De brieven van Madame de Sevigne; Een 17de-eeuwse societyrubriek

Madame de Sévigné: Brieven. Gekozen, vertaald en van aantekeningen en nawoord voorzien door Ben Rekers. Uitg. de Arbeiderspers, geïll., 229 blz. Prijs 49,90.

Ze kakelt en babbelt er lustig op los en het kost moeite haar op een diepe gedachte te betrappen. Dat klinkt oneerbiedig, zeker als het gaat over Madame de Sévigné (1626-1696), de vrouw die algemeen wordt beschouwd als de belangrijkste epistolière uit de Franse literatuur. Bij het lezen rijst telkens weer de vraag hoe het mogelijk is dat zij zo beroemd is geworden terwijl haar brieven zo weinig diepgang hebben.

De brieven die Madame de Sévigné schreef, vooral aan haar dochter in de Provence, zouden voldoende stof hebben opgeleverd voor een 17de-eeuwse versie van een society-rubriek. Zij verkeerde in de hoogste kringen aan het hof en kende alle nieuwtjes uit de adellijke kringen. Schandaaltjes, opbloeiende liefdes, dood en geboorte, niets ontgaat haar. Overigens moet zij zelf ook een dankbaar onderwerp van roddelaars zijn geweest. Op haar 25ste reeds was ze weduwe, nadat haar echtgenoot was omgekomen bij een duel om een minnares.

Madame de Sévigné blijft achter met twee kinderen en wordt de steun en toeverlaat van velen in de high society. Zo beschrijft ze hoe ze de prinses gaat feliciteren met haar voorgenomen huwelijk. Niet lang daarna zoekt ze de prinses weer op, dit maal om haar te troosten omdat de koning het huwelijk verboden heeft. De koningsdochter is ontroostbaar, komt dagen haar bed niet uit, volgens Madame de Sévigné, en drinkt slechts kopjes bouillon.

De laatste nieuwtjes en roddels kreeg Madame de Sévigné vooral via haar contacten in de salons, semi-literaire theekransjes bij dames van stand. Daar hoorde ze bijvoorbeeld de laatste ontwikkelingen in het proces tegen de markiezin van Brinvilliers, een bekende gifmengster. In juli 1676 werd zij voor het oog van tout Paris naar het schavot op het plein voor de Notre Dame gevoerd, alwaar zij werd gemarteld en gedood. Madame de Sévigné: “Nog nooit heb ik zoveel mensen bij elkaar gezien. Heel Parijs was vol ontroering en aandacht.”

Ondanks het oppervlakkige karakter van de brieven - Madame de Sévigné schreef er ruim 1.200 - is haar correspondentie heel waardevol. De waarde schuilt vooral in het feit dat de brieven een uniek beeld geven van Franse upperclass ten tijde van Lodewijk XIV. Zo schrijft zij interessante dingen over de bouw van het paleis in Versailles. Elke nacht werden volgens haar karrevrachten lijken verwijderd van arbeiders die het extreem zware werk niet hadden overleefd. Maar als dat bekend zou worden, schrijft ze, zou dat een smet werpen op het nieuwe paleis en de koninklijke familie.

Dat Madame de Sévigné zelf erg te spreken was over haar brieven blijkt wel uit enkele zinnen aan haar oom, in een brief die uitsluitend handelt over de hooitijd: “Ikzelf houd overigens van een manier van vertellen waarbij men slechts zegt wat nodig is (-) waarbij men niet naar links of rechts afwijkt (-).”

Komische woorden als men denkt aan de dramatische wijze waarop ze uiting geeft aan het gemis van haar dochter. “Je houdt van me, lieveling, en je zegt dat op zo'n manier dat ik dan een overvloed van tranen niet kan bedwingen. (-) Niets leidt me van jou af, ik ben steeds bij je (-). Ik heb pas twee van jouw brieven ontvangen; misschien komt er nog een derde; dat is mijn enige troost; een andere troost zoek ik niet..”

Overigens was de relatie tussen de spontane moeder en de rationele dochter in werkelijkheid tamelijk gespannen. Zeker tijdens lange logeerpartijen - ook dan schreven moeder en dochter elkaar - liep het vaak spaak. “Kort geleden zei je me zo wreed, lieve kind (-) dat onze karakters volkomen tegengesteld waren. Aan dat gesprek kan ik niet terugdenken zonder mijn hart te voelen kloppen en tranen te vergieten.”

Het is onvergeeflijk dat een kleindochter van Madame de Sévigné de brieven van haar grootmoeder zwaar gecensureerd heeft door er simpelweg grote stukken uit te knippen. Zij vond al die persoonlijke ontboezemingen niet passen in het werk van iemand van adel. Dat gebeurde in 1734, na een verzoek van een uitgever om de brieven te mogen uitgeven. Van de brieven van de dochter is er geen één bewaard gebleven. Als in de vorige eeuw bij een antiquair niet een bundel kopieën van brieven van Madame de Sévigné was ontdekt, was zij waarschijnlijk al lang vergeten. En dan zouden we toch heel wat grappige beschrijvingen van het alledaagse leven in de 17de eeuw hebben moeten missen.

Maar om nu te zoals Marcel Proust, te beweren dat ik de eeuwigheid het liefst zou ingaan met Madame de Sévigné, nee, dat zou me toch een tikje te oppervlakkig zijn.