"Zij praten over de oorlog met hun gevoel, bij de meester is het meer geschiedenisles'

Mevrouw Zandvliet haalt een lange, witte trouwjurk van parachutezij uit haar tas en hangt deze voor in de klas op. Meneer Boer zet een bordje met de tekst "Voor Joden verboden' neer en rangschikt de verzetskranten, de voedselbonnen en de foto's van Rotterdam na het bombardement. Allebei dragen ze het verzetskruis op de borst. De jongens en meisjes van groep zeven en acht wachten gespannen, ze hebben allemaal een lijstje met vragen voor zich op tafel. De les kan beginnen.

De oudste leerlingen van de openbare basisschool De Weideblom in Driebergen zijn al weken bezig met een project over de Tweede Wereldoorlog. Meester Van Dam heeft er veel over verteld en achter in de klas liggen dikke boeken met afschuwelijke foto's. Maar hoe de meester ook zijn best doet, en hoe waarheidsgetrouw de foto's in de boeken ook mogen zijn, wat meneer Boer en mevrouw Zandvliet vertellen is levensecht, want zij hebben de oorlog zelf meegemaakt. "Zij praten over de oorlog met hun gevoel', legt een van de kinderen achteraf het verschil uit, "bij de meester is het meer geschiedensisles.'

Meneer Boer begint zijn verhaal met de crisistijd, die hij als jongetje in het Utrechtse dorp Zegveld meemaakte. "Je wist heel weinig over wat er in de wereld gebeurde, want er bestond nog geen televisie', probeert hij zijn jonge publiek uit te leggen. Het gaat hun voorstellingsvermogen duidelijk te boven.

Mevrouw Zandvliet en meneer Boer waren beiden zestien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. "Mijn vader stond te huilen toen de Duitsers Assen binnenreden', vertelt mevrouw Zandvliet. "We wisten het meteen: dit gaat fout.' De familie Zandvliet had tijdens de oorlog zeker dertig onderduikers in huis en van lieverlee werd hun dochter koerierster voor het verzet. Onder de schuilnaam Greet doorkruiste ze op de fiets de noordelijke provincies en menigmaal kwam ze in hachelijke situaties terecht. Maar alleen op aandringen van de kinderen wil ze daarover meer vertellen: de twee oud-verzetsstrijders willen zichzelf onder geen beding als helden afschilderen. Makkelijker is het om over anderen als helden te spreken, zeker als ze voor de vrijheid gestorven zijn.

Meneer Boer vertelt over zijn medestrijder Goof Beens, die in Zegveld gedropte wapens in een melkwagen naar Utrecht moest vervoeren maar bij de Merwedebrug de Grüne Polizei zag staan. Razendsnel besloot hij een omweg via Zuilen te nemen. Daar werd hij beschoten door een Engels vliegtuig en de hele melkwagen vloog - met Goof Beens - de lucht in. Een zucht van verontwaardiging gaat door de klas. "Dat zijn hele verdrietige dingen', beaamt meneer Boer, "die herinnering raak je nooit meer kwijt'.

De tweede helft van de les mogen de kinderen - hè hè, eindelijk - hun vragen stellen. "In welke groep van het verzet zat u?', vraagt een van de leerlingen. Boer vertelt wat de Landelijke Knokploeg betekende en wat ze deden. Hij schrijft LKP op het bord. "Hoe kwam u in het verzet', wil een andere leerling weten en weer een ander vraagt: "Vond u het erg om te doen?'. Mevrouw Zandvliet vertelt hoe haar twaalfjarige joodse buurjongen uit huis werd gehaald en in een militaire vrachtwagen geduwd. "Hij was net zo oud als jullie.' De kinderen zwijgen aangedaan. "Voel je je dan niet schuldig?', wil een meisje weten. "Als je niks zou doen, wel ja', antwoordt mevrouw Zandvliet. "Daarom voelde ik het als een plicht om tegen de Duitsers te vechten.'

In het hele land stellen oud-verzetsmensen zich beschikbaar om scholen te bezoeken en kinderen over hun oorlogservaringen te vertellen. De commissie jeugdvoorlichting van de Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945 bereikte vorig schooljaar op die manier ruim 100.000 leerlingen op 1412 verschillende scholen. Vooral als het tegen de meidagen loopt stromen de verzoeken binnen. Meneer Boer laat een pakket brieven, tekeningen en gedichten zien die kinderen hem na afloop van de les hebben gestuurd. "Voordat jullie over het verzet verteld hadden zei ik altijd: vergeet die oorlog, dat is verleden tijd. Maar nu weet ik, die oorlog vergeet je niet', schreef Linda. Ook Gonda was onder de indruk van de les. Ze schrijft: "Mijn opa en oma hebben de oorlog ook meegemaakt en ze hebben er nooit iets over verteld. Ik was blij dat jullie het vertelden.' Dit soort reacties ontroeren oud-verzetsman Boer telkens weer.

Nog lang niet alle vragen uit de klas zijn beantwoord, de vingers blijven omhoog gaan. "Was u erg bang?', wil een van de kinderen weten. "Vond u uzelf belangrijk?', vraagt een ander. "Heeft u ook meegedaan aan overvallen?' "Heeft u gezien dat er mensen werden opgehangen of doodgeschoten?' "Wat vindt u van het neofascisme?' "Wat vond u van de Golfoorlog?' "Waarom hangt die jurk daar?'

De jurk. Mevrouw Zandvliet heeft hem in de oorlog zelf gemaakt voor een vriendin die ging trouwen. "Hij is gemaakt van een parachute waar een verzetsman mee naar beneden is gekomen', vertelt ze, "en het trieste is dat die man de oorlog niet heeft overleefd.' Na veertig jaar kwam de trouwjurk ineens weer boven water; de toenmalige bruid bleek hem al die tijd bewaard te hebben in een hutkoffer op zolder.

"Ik wist niet dat de oorlog zo gevaarlijk was', zegt Aïsha na afloop van de les. Ze vond het erg interessant. "Dat van die melkauto vond ik het ergste', zegt Marije. "Dat-ie door de Engelsen werd beschoten". Luid doorelkaar pratend vragen ze zich af of de Engelse piloot had kunnen weten dat er in die melkauto wapens voor het verzet zaten. "Ze schoten gewoon op alles wat bewoog', weet een van de jongens. De boeken met de vreselijke plaatjes worden erbij gesleept, sommige kinderen hebben er fotokopiën van gemaakt voor hun werkstuk. Ze gruwen ervan, maar moeten er toch naar kijken. Alleen Joyce houdt zich wat afzijdig. "Ik had het liever allemaal niet geweten', zegt ze zachtjes.