Kruiderij

Het deed me denken aan de Gallische krijgers uit het dorp van Asterix, die alvorens de Romeinen klop te geven, aansluiten voor een slok toverdrank uit de ketel van de drude.

Vorige week vierde Kopassus (Commando Speciale Troepen), de elite-eenheid van het Indonesische leger, zijn veertigste verjaardag. De beruchte Rode Baretten moeten het blijkbaar niet alleen hebben van de stormbaan-training. Op het feestterrein verdrongen de stoere commando's - al of niet met gevechtservaring in Atjeh of Oost-Timor - zich bij het kraampje van de kruidenvrouw voor een glas jamu (natuurlijk medicijn). Dat leverde een prachtige foto op in de krant met het bijschrift: ''Om gezond en sterk te worden en het vaderland met kracht te kunnen verdedigen.''

Ja, lacht u maar.

Jamu is een levenskrachtig traditioneel cultuurgoed, dat de overgang van Indonesie naar het industriele, grote stadsleven moeiteloos heeft doorstaan. Sinds de opkomst van moderne apotheken met hun farmaceutische produkten is de verkoop van de traditionele natuurgeneesmiddelen gewoon doorgegaan. Van de minuscule warung rokok (rookwarenkraam) bij mij op de hoek tot in grote, door Chinezen geexploiteerde warenhuizen als Golden Truly is jamu te koop. De meeste middelen worden afgenomen door vrouwen: Padat Singset (om slank te blijven en het vlees stevig te houden); Jamu Carang Burung (tegen bloedarmoede en algemene slapte); Camaline (voor een gave huid) en Bedak Nirmalasari (poeder tegen puistjes).

De bekendste jamu-recepten komen uit Java, maar in alle hoeken van de archipel onderhoudt men de traditionele kennis van planten en kruiden. En die is niet gering. Mijn eerste kennismaking met jamu bestond uit een paar bekers Cap Koepoe-koepoe (Vlindermerk) tegen de in deze streken endemische diarree. Ik weet niet of het aan het vlinderpoeder heeft gelegen, maar binnen een dag was mijn stoelgang weer normaal. Sindsdien laat ik me alles voorzetten onder het motto: het zou heel goed kunnen baten, en schaden doet het niet. Bovendien drink ik regelmatig gemberthee; omdat het lekker is en natuurlijk ook om het vaderland met extra kracht te kunnen informeren.

In de kampung van Jakarta leeft de Javaanse traditie voort. De Ayu Bakul Jamu, het kruidenvrouwtje (de naam is een eerbewijs aan haar vak; ayu betekent mooi, fris), staat 'smorgens om drie uur op om de verse kruiden te 'ratjikken': toebereiden, fijnsnijden. Om zes uur laadt ze haar vracht op de rug, gaat de kampung in en roept de vrouwen toe: ''Jamu, jamu...mbak.''

Sinds de eeuwwisseling is de medicinale kruiderij uitgegroeid tot een ware industrie, waarin ook de immer ondernemende Chinese minderheid actief is geworden. Centra van de jamu-nijverheid zijn vanouds de Middenjavaanse steden Semarang en Solo. Het oudste en bekendste merek is Nyonya Meneer (''mevrouw Meneer''), dat sinds 1919 het portret voert van de stammoeder van de Javaans-Chinese familie Ong. Haar kleinzoon, Charles Ong (40), studeerde marketing in de VS en promoveerde op een dissertatie over jamu awet (een middel om jong te blijven). Nyonya Meneer (sinds 1954 een NV) heeft inmiddels 1.200 werknemers in dienst en verkoopt zijn kruidenmiddelen van Singapore tot Japan. Een ander bekend familiebedrijf is PT Mustika Ratu, onder leiding van de succesvolle zakenvrouw Raden Ajeng Mooryati Soedibyo Hadiningrat (64), telg uit een Javaans adellijk geslacht en koningin van de traditionele cosmetica. Zij is (nog steeds) een fraai voorbeeld van 'inheems' ondernemerschap. Ze kreeg als Raden Ajeng (meisje van stand) een traditionele opvoeding aan het kraton (hof) van Solo. Daar leerde ze traditionele hofdansen, batikken, het maken van traditionele kleding en het bereiden van geneeskrachtige kruiden.

Dat laatste besloot ze bedrijfsmatig aan te pakken. Haar onderneming begon als een kleine huisindustrie en in 1979 opende ze een fabriek in Jakarta met een eigen laboratorium en een team chemisch-analisten. Inmiddels is ze eigenaresse van zo'n 2.000 schoonheidssalons, verspreid over Indonesie. Ook de geneesmiddelentak is fors gegroeid: Jamu Mustika Ratu brengt inmiddels 150 middelen op de (internationale) markt. President-directeur mevrouw Mooryati voert de scepter over 2.000 werknemers en realiseert een jaarlijkse omzet van 30 miljoen gulden.

Alle in de reguliere handel verkrijgbare jamu-merken voeren keurmerk en nummer van het Ministerie van Gezondheid, dat toezicht houdt op de kwaliteit.

Lacht u maar.