PvdA-schrik

Zaten gistermiddag in het NOS tv-programma Capitool de toekomstige premier en vice-premier, Brinkman en Van Mierlo, met elkaar te praten? Wie de bijna lieflijke wijze beschouwt waarop ze met elkaar omsprongen, moet haast concluderen dat de beide fractieleiders zelf ernstig rekening houden met de mogelijkheid binnen afzienbare tijd met elkaar in één kabinet te (moeten) zitten.

Brinkman, als normaal starend naar een punt op een denkbeeldige horizon, zorgelijk kijkend met af en toe een snelle grimas, putte zich uit in "met permissies' en bracht zijn eerdere felle kritiek op de beginselloosheid van D66 terug tot “heel misschien” en “toch wel” een grotere principiële bewogenheid bij het CDA dan bij “de vooral op het individu gerichte” partij van Van Mierlo.

Van Mierlo, met het schalkse lachje van de intellectueel, die geniet van elk debat, waar het ook over gaat, legde aan de toekomstig leider van CDA en kabinet uit dat D66 wel degelijk ook beginselen heeft en iets met de samenleving wil, maar daarbij “inderdaad toch wel” de nadruk “wat meer” bij het individu legt.

De PvdA-top moet de schrik om het hart geslagen zijn. Niet omdat Brinkman (heel voorzichtig) aangaf dat afspraken afspraken zijn als het om de WAO gaat. Die opvatting was bekend. Ook niet omdat de CDA-fractievoorzitter wel wil regeren met “elke partij die een redelijk draagvlak heeft”. Dat ligt voor de hand. Evenmin omdat Van Mierlo nu verkiezingen wil. Dat is logisch als je er in de peilingen zo goed voorstaat. Wat de PvdA schrik moet bezorgen is de demonstratie van vriendelijke bijna-eensgezindheid en het signaal naar elkaars groeperingen: kijk eens hoe goed wij met elkaar zouden kunnen samenwerken. (RM)