Cap vertilt zich aan expansie; Europa's grootste softwarebedrijf ziet voor het eerst winst dalen; "We staan nu midden in de rivier, waar de stroming het sterkst is'

PARIJS, 14 MEI. Serge Kampf is blij dat hij kan zwemmen. Terwijl hij met zijn Cap Gemini Sogeti (CGS), Europa's grootste softwarebedrijf, de rivier doorwaadde om op de andere oever "te kunnen spelen met de grote jongens', is het water gaan stijgen en de stroom veel sterker geworden. Maar Cap houdt het hoofd boven water en zal in 1994 de overkant hebben bereikt.

De voorzitter van het Franse concern gebruikte deze beeldspraak gisteren om de worsteling te illustreren die zijn bedrijf in 1990 besloot aan te gaan. Cap wil binnen enkele jaren bij de vijf grootste informaticabedrijven ter wereld behoren en stippelde daartoe ambitieuze expansieplannen uit. Meest recente illustratie daarvan is de verwerving van de meerderheid in Nederlands grootste softwarebedrijf, Volmac, die binnenkort wordt afgerond.

Door overnemingen en een ingrijpende herstructurering wil Cap Gemini Sogeti in luttele jaren een omvang en dienstenpakket hebben waarmee het kan concurreren met breed georiënteerde Amerikaanse giganten als IBM (computers), AT&T (telecommunicatie), EDS (de automatiseringsdochter van General Motors) en Arthur Andersen (accountancy). Al deze bedrijven hebben zich de afgelopen jaren met verve ontwikkeld op de informaticamarkt.

Gemakkelijk verloopt de beoogde expansie niet, moest Kampf gisteren in een toelichting op de jaarcijfers van CGS uitleggen. Voor het eerst in zijn 25-jarig bestaan presenteerde het bedrijf een winstdaling. De netto winst nam vorig jaar met 10 procent af tot 560 miljoen franc (186 miljoen gulden). En voor het tweede jaar achtereen daalde de winst als percentage van de omzet. Bestond de winst in 1989 nog uit 7,4 procent van de 7 miljard franc grote omzet, in in 1990 was het 6,8 procent en vorig jaar nog maar 5,6 procent. De omzet groeide, vooral door acquisities, bijna 10 procent tot 10 miljard franc.

Als belangrijke reden voor de slechtere resultaten wees Kampf op de “algemene, diepgaande en aanhoudende economische crisis” die 1991 kenmerkte. Maar hij gaf ook ruiterlijk toe dat interne factoren aan de lagere winst debet zijn geweest. “Overnemingen drukken àltijd de winst”, aldus de CGS-voorzitter, “maar we hebben de breedte van de rivier onderschat.” De overneming en integratie van verworven ondernemingen is kostbaarder en tijdrovender gebleken dan verwacht. “Dat heeft het management enorm veel tijd gekost”, aldus Kampf, “en is ten koste gegaan van de autonome groei.”

Niettemin is hij overtuigd van de juistheid van zijn strategie. Om op de wereldmarkt voor informaticadiensten te overleven, koos Cap in 1990 voor uitbreiding van het dienstenpakket, verbetering van de positie in Europa en versterking van de financiële structuur. Omdat daarmee aanzienlijke vorderingen zijn gemaakt, beschouwt het bestuur 1991 toch als een geslaagd jaar.

Naast de traditionele activiteiten software-ontwikkeling en systeemintegratie heeft de onderneming zich geworpen op advieswerk en "facilities management', het beheer van computers. Voor de adviesmarkt werd Gemini Consultancy opgericht, dat na twee jaar al duizend personeelsleden telt. En om voet op de markt voor computerbeheer te krijgen, verwierf CGS in 1990 de meerderheid in de Britse Hoskyns Group. Het resultaat van de laatste laat overigens te wensen over, maar Kampf schreef dat vooral toe aan diepte en duur van de recessie in het Verenigd Koninkrijk.

De versterking van de positie in Europa is ook evident. Kampf, die Volmac gemakshalve meerekende, wees erop dat het aantal Cap-medewerkers in Nederland, Zweden, Duitsland en Groot-Brittannië sinds 1989 is vervijfvoudigd tot bijna 14.000 (op een totaal van 26.000). “In 1990 waren we alleen in Frankrijk marktleider, nu zijn we dat ook in Duitsland, Nederland en Zweden, terwijl in het Verenigd Koninkrijk nek aan nek liggen met de vier grote Amerikanen.”

Van zijn omzet behaalde CGS vorig jaar 3,9 miljard franc in Frankrijk en 2 miljard op de Britse markt. De Verenigde Staten dragen voor 1,15 miljard franc aan de omzet bij, gevolgd door Nederland met 825 miljoen franc. Zou daarbij de 534 miljoen gulden grote omzet van Volmac in Nederland zijn gevoegd, dan was Nederland op slag de tweede markt voor Cap geweest.

De financiële structuur van CGS ten slotte kreeg vorig jaar een aanzienlijke versterking door de 34 procents participatie van het Duitse industriële concern Daimler-Benz. Het eigen vermogen van Cap bedroeg eind 1991 5,7 miljard franc op een balanstotaal van 12,3 miljard. In 1989 lagen die bedragen respectievelijk op 2,7 miljard en 7,3 miljard franc.

Hoezeer de ontwikkeling van Cap ook mag sporen met de uitgezette plannen, Kampf waarschuwde gisteren voor overdreven optimisme: “We staan nu midden in de rivier, waar de stroom het sterkst is”, zei hij. “Er moet nog veel gebeuren.” Twee zaken hebben daarbij prioriteit: het aantrekken van nog één of twee grote en kapitaalkrachtige "industriële' partners en een interne herstructurering.

Volgens Kampf hebben Daimler-Benz en CGS dezelfde lijstjes met kandidaten voor nieuw aan te trekken deelnemers. Dat moeten geen beleggers zijn, maar ondernemingen die uit de aard van hun activiteiten ook voor werk en contacten kunnen zorgen. Sinds begin dit jaar hebben Cap en Daimler bij het zoeken naar geldschieters de krachten gebundeld, vertelde Kampf, die namen prijsgaf noch wilde bevestigen dat France Telecom kandidaat is.

De voorgenomen herstructurering, waarover 700 Cap-managers in juni in Praag vergaderen, moet van de CGS-bedrijven een meer mondiaal georiënteerde groep maken. Voor de nu nog betrekkelijk autonoom, nationaal opererende Cap-dochters dient een nieuwe organisatievorm te worden gevonden. Niet landen, maar specifieke marktsegmenten moeten daarbij het uitgangspunt zijn, aldus Kampf.

“De nieuwe structuur moet onze cultuur veranderen, onze verkoop agressiever maken en het management efficiënter”, zo betoogde de CGS-voorzitter. “Ik klaag niet over harde concurrentie of over ondankbare klanten die weggaan omdat ze ergens anders goedkoper terechtkunnen. Dat heeft geen zin. Zaak is je interne krachten te mobiliseren, zodat we de strijd aankunnen op allerlei terreinen van dienstverlening.”

Die slag op de wereldmarkt voor informaticadiensten, die in het jaar 2000 600 miljard dollar groot is, zal weinig winnaars kennen, aldus Kampf. “Maar wij pakken ons aandeel.”