De overkant

Sommige dagen kiezen zelf hun thema. Gisteren was het koekoek, overal koekoek, geen vijf minuten zonder koekoek. Nee, ik had niet het gevoel dat ik gevolgd werd, ik had het gevoel dat ik van de ene aan de andere werd doorgegeven.

Van Harderwijk naar Elburg, langs de overkant, Flevoland, voormalige zeebodem. De hemel had het vanzelfsprekende blauw van mei, zonder dat het al zo warm was dat wandelen in werk zou ontaarden.

Nieuw land, dat voel je. Dit land is niet gegroeid, maar ingericht. Bossen: dit moeten bossen worden. Akkers: dit moeten akkers worden. Weiland: dit moet weiland worden. Dat hangt er nog steeds een beetje.

Ruimte, dat voel je ook. God, wat een ruimte! Hier mág je nog, hier ben je niet te veel. Adem. Verte. Leegte. Er wordt weinig gelopen in deze leegte, en weinig gereden ook. Waar in Nederland kun je op een asfaltweg uitkomen met helemaal niets dan jezelf tussen de twee verdwijnpunten?

Zeker, je zag en hoorde nu en dan menselijke activiteit, maar het duurde van vijf over negen tot kwart over twee voordat ik weer echt iemand tegenkwam. (Toen een menigte nudisten op het strand van het Veluwemeer, erg ongemakkelijk als je dan met een verrekijker op je borst loopt).

Ruimte dus en ruimte is vrijheid. Ook geen gek thema voor een vijfde mei. Maar ja, koekoek. Om te herinneren aan het verstrijken van de tijd zeker, maar dat is natuurlijk nergens voor nodig.