Regels

Lente! De zon schijnt en ik voel me goed. Zo goed dat er een krankzinnige gedachte bij me opkomt: sinds Van Gogh dood is heb ik nooit meer zo'n warme zon gezien. Na het verschijnen van mijn column over eenzaamheid zijn er talloze vriendelijke blikken als zonnestralen op mij neergedaald. Brieven, telefoontjes, onbekenden die me op straat gedag zeggen, ik weet niet hoe ik al die lieve Nederlanders moet bedanken.

Al in 1973 schreef ik in een gedicht: “ik wil naar een klein en vrij land/ om de brieven van mijn jeugd te bundelen.” Ik denk dat ik daarmee Nederland bedoelde. Voordat ik China verliet, had ik al een grapje over Nederlanders gehoord. Als ze op de fiets door het bos rijden en ze gaan de hoek om, steken ze nog steeds hun hand uit. Volgens mij doen ze dat dan niet omwille van andere mensen (die kom je in een bos niet zo gauw tegen), maar omwille van de regels.

Vorige week zaterdag kwam ik zelf in een komische situatie terecht, die met regels te maken had. Ik ging samen met een meisje zwemmen. Bij het zwembad zei de man achter de balie: “Het spijt me. Tussen twaalf en één mogen er geen mannen naar binnen.” (De reden was heel humaan: op deze manier werd aan islamitische vrouwen, die om religieuze redenen tijdens het zwemmen niet door mannen gezien mogen worden, de gelegenheid gegeven om ook in Nederland te kunnen zwemmen.) Goed, we zouden wel wachten. Daarop zei de man dat wachten geen zin had, want dat er over een uur alleen maar mannen naar binnen mochten. Waarom was niet duidelijk. Diep teleurgesteld bestudeerde ik de betreffende regels van het zwembad: zwemtijden voor boven de zestien jaar, voor rustige zwemmers, voor boven de vier, voor onder de zes, volwassenengymnastiek, watergymnastiek voor ouden van dagen, zwemles voor vrouwen, zwemles voor mannen, familiezwemmen, vrij zwemmen, speciale activiteiten.... De week was in uren onderverdeeld, met minstens vijfentwintig punten op het programma. Voor een stad als Leiden, met honderdduizend inwoners en maar drie zwembaden, zijn zulke regels absoluut noodzakelijk. Voor mij kwam het op dat moment slechts neer op het absurde feit dat een man en een vrouw niet samen konden zwemmen.

Een ander voorbeeld. Woonruimte zoeken is in Leiden een hele opgave. Toen ik eindelijk een flat had gevonden, trof ik in het huurcontract de volgende passage aan: “Deze woning is bestemd voor één bewoner. Voor logés die langer dan drie dagen in de woning verblijven dient per dag een bedrag van tien gulden te worden betaald.” Dan kan je nog beter in een hotel wonen. Vervolgens kwam ik tot de ontdekking dat het vreselijk smalle eenpersoonsbed in de slaapkamer aan de vloer was vastgespijkerd. Ik vroeg aan de huisbaas (een meisje) of ik het weg mocht halen. Ik houd er nu eenmaal niet van om in een eenpersoonsbed te slapen en er was in de kleine slaapkamer te weinig ruimte om nog een groot bed neer te zetten. Het meisje weigerde resoluut: “Nee, dat mag niet. Ik slaap altijd in een eenpersoonsbed.” Ik ging met haar in discussie: “Aangezien ik hier kom wonen, heb ik het gebruiksrecht. Dan hoef ik me toch niet aan te passen aan jouw slaapgewoontes?” Het antwoord luidde: “Het eenpersoonsbed mag niet weg, aangezien er in het contract staat dat de woning voor één bewoner bestemd is.” Even dacht ik dat ik flauw ging vallen. Was ik in Nederland of in Cambodja? Eenpersoonsbed verplicht? Als ik een vriendin heb, moet een van ons dan op de grond slapen? Natuurlijk durfde ik dat niet tegen de huisbaas te zeggen, want de woning was van de universiteit en in de regels stond duidelijk dat het een eenpersoonsflat was, dus was met z'n tweeën slapen verboden!

Als ik geweigerd zou hebben om de regel op te volgen, had ik een andere woning moeten gaan zoeken. Dat had me dan weer minstens twee maanden gekost en wie weet hadden ze ergens anders net zulke regels. Als ik de regel zou accepteren, hield dat in dat ik hem zou moeten schenden en bepaalde dingen in het geniep zou moeten doen. Het was het een of het ander. Onwillekeurig moest ik denken aan de slaapzalen van Chinese universiteiten. Volgens de regels mogen studenten geen vriend of vriendin hebben. In een slaapzaal slapen acht studenten (van hetzelfde geslacht) in stapelbedden. De studenten hangen gordijnen tussen de bedden en gaan allemaal met z'n tweeën (jongetje en meisje) naar bed. Om die reden worden ieder semester heel wat stelletjes van school gestuurd. Een mens is nou eenmaal een mens. Je houdt ze niet tegen, al stuur je ze van school. Als een man van veertig, die al in heel wat westerse landen is geweest, had ik niet verwacht dat ik in het vermaarde seksueel bevrijde Nederland op zo'n absurde wijze gedwongen zou worden om alleen te wonen.

Waardigheid

Wat wonen betreft is er nog iets anders, wat ik gelukkig niet aan den lijve heb hoeven ondervinden.

Soms kunnen buitenlandse studenten die in Leiden aan de hand van een advertentie op een kamer afgaan, die kamer alleen maar krijgen met toestemming van de andere bewoners, in plaats van van de huisbaas. Het komt regelmatig voor dat die bewoners de persoon in kwestie dan aan een soort verhoor onderwerpen, waarbij de vragen dermate persoonlijk van aard zijn, dat zelfs de politie ze niet zomaar zou mogen stellen. Ze vragen bijvoorbeeld uit welk land je komt, wat je studeert, met wat voor soort mensen je omgaat, of je rookt, of je vreemde gewoontes hebt, naar wat voor soort muziek je luistert, of je vaak laat thuiskomt enzovoort, enzovoort. Vervolgens wordt degene die de beste indruk heeft gemaakt "geselecteerd'. De "afvallers' worden telefonisch op de hoogte gebracht. Zo'n "afvaller' voelt zich daar ongetwijfeld niet prettig onder: de mensen willen me niet. De verontwaardiging komt pas later: alleen maar vanwege een kamer, ben ik in mijn menselijke waardigheid aangetast. Het is een schending van het gelijkheidsprincipe. Zijn de rechten van de bewoners soms de enige rechten die beschermd moeten worden? In een hoop andere landen is het zo dat je woonruimte huurt via een huisbaas, zonder dat de buren er iets over te zeggen hebben. Wat is dat voor een regel, die mensen met elkaar laat concurreren?

Toch vind ik de regels in Nederland over het algemeen bijzonder redelijk. Men streeft zoveel mogelijk naar gelijkheid. Redelijkheid is echter een relatief begrip. Het principe van streven naar gelijkheid houdt in dat je aan allerlei verschillende mensen en allerlei verschillende problemen tegemoet moet komen. Daardoor worden de regels alleen maar ingewikkelder.

Een vriend van me staat al negen jaar op de wachtlijst voor een goedkope gemeentewoning, alleen maar omdat hij tussentijds even in een andere stad gewoond heeft, waardoor zijn eerste aanvraag verviel en hij weer onderaan de lijst terecht kwam. Het is een tegenstrijdige situatie: moet je omwille van een goedkope woning je vrijheid om te verhuizen opgeven, of omwille van je vrijheid een hogere huur betalen? Ik zat in Amsterdam een keer in een tram met een kapotte stempelautomaat. Een jongen had zijn kaartje erin gestopt zonder dat er een stempel op was komen te staan. Toevallig kwam even later een controleur op de tram en met z'n tweeën hebben ze een uur staan ruziën. Het ging niet eens zozeer om de boete, als wel om de regel: “Die automaat is kapot, waarom repareren jullie hem niet?” “Als die automaat kapot is, waarom ga je dan niet naar een andere?” Door die ruzie kreeg ik het gevoel dat je over regels nooit uitgediscussieerd raakt. De ene keer zijn ingewikkelde regels eerlijker dan simpele, de andere keer is het andersom.

Bloed

Eergisteren had ik tegen de regels in mijn fiets voor de ingang van het station van Leiden neergezet. De politie nam hem mee naar het bureau, alwaar later een agent slechts lachend een bon uitschreef en me tien gulden liet betalen. Daarna kon ik weer rustig wegfietsen. Hij had geen enkele behoefte aan morele zelfkritiek van mijn kant, noch aan de verzekering dat het nooit weer zou gebeuren. In China zou zo'n agent je beslist een lesje willen leren wat je nog lang zou heugen. Als je zegt dat je het maar één keer gedaan hebt, krijg je van de agent te horen: “Er zijn een miljard Chinezen. Als iedereen het een keertje doet, dan is dat een miljard keer.” Overigens schijnt dat tegenwoordig anders te zijn. Wie nu in China een overtreding begaat en eerlijk toegeeft dat hij de boete niet kan betalen, hoeft niet meer te rekenen op ruzie met de agent en hoeft ook geen preek meer aan te horen. Hij hoeft alleen maar mee te gaan naar het ziekenhuis, waar hem ter plekke bloed wordt afgenomen. Eén milliliter bloed staat gelijk aan vijfentwintig yuan boete.

Dat kun je ook een regel noemen.

Ik kan het dus bijzonder waarderen dat Nederlanders zich goed aan de regels houden. Ik kan me niet indenken hoe je zonder strenge regels vijftien miljoen mensen in zo'n kleine ruimte een comfortabel bestaan zou kunnen bieden. Ik vind dat er in Nederland goed met de regels wordt omgegaan. In de praktijk bestaat er voldoende ruimte tussen regels en vrijheid. Dat doet me trouwens aan een ander verhaal denken, dat ook met regels te maken heeft.

Douane

Rond september vorig jaar waren er in Toronto grote stakingen onder het personeel van de posterijen, het openbaar vervoer en het vliegveld. Een Canadese vriend van me kwam juist rond die tijd per vliegtuig vanuit het buitenland terug naar Toronto. Door de stakingen werden de douanewerkzaamheden maar door een klein aantal mensen waargenomen. Ruim tweeduizend passagiers verdrongen zich in de aankomsthal. Ondertussen bleven er vliegtuigen landen, zodat er steeds meer mensen bij kwamen. Volgens mijn vriend begonnen de anders zo vriendelijke Canadezen op dat moment steeds meer op Chinezen te lijken. Iedereen probeerde voor te dringen, de douaniers kregen van alles naar hun hoofd geslingerd en men dreigde zich een weg langs de douane te banen zonder zich verder te storen aan die stomme formaliteiten. Enkele oudere mensen maanden tot geduld, waarop de ruzies en de discussies pas goed losbarstten en steeds meer mensen door een blinde woede werden bevangen. Uiteindelijk liet iedereen de douane toch links liggen...

Soms breek je de regels, soms "breken' de regels jou. Het maken van humane regels is een ingewikkelde zaak. Als je erover wilt meepraten, moet je goed op de hoogte zijn van de betreffende maatschappelijke en historische achtergronden. Ik ben nu een half jaar in Nederland, ik heb heel wat dingen gezien en ik hou ervan om mijn mening te geven. Een paar dagen geleden, toen ik met een vriend in Leiden liep te wandelen, verviel ik weer eens in bewondering: “Ach, wat zijn er toch een hoop mooie riviertjes in Nederland! In elke stad kom je ze tegen. Er zijn bijna net zoveel riviertjes als regels...” Voordat ik verder kon gaan, zei mijn vriend: “Ho even, wat voor riviertjes? Dit zijn allemaal kanalen. Honderden jaren geleden zijn ze door de Hollanders gegraven. Over de kanalen werden goederen vervoerd op boten die door paarden werden voortgetrokken. Snap je?”