Wie trekt wanneer de stekker eruit?

De gedachten zijn de afgelopen dagen wel eens teruggegaan naar de vroege ochtend van 9 april 1982. Diep in de nacht gaf premier Van Agt - op dat moment leiding gevend aan het vechtkabinet van PvdA, CDA en D66 - een persconferentie over de "voorjaarsnota' die zijn kabinet toen met veel moeite had vastgesteld. De kernwoorden van zijn verhaal van toen, doen ook tien jaar later nog steeds vertrouwd aan: bezuinigingen, koopkracht minima, werkgelegenheidseffect. Het was een langdurig exposé dat Van Agt gaf; toen de persconferentie was afgelopen begon het buiten al weer licht te worden.

Terwijl de parlementaire journalistiek zich in de ochtendnevel van Goede Vrijdag begaf, kwam "toevallig' net ook vice-premier Den Uyl naar buiten. Ach, het was toch al laat dus voor het persvolk dat nog over voldoende uithoudingsvermogen beschikte, wilde hij ook nog wel wat kwijt over wat er nu volgens hem in het kabinet was afgesproken. Op zijn zachtst gezegd spoorde de uitleg van Den Uyl niet geheel met die van Van Agt. "Onenigheid in coalitie over uitwerking nota', kopte de krant die middag. Behalve in het kabinet waren ook de meningen van de "regeringsfracties' in de Kamer verdeeld. De onenigheid concentreerde zich op de koopkracht, liever gezegd de koopkracht van de minima, of nog nauwkeuriger de voorspelde min één procent voor de minima (soms verandert er inderdaad niets). Het kabinet viel een maand later.

Het huidige kabinet zal er iets meer tijd voor nemen, maar goedkomen kan het niet meer. Hoewel, als we premier Lubbers moeten geloven is er slechts sprake van één groot misverstand bij de pers. Het gaat uitstekend met het kabinet, alleen wil de journalistiek dat op de één of andere manier maar niet begrijpen. De commotie van het afgelopen weekeinde over het inkomensbeleid was volgens hem vooral ontstaan door de verkeerde beeldvorming in de kranten. Terwijl hij het vorige week op zijn persconferentie had gehad over werkgelegenheid en inflatiebestrijding waren de journalisten gaan schrijven over koopkracht.

Aan het slot van het debat van gisteren in de Tweede Kamer over de jongste schending van het bestand tussen beide regeringspartijen, vroeg VVD-leider Bolkestein het voor alle duidelijkheid nog maar eens aan Lubbers. Had hij het nu goed begrepen dat de minister-president tijdens zijn veel besproken persconferentie niet had gesproken over een afstand tussen inkomenscategorieën varierend van min 1 tot plus 1,5 procent, en had hij dat ook niet verdedigd? “Dat klopt”, antwoordde Lubbers.

Toch nog maar eens het boekje met aantekeningen van de persconferentie er bijgepakt. Daar staat toch duidelijk het cijfer min één voor de minima, zoals er ook voor twee keer modaal plus ruim 1 procent genoteerd staat. Het woord evenwichtig is voorzien van een vraagteken, dus dat moet een vraag geweest zijn. En dan antwoordt de premier: “het koopkrachtprobleem voor de laagste inkomens is veel belangrijker dan evenwicht”. Vervolgens valt er, althans volgens de blocnote, in vragende vorm het beladen woord denivelering. Waarop de premier antwoordt: “niet als doel, wel als uitkomst”, waaraan hij dan nog uit zichzelf toevoegt “en tot op zekere hoogte is dat ook geen bezwaar”. Waarna zijn hele betoog over het cijferfetisjisme volgt.

Misschien had de pers het niet zo moeten accentueren, bedoelde de premier wellicht. Maar dan is de vraag waarom de journalistiek zo gespitst was op de inkomensverhoudingen. Was dat niet omdat kabinetsleden elkaar al weken lang aan het bestoken waren met koopkrachtvarianten?

Nu het kabinet het intern op het hoogste niveau weer even met elkaar eens is, heeft het voor zichzelf een grote boze buitenwereld gecreëerd. En die buitenwereld wil maar niet begrijpen dat er wel degelijk wordt geregeerd.

Maar hoe is het nu werkelijk met de bestuurskracht van het kabinet gesteld als het weken moet vergaderen over de concretisering van het besluit om te bezuinigen dat reeds in 1991 is genomen? En kan een kabinet dat daar kennelijk zoveel moeite mee heeft dan in enkele maanden tijd nog eens 1,7 miljard gulden vinden om een BTW-verlaging van te betalen? Die twijfels worden niet alleen buiten het Binnenhof geuit, maar juist ook op het Binnenhof bij de fracties van CDA en PvdA. Daar zullen straks, als de echte verkiezingen worden gehouden, de eerste klappen vallen en daar is nu dan ook het meeste gemor.

Zowel CDA als PvdA zitten met het probleem dat ze de kiezer straks niet anders te bieden hebben dan de prestaties van dit kabinet. Die worden, zoals de opiniepeilingen telkens duidelijk maken, niet echt gewaardeerd. Beide partijen weten ook dat het kabinet tot het officiële verkiezingsjaar 1994 niet veel anders meer te bieden zal hebben - tenzij de economie plotseling gaat opleven en het grote feesten weer kan beginnen, maar wie daarop mikt zou puur vertrouwen op hulp van buiten. Wie als partij uit het moeras wil komen zal een daad moeten stellen om zich te kunnen profileren ten opzichte van dit kabinet. Steun uitspreken voor het kabinet lijkt electoraal dodelijk te zijn.

Het CDA ziet onmiddellijk dat afstand nemen werkt. Na de Texelse rede van Brinkman maakt de fractie, die zowaar zo nu en dan eens "boe' tegen het brokkenmakende kabinet durft te zeggen, een meer zelfbewuste indruk. De kiezers waarderen dit, getuige de jongste peilingen die weer een herstel voor het CDA te zien geven. Dat het CDA zo nu en dan niet geheel eensgezind boe roept, bijvoorbeeld als het over lastenverlichting gaat, is de kiezer tot nu toe nog ontgaan. De dreiging van interne verdeeldheid vormt een barrière voor het CDA om nu direct zaken op scherp te zetten. Het zou al te gauw uitgelegd kunnen worden als een conflict tussen Lubbers en Brinkman. Een openlijke strijd tussen de weliswaar vertrekkende leider en de kroonprins, is voor het CDA op dit moment een net iets te gewaagd experiment.

De PvdA zit met andere problemen. Electoraal gesproken was het conflict over de inkomens een prima breekpunt voor de partij. Voor de traditionele achterban zou het zeer herkenbaar zijn. Als het conflictpunt bovendien zou zijn verbreed tot lastenverlichting versus investeren in de toekomst, had ook een deel van de "intellectuele arbeiders' die nu naar D66 zijn overgelopen, kunnen worden teruggehaald. Alleen, de partij is op dit moment nog even niet klaar voor verkiezingen. Het voorzittersduo moet eerst intern nog wat zaken op een rij zetten. Van Rottenberg is bijvoorbeeld bekend dat hij de Tweede-Kamerfractie bijna geheel wil vernieuwen. De aanzetten voor verandering moeten wel gegeven zijn voordat de crisis een feit is. Deze zomer zal de reorganisatie binnen de PvdA al een stuk verder zijn.

Over het beleid van het kabinet-Lubbers-Kok heeft niemand het meer. Slechts het gunstigste moment om te breken is gespreksonderwerp. Het kabinet verkeert in coma. Wie trekt wanneer de stekker er uit, daar gaat het alleen nog maar om.