April gunstig voor Damrak en EOE

Zowel de Amsterdamse Effectenbeurs als de EOE-optiebeurs in de hoofdstad hebben een goede aprilmaand achter de rug.

Mede dank zij het positieve koersenverloop op de aandelenbeurzen van New York en Londen en gunstige (bedrijfs)economische berichten, brak op de Amsterdamse effectenbeurs de aandelenkoersindex op elk van de laatste dagen van de maand het voorgaande record. De CBS-aandelenindex algemeen eindigde de maand, vergeleken met eind maart toen de index op 205,3 stond, 3,4 procent hoger op 212,3.

De omzet op de effectenbeurs kwam in april op 46 miljard tegen 46,7 miljard gulden in maart van dit jaar en 42,4 miljard gulden in april 1991. In aandelen ging in april 12,3 miljard gulden om tegen 11,8 miljard gulden in maart. De obligatie-omzet kwam uit op 34,6 miljard gulden (over maart: 34,9 miljard).

De beurzen van Wall Street en Londen waren in de afgelopen maand vast gestemd onder invloed van respectievelijk de duidelijker wordende signalen van een conjunctureel herstel en de onverwachte verkiezingszege van de conservatieven in Engeland onder premier Major. De Dow Jones-index voor industrie-aandelen kwam in april enkele malen op een nieuwe recordhoogte en de Amsterdamse beurs kon hiervan goed profiteren. Gezien de invloed van de buitenlandse beurzen was het logisch dat vooral de internationals in april vast in de markt lagen. De koersstijgingen hier waren bijna het dubbele van het beursgemiddelde. Overigens was opvallend, dat de Europese aandelenbeurzen weinig te lijden hadden onder de slechte gang gang van zaken voor de Japanse aandelen in Tokio. De daar ontstane koersval had overigens nauwelijks invloed op het koersenverloop elders in de wereld.

Op de EOE-Optiebeurs verwisselden in april 813.000 optie-contracten van eigenaar, wat een gemiddelde van 42,800 per dag betekende. Het aantal uitstaande contracten was aan het eind van de maand ruim 1,24 miljoen. De premiewaarde van de uitstaande optiecontracten bedroeg eind april ruim 900 miljoen gulden.