Azeri wenden zich tot Jeltsin

AGDAM, 12 MEI. Azerbajdzjan heeft gisteren president Jeltsin van Rusland gevraagd de “Armeense agressor” tot de orde te roepen. Tevens gaf Azerbajdzjan het verlies van Sjoesja in de omstreden enclave Nagorny Karabach toe.

Interim-president Mamedov van Azerbajdzjan vroeg Jeltsin gisteren “alles te ondernemen om de agressor tot de orde te roepen en een escalatie van het geweld te verhinderen”. De jongste uitbreiding van de strijd in Nagorny Karabach, aldus Mamedov, is een slag in het gezicht voor allen die zich de afgelopen tijd hebben ingespannen om de strijd te beëindigen. “Alle pogingen van de Verenigde Naties, de CVSE en andere internationale organisaties en staatshoofden zijn waardeloos geworden”, aldus Mamedov.

In een tweede oproep, gericht aan de islamitische ex-Sovjet-republieken in Centraal-Azië, vroeg Mamedov om hulp om “een nieuwe genocide op het Azerbajdzjaanse volk, de bezetting van een aanzienlijk deel van zijn grondgebied en de wijziging van de grenzen door Armenië” te verhinderen.

De opgave van Sjoesja, een strategisch belangrijke stad in Nagorny Karabach en het laatste bolwerk van de Azeri in de enclave, is in Azerbajdzjan hard aangekomen en wordt algemeen gezien als gelijkstaand aan het verlies van Nagorny Karabach zelf. “De mensen moeten niet in paniek raken”, zo stelde gisteren het ministerie van buitenlandse zaken in Bakoe in een verklaring, waarin het verlies van Sjoesja werd toegegeven. In dezelfde verklaring werd bekendgemaakt dat de strijd zich nu concentreert op Latsjin, een dorp in de nauwe strook land tussen Nagorny Karabach en de Armeens-Azerbajdzjaanse grens. Als de Armeniërs Latsjin innemen, hebben ze vanuit Armenië direct en ongehinderd toegang tot Karabach. (Reuter)