Wraak heeft maar een kleur; Gijs Scholten van Aschat over het acteren in films

Na de vierde opnamedag van Op afbetaling verkeerde regisseur Frans Weisz in een even diepe crisis als zijn hoofdrolspeler.

Beiden stonden op het punt er het bijltje bij neer te gooien. Wie nu Gijs Scholten van Aschat advocaat Grond ziet vertolken, kan zich nauwelijks een Nederlandse acteur voorstellen die beter gestalte zou hebben kunnen geven aan de ingehouden woede van een formele, gesloten man uit de jaren vijftig. “Het karakter van Grond vereist enige schroom”, merkt de acteur er achteraf over op.

Een week voor de uitzending van de eerste aflevering van Op afbetaling maakt Scholten van Aschat nog steeds een zeer onzekere indruk. De publiciteit rondom zijn persoon lijkt hem te verbazen, hoewel hij toegeeft zich bewust te zijn van de bijzondere kwaliteit van de serie. “Het blijft een probleem, die zenuwen van een acteur. Hoe vaak je ook speelt, hoe ervaren je ook bent, ik blijf duizend angsten uitstaan. Het grote voordeel van film is dat je nooit op hoeft. Zodra je er eenmaal staat, verdwijnt het wel weer, lang voor het applaus weet je al dat het goed zit. Maar dat begin, ik zal er nooit aan wennen”.

De aanvankelijke problemen met Weisz schrijft Scholten van Aschat toe aan gebrekkige communicatie: “Wegens ziekte had Johanna ter Steege een week van tevoren af moeten zeggen. Alle aandacht ging dus uit naar haar vervangster, Renée Soutendijk, en toen we begonnen te draaien, hadden we het nog niet lang over mijn personage gehad. Frans was bang dat het publiek snel uitgekeken zou zijn op Grond, zoals ik hem was begonnen te spelen. Ik was onzeker, deze rol betekende voor mij in zekere zin de grote kans.”

Scholten van Aschat, een gelauwerd toneelacteur, die zijn sporen verdiende bij de Haagsche Comedie en het Nationale Toneel, speelde weliswaar eerder hoofdrollen in films als Dorst (“tijdens de opnamen hadden we niet in de gaten dat het resultaat zo teleurstellend zou zijn”) en De provincie (“in een hecht driemanschap met Pierre Bokma en Thom Hoffman”), maar de uitdaging was dit keer veel groter. “In lange gesprekken met de regisseur werd me duidelijk dat ik de tegenstrijdigheden in het karakter niet genoeg benadrukte. Wraak is maar één kleur, maar de toeschouwer moet zielsveel van die mensen houden en ze ook haten. Grond wil zijn vrouw treffen, maar hij zou het liefst willen dat ze schuld bekende. Met een ruzie zou de lucht geklaard kunnen zijn.”

Minachting

Een van de instructies die Weisz aan Scholten van Aschat heeft gegeven, was dat hij omhoog moest kijken, alsof alle andere acteurs 25 centimeter langer waren. Daardoor werd het personage minder hautain, meer verbaasd. “De film gaat over Grond, niet over zijn vrouw. De man blijft onder alle omstandigheden een buitenstaander. Die onmacht tot communicatie heeft ook sterk te maken met de tijd, waarin het verhaal gesitueerd is.”

Scholten van Aschat, die in 1959 in Doorn geboren werd - en Vestdijk daar nooit ontmoette - weet dat producent René Seegers aanvankelijk overwoog de handeling van de in 1952 verschenen roman te verplaatsen naar het heden: “Scenarioschrijver Jan Blokker heeft zich daar terecht tegen verzet. Ook al heb ik die periode zelf niet meegemaakt, volgens mij is de onmacht tot openheid, voortkomend uit angst voor het verlies van sociale status in dat milieu, bepalend voor het verhaal. Als het zich nu zou afspelen, zouden er veel ernstiger gebeurtenissen ingevoegd moeten worden om een huwelijk zo uit het lood te slaan. De futiele aanleiding, het eenmalige overspel van de echtgenote met de compagnon, geeft het drama nu iets schrijnends. Op zichzelf genomen zou het in het heden niet ondenkbaar zijn, zoals in Fatal Attraction, maar dan zou de hele film anders worden.”

De thrillerkant van Op afbetaling is voor de hoofdrolspeler niet het belangrijkste: “De tragedie is interessanter om te spelen dan de wraak uit kille berekening. Er zijn overeenkomsten met Othello, maar ook met Hamlet. De verhouding tussen Grond en Grewestein, de compagnon, heeft alles te maken met een vader-zoonrelatie.”

Als toneelacteur is Gijs Scholten van Aschat vaak vergeleken met Pierre Bokma, met wie hij samen op de Maastrichtse toneelschool zat en in De provincie speelde. Het is geen geheim dat Bokma ook kandidaat heeft gestaan voor de rol van Grond. Op de suggestie dat Bokma wellicht minder geschikt zou zijn geweest voor diens introverte karakter, wil Scholten van Aschat niet ingaan: “Grond is van nature achterdochtig. Ik ben geen "method actor', die zijn rol mee naar huis neemt, maar ik moet toegeven dat ik er niet vrolijk van werd de man te spelen. Vooral de intense scènes met Renée Soutendijk waren erg zwaar, het kwam bijna als een opluchting dat ik aan het eind van de opnamen me kon laten gaan in de scènes met Mien (Annet Malherbe) in het bordeel.”

Scholten van Aschat vindt zichzelf een acteur voor wie de techniek van het spelen belangrijk is: “Het verschil tussen toneel en film is niet zo groot. Bij film hoef je niet verder te projecteren dan de camera, zo'n vijftig centimeter. Je hoeft niet te denken aan de mensen op de twintigste rij, bij film volstaat de gedachte. Als de concentratie hoog is, dan volgt de camera vanzelf je gedachten.”

Het is merkwaardig dat de Nederlandse acteurs uit de Haagse traditie doorgaans weinig in films hebben gespeeld, hoewel de ingehouden stijl van bij voorbeeld Paul Steenbergen of Eric Schneider daar heel geschikt voor zou zijn geweest, meent Scholten van Aschat: “In die tijd was de loyaliteit aan het gezelschap heel groot. Bovendien was film een beetje not done, het was misschien te ordinair. Maar Guido de Moor had er wel spijt van dat hij niet meer in films gespeeld had.”

Voor Scholten van Aschat zijn film en televisie geen zijpad: “Ik hoop althans dat het dat niet meer hoeft te zijn. Je moet natuurlijk uitkijken dat je niet te gemakzuchtig wordt in de keuze van je rollen. Maar met Frans Weisz werken, daar word je niet bepaald lui van”.