Een geval uit de praktijk

Financiële planning is dertig jaar geleden bedacht in de VS door mensen die werkten bij levensverzekeringsmaatschappijen, beleggingsfondsen en effectenbemiddelaars. Toen was het idee bedoeld als hulpmiddel om de verkoop van produkten en diensten te bevorderen. Die verkopen nu eenmaal beter als je de cliënt eerst laat zien wat zijn financiële wensen en risico's zijn en daarna hoe het aanbod van de verkoper past in die situatie.

Het hulpmiddel groeide uit tot een aparte activiteit toen de bedenkers uitvoerige plannen en rapporten gingen schrijven over voorgelegde gevallen en daarmee een basis legden voor persoonlijke financiële planning (pfp), de doordachte opzet van analyse, diagnose en planning van de geldzaken van één of meerpersoons huishoudens, eventueel gecombineerd met zakelijke elementen voor zelfstandigen en vrije beroepers.

In de jaren tachtig is pfp in de VS op eigen benen komen te staan - los van aanbieders, producenten en verkopers - omdat de kritische consument duidelijkheid wilde op de volgende punten. Kan die verkoper waarmaken wat hij belooft, wat krijg ik voor mijn geld, zijn er belangen tegenstellingen verborgen in het advies, praat ik met een verkoper of met een adviseur die vrij is om voor mij op te komen en zo voort. Zo heeft pfp een draai van honderdtachtig graden gemaakt: van hulpmiddel voor de verkoper naar uitgebreid advies voor de koper, opgesteld door een financiële architect in overleg met specialisten. Die architect, internist of huisarts is onafhankelijk, heeft een brede opleiding, wordt betaald door de koper en staat onder een bepaald toezicht, omdat hij of zij een vertrouwensfunctie vervult. Zo ging het in de VS.

In andere landen lijkt de opkomst van de financiële planner (als een nieuw vrij beroep) achter te lopen op die in de VS, of - dat is nog niet duidelijk - misschien slaan die landen een andere weg in. Planners kunnen zich immers pas vestigen als veel kopers bereid zijn om te betalen voor een advies. Wanneer die bereidheid er niet is, zullen er nooit planners komen.

In Nederland zijn er wel mensen die een plan kunnen maken, maar zij doen dat als onderdeel van hun beroep als assurantie-tussenpersoon, (kandidaat-)notaris, pensioenadviseur, fiscalist, beheerder van vermogens en dergelijke. Of ze zijn in vaste dient bij een (commerciële) instelling, zoals als de ABN Amro. Om een indruk te geven van de gevallen waarover de planners van de bank zich buigen, volgt hier een voorbeeld.

Carolien de Heer (45 jaar) is gescheiden, woont met haar zoons van 16 en 18 jaar in een eigen huis van 200 duizend gulden en is huisvrouw. De jongens gaan na het VWO verder studeren. Zij ontvangt geen alimentatie, de kinderen krijgen ieder 4.800 per jaar. Wel heeft ze een kapitaal van 300 duizend gulden om van te leven. Op het huis rust een hypotheek van een ton, die 7.000 gulden per jaar kost. Mevrouw de Heer wil haar zaken zo regelen dat zij op een netto besteedbaar inkomen van 2.500 gulden per maand uitkomt. Het lukt haar niet om alle cijfers zo op een rijtje te zetten dat het gewenste maandbedrag uit de berekening rolt. Vandaar haar verzoek om hulp aan de bank.

De bank-adviseur bouwt het advies in drie stappen op. Eerst een inventarisatie van de persoonlijke situatie van mevrouw en al haar wensen en verwachtingen. Daarna een analyse in overleg met andere specialisten van de bank en tenslotte het advies met concrete voorstellen en maatregelen vastgelegd in een rapport van tien pagina's.

Wat komt er - kort samengevat - uit de bus? Als mevrouw haar kapitaal op een deposito plaatst, levert dat geen 2.500 gulden per maand op. Om dat wèl te krijgen moet ze interen en is na twaalf jaar alles op, maar dan rest nog de hypotheekschuld. Als zij 150 (van de 300) duizend gulden stort als koopsom voor een lijfrente die direct ingaat, ontvangt zij twintig jaar een uitkering van 15 duizend gulden. Die bedragen zijn onbelast totdat ze samen de koopsom overtreffen; in dit geval hoeft dus tien jaar geen belasting te worden betaald. Na die twintig jaar is mevrouw 65 jaar en krijgt ze AOW.

Om het gewenste maandelijkse inkomen van 2.500 te bereiken, gaat 50 duizend op een annuïteiten-deposito. Dat levert tien jaar lang 7.200 gulden per jaar op. Om iets achter de hand te houden gaat 30.000 gulden op een termijndeposito. Verder 11 duizend gulden in preferente aandelen ABN Amro, waarvan de koers zich gedraagt als die van obligaties. Met het niet belegde deel van het vermogen kan ten dele de hypotheek worden afgelost.

De adviseurs houden rekening met alle hoekjes en gaatjes in de (fiscale) wetgeving, meer dan uit de samenvatting blijkt. Hier ging het om een beperkte opdracht. Andere opdrachten, zoals "welke risico's loopt ons gezin', leiden tot andere suggesties.