Brief aan de Academie van Wetenschappen

Geleerde Academici, er rust op mij de plicht

U deelgenoot te maken van een zaak van groot gewicht.

De middag van de eerste Mei, het liep al tegen vijven,

Voorviel er iets dat ik U nu nauwkeurig zal beschrijven.

Een meisje op een schommel riep eensklaps opgewonden:

Ik heb een nieuwe manier van schommelen uitgevonden!

Kijk maar, je doet je armen zo, je benen uitgestrekt...

En ja, zij had een nieuw systeem van schommelen ontdekt.

Geleerde heren, het is zaak nu niet te blijven dommelen:

Het gaat hier om een ware revolutie in het schommelen.

De mensen die het zagen riepen uit: wat een verheugenis!

We zijn alleen niet zeker of dit nog wel schommelen is;

Het lijkt soms meer op zweven, op vogelvlucht, ja waarlijk,

Het schommelen wordt op die manier subliem maar ook gevaarlijk.

Een doorbraak in het schommelen, dus komt U zelf maar kijken

Voordat er straks een ander land met deze eer gaat strijken.

Geen twijfel aan, dit feit verdient een plaats in uw Annalen,

Vergeet ook niet om uw rapport in 't Engels te vertalen.

En tenslotte misschien nog een zesde, namelijk de positie der irissen ten opzichte van elkaar: convergent of divergent strabisme; maar scheelzien, hoe galvaniserend de uitwerking ervan op derden ook kan zijn, drukt niet een gemoedstoestand uit, tenminste niet bij ons; wel bij Kabuki-acteurs, zoals Japanse houtsneden ons leren.