D66 niet nog eens in de steek laten, een coalitie van CDA en VVD zou D66 nodig hebben voor een (werkbare) meerderheid, terwijl in de ideale combinatie van Van Mierlo, de purperen coalitie, D66 zelfs een sleutelrol zou vervullen. D66 krijgt dus de macht en zal in alle gevallen geconfronteerd worden met coalitiepartners die die macht onmiddellijk weer zullen trachten af te nemen of te minimaliseren.

Hoe het de partij zal vergaan, is nu al bijna wekelijks waar te nemen in de diverse gemeenteraden. Wat hebben de D66-bestuurders het daar moeilijk. Als ze niet door anderen worden gekweld, roepen de wethouders het onheil wel zelf over zich af. Zeven wethouders in niet de allerminste plaatsen zijn er inmiddels opgestapt. Een respectabel aantal voor een partij die twee jaar geleden over heel het land verspreid in totaal 75 wethouders leverde, 59 meer dan vier jaar ervoor.

De kernvraag is of er een lijn valt te ontdekken in al die opstappende wethouders of dat het allemaal op zichzelf staande incidenten zijn. De D66 wethouders struikelden over zaken als afvalverbrandingsinstallaties, de restauratie van een schilderij, de aanleg van een sneltram of de plannen met het centrum. De ene keer dwong de gemeenteraad hen te vertrekken, de andere keer namen ze het besluit geheel uit eigen beweging. In de ene gemeente leidde het vertrek van een D66 wethouder tevens tot het vertrek van D66 uit het college van burgemeester en wethouders, in de andere gemeente kwam er een partijgenoot op de opengevallen plaats. Geen eenduidige reeks van mislukkingen, zo op het eerste gezicht. Of toch?

Wat alle ex-wethouders gemeen hebben, is hun worsteling met de macht, een typisch D66-probleem. Eerst kost het de partij de grootste moeite om de macht te bereiken en daarna zijn ze er ware meesters in die positie direct weer te verspelen. En de andere partijen helpen D66 daar graag bij. Voorop staat dat D66 door de "gevestigde' partijen nog steeds als indringer van buiten wordt beschouwd. Het is toch een beetje de vrouw die plotseling op de herensociëteit moet worden toegelaten, omdat de door anderen opgestelde emancipatieregels dat nu eenmaal voorschrijven. De collegevorming in de diverse gemeenten was van die houding het beste voorbeeld. In heel wat plaatsen is D66 ondanks grote verkiezingswinsten, buiten de colleges gehouden, met als argument dat de partij onvoldoende "geworteld' zou zijn. Uit de gemeenteraad viel D66 vanzelfsprekend niet te weren, maar in nogal wat plaatsen is sprake van een permanent ontgroeningsproces. De D66-inbreng wordt door de overige partijen maar al te graag geplaatst in de categorie 'ach ja, wat schattig'. Het zijn “amateurs”, de wethouder gedraagt zich als een “ongeëmancipeerde huisvrouw”, of de inbreng van het raadslid wordt afgedaan als “politiek kleuterklaswerk” terwijl hij toch zou moeten beseffen dat de gemeenteraad “geen Albert Heijn-filiaal” is.

Daar waar ze wel in de college's zitten, zijn D66-ers voortdurend in gevecht met principe en pragmatisme. “Hoe kwetsbaar zijn de nieuwe lokale bestuurders van D66?”, vroeg de redactie van het partijblad De Democraat zich begin dit jaar af. “Hoe plooibaar zijn hun principes. Is het mogelijk als bestuurder de politieke realiteit te accepteren en tegelijkertijd de idealiteit, de droom, trouw te blijven...”. Het is een afweging die elke politicus dagelijks maakt, alleen is de rekbaarheidsfactor bij hen die net komen kijken veel geringer dan bij degenen voor wie macht een vertrouwd begrip is. Daar komt nog bij dat de bestuurder dan wel plooibaar kan zijn (macht went snel), maar dat er dan nog een fractie is, waarvan hetzelfde wordt verwacht. In Alkmaar was het de eigen fractie die de D66-wethouder wegstuurde - haar milieubeleid bewoog zich tussen onaanvaardbaar en lachwekkend, oordeelden de partijgenoten - terwijl hetzelfde gebeurde met de wethouder van D66 in het college van B en W van Amersfoort.

Het is allemaal niet veel anders dan de situatie waarin D66 landelijk verkeerde toen het in 1982 voor het laatst aan een kabinet deelnam. Toenmalig D66-leider Jan Terlouw constateerde verbitterd dat zijn partij niet met macht wist om te gaan. “Ik heb wel eens gezegd dat we zo ontzettend principieel zijn, dat we het principe stellen boven het hanteren van macht. Alle andere partijen stellen de macht boven het principe. D66-ers stellen een principe boven de macht en vergeten dat politiek er is om macht uit te oefenen”, zei hij in het boek dat in 1983 verscheen naar aanleiding van de kabinetscrisis en de kenmerkende titel Tussen droom en daad droeg.

Hoe het nu op het landelijke vlak met de principes van D66 staat, is tamelijk onduidelijk. Alles is bespreekbaar, dat maakt het regeren voor de Democraten straks in elk geval een stuk gemakkelijker. Er wordt gefladderd van het ene redelijke (lees: goed in de markt liggende) standpunt naar het andere. Wat dat betreft was het optreden van Van Mierlo in het Capitool weer een openbaring. Rechten van de arbeidsongeschikten niet aantasten, maar als het niet anders kan misschien toch weer wel. Lastenverlichting, het zou eigenlijk moeten, maar of het ook kan? De verpleegkundigen moeten in elk geval meer geld krijgen, tja daar moeten de lasten dan maar voor omhoog.

Op programmatische gronden kan straks niemand D66 meer laten vallen. Vraag maar aan PvdA, CDA of VVD. Ze houden allemaal van D66. Zoveel, dat ze die partij wel zouden kunnen opvreten.