Terug naar de straathoek

In 1943 verscheen "Street Corner Society' van William F. Whyte. Het boek gaf een onthullend inkijkje in de wereld van Italiaanse randgroepjongeren en werd een van de klassieken van de sociologie. Maar een recent heronderzoek leidt tot de conclusie dat Whyte de waarheid geweld heeft aangedaan.

Is er binnen de sociale wetenschappen opnieuw een schandaal op komst, zoals het geval was bij de affaire Margaret Mead? De "grootmoeder' van de Amerikaanse antropologie werd door haar Australische vakgenoot Derek Freeman van het imposante voetstuk gesleurd waarop ze sinds haar eerste werk troonde. Van het geruchtmakende onderzoek op Samoa, waar Mead als beginnend beoefenaar van de wetenschap haar wereldberoemdheid aan dankte, bleek weinig of niets te kloppen. De paradijselijke eilandsamenleving die ze had aangetroffen, bleek in werkelijkheid verscheurd te zijn door conflicten en te worden gekenmerkt door geweld en agressie. Mead was volgens Freeman door haar informanten ernstig om de tuin geleid, had van de samenleving bitter weinig begrepen, of was misschien zelfs wel overgegaan tot het vervalsen van gegevens om tot de door haar gewenste resultaten te komen.

William Foote Whyte is een van de geëerbiedigde "grootvaders' van de Amerikaanse sociologie, met een prestige dat nauwelijks voor dat van Margaret Mead onderdoet. Dezer dagen verschijnt een frontale aanval op het belangrijkste werk van Whyte, de weergaloze studie van jeugdbendes in een Italiaanse achterbuurt te Boston, die in 1943 onder de titel Street Corner Society werd gepubliceerd. De aanval is gelanceerd door Marianne Boelen, een sociologe die in Nederland geboren en getogen is en die na een jarenlang verblijf in Italië naar de Verenigde Staten vertrok. Tussen 1970 en 1989 bezocht ze, voor kortere of langere tijd, zo'n vijfentwintig keer de buurt waar Whyte's studie was gesitueerd en sprak ze met veel van de mensen die op het eind van de jaren dertig tot diens belangrijkste informanten hadden behoord. Ze heeft op deze manier een intensieve studie kunnen maken van de manier waarop Whyte ruim vijftig jaar geleden zijn geruchtmakende onderzoek verrichtte, maar ook van de visie die de buurtbewoners hebben op de verschijnselen die Whyte beschreef. Deze gegevens doen volgens haar een "totaal ander licht schijnen' op Street Corner Society. Whyte zou voor sommige verschijnselen volstrekt blind zijn geweest en lijkt andere zaken uit zijn duim te hebben gezogen. Volgens Boelen was menige buurtbewoner na al die tijd nog steeds "razend' op Whyte, omdat hij hun goede naam te grabbel zou hebben gegooid.

Er bestaat een pikant verschil tussen de affaire Margaret Mead en de zaak William Foote Whyte. Freemans vernietigende kritiek verscheen begin jaren tachtig, toen Mead al enkele jaren overleden was. Ze heeft zich nooit kunnen verdedigen. Bij Boelen en Whyte ligt dit anders, want de laatste leeft nog. In het speciale nummer van het Journal of Contemporary Ethnography dat aan de kwestie gewijd is en dat binnenkort zal verschijnen, is zijn weerwoord op Boelens aantijgingen opgenomen. Ook verschillende vakgenoten laten in deze aflevering hun licht op de kwestie schijnen.

Een interessante bijdrage is afkomstig van Angelo Orlandella, die in Street Corner Society figureert onder het pseudoniem van Sam Franco. De titel van zijn bijdrage geeft misschien nog het beste de teneur weer van de reacties die de vermetele Boelen heeft uitgelokt: "Ze mag Holland kennen, ze mag Italië kennen, maar ze weet geen donder van onze buurt'.

Riante beurs

Door een riante beurs van de Harvard University werd Whyte als veelbelovend student in staat gesteld om geheel en al naar eigen inzicht een studie te verrichten naar een onderwerp dat hem de moeite waard leek te zijn. Zijn belangstelling ging uit naar wat destijds als een klemmend maatschappelijk probleem werd gezien: de bendevorming onder immigranten in grote Amerikaanse steden. Tal van jonge mannen, afkomstig van het Europese platteland, slaagden er niet in regulier werk te vinden en hingen dag en nacht rond op straathoeken. Ze haalden daar, zoals in kringen van de gezeten burgerij werd gevreesd, méér dan alleen maar kattekwaad uit. Hoe functioneerden deze gangs? Wat waren de achtergronden?

Whyte stelde zich niet tevreden met op sensatie gerichte journalistieke reportages of met oppervlakkige statistische gegevens. Hij wilde het verschijnsel van binnenuit bestuderen en nam daartoe een voor zijn tijd bijna revolutionaire beslissing. Hij ging wonen in de North Side van Eastern City (Boston). Dit was een typische slum, die werd gedomineerd door recente immigranten uit het zuiden van Italië. Veel bewoners spraken niet of nauwelijks Engels en werden geteisterd door armoede, werkloosheid, criminaliteit, gebroken gezinnen en al die andere tekenen van wat "sociale desorganisatie' werd genoemd. Een uitgelezen voedingsbodem voor jeugdbendes en niet bepaald een omgeving waar Whyte, zèlf afkomstig van een welgestelde Amerikaanse familie, zich onmiddellijk op z'n gemak voelde.

Hij heeft ongetwijfeld iets weg moeten slikken toen hij een huurkamer vond bij de familie Orlandini, de eigenaars van een klein restaurant ter plaatse. In hun huis was geen badkamer en slechts één toilet, dat zowel door de familie als door de bezoekers van het eethuis gebruikt moest worden.

De onderzoeker woonde ruim drie jaar ter plaatse en verzamelde in die periode een schat aan gegevens. Hij richtte zich met name op de Nortons, de straatbende die onder leiding stond van de inmiddels legendarische "Dean' Pecci, beter bekend als Doc, en de Italian Community Club, een semi-politieke organisatie onder leiding van Chick Morelli.

Doc heeft een vooraanstaande rol gespeeld in het onderzoek. Hij trad op als gids en beschermer van Whyte en legde zijn ziel en zaligheid aan de onderzoeker bloot. Whyte heeft hem gebruikt als onderzoeksassistent en hem als zodanig alle eer gegeven. Doc zou ook het manuscript van Street Corner Society grondig hebben doorgelezen en van commentaar hebben voorzien voordat dit naar de drukker ging. Docs instemming met de inhoud van het boek is altijd opgevat als een belangrijke garantie voor het waarheidsgehalte van Whytes studie.

Verplichte leesstof

Met Street Corner Society heeft Whyte zijn reputatie gevestigd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Amerikaanse sociologie. Het boek is verplichte leesstof geweest van vele generaties studenten. In totaal zijn er zo'n tweehonderdduizend exemplaren van verkocht. "Het is een klassiek boek, zo kanoniek als sociologische teksten maar kunnen zijn', zoals in één van de stukken over de controverse tussen Whyte en Boelen te lezen is. Niet ten onrechte, want Whytes inzichten zijn terug te vinden in het werk van een omvangrijke schare antropologen, sociologen en sociaal-psychologen. Wie zich verdiept in de achtergronden van bendevorming kan nog steeds niet om hem heen, maar Whytes invloed reikt aanzienlijk verder dan alleen dit onderwerp. Zijn boek was een belangrijke bron van inspiratie voor Robert Mertons gezaghebbende theorie over anomie, waarin een visie wordt gepresenteerd over de oorzaken van criminaliteit. George Homans baseerde zich grotendeels op Whytes boek toen hij zijn theorie over het leiderschap in kleine groepen ontvouwde. En anderen, zoals Herbert Gans, vonden in Whytes boek de uitdaging om hun eigen onderzoek op een overeenkomstige manier uit te voeren: de al bijna even klassieke studie over The Urban Villagers, die zich in een andere Italiaanse wijk van Boston afspeelde, was er het resultaat van.

Het belang van Street Corner Society kan groot en veelzijdig worden genoemd. In de eerste plaats is in het boek een perfecte demonstratie te vinden van de onderzoeksmethode die bekend staat als "participerende observatie'. De inhoud en betekenis van deze methode zijn zelden beter beschreven dan in Whytes befaamde bijlage over de manier waarop zijn onderzoek tot stand is gekomen. In het onderzoeksverslag, dat uitmuntend geschreven is, komen de onderzochten zèlf uitvoerig aan het woord in lange citaten. Je hebt als lezer de indruk dat je de beschreven situaties en gebeurtenissen van dichtbij meemaakt.

In de methodologische bijlage formuleert Whyte tevens zijn toonaangevende denkbeelden over het vraagstuk van de validiteit van kwalitatief sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Hoe stel je vast dat het wáár is wat je hebt gevonden, als je niet kunt beschikken over "harde' cijfers? Whyte was er voorstander van om dit vraagstuk op te lossen door af te gaan op de mening van de onderzochten. Als zij zich erin herkenden, kon dit als een zwaarwegende toets worden beschouwd. Doc heeft deze gewetensfunctie dus vervuld voor Street Corner Society.

In de derde plaats biedt het boek een onovertroffen analyse van de manier waarop in kleine groepen het gedrag van de individuele leden wordt bepaald door de sociale structuur. Bowling was een favoriete bezigheid van de straathoekjongeren. Whyte liet zien, dat ieders prestaties op de bowlingbaan bepaald werden door de positie in de hiërarchie van de gang. Bij een sportieve prestatie heb je niet alleen te maken met iemands atletische vermogens, maar ook met het vertrouwen van de teamgenoten. Bendeleden die uit de gunst vielen van de leiders bleken plotseling geen kegel meer te kunnen raken, terwijl de prestaties van zwakke bowlers spectaculair verbeterden als ze in de bende meer aanzien verkregen.

In de vierde plaats geldt Street Corner Society als een klassieke community study. Terwijl het onder Whytes tijdgenoten gebruikelijk was om de achterbuurten van de grote steden te beschrijven als centra van pathologische verschijnselen, die werden gekenmerkt door zowel persoonlijke als sociale desorganisatie, toonde hij op een scherpzinnige manier de andere kant van deze medaille. Het buurtleven was wel degelijk hecht georganiseerd, zij het op basis van principes die voor de vertegenwoordigers van de gezeten burgerij moeilijk te herkennen en te aanvaarden waren. De immigranten hielden zich veelal aan codes uit hun geboortestreek, in dit geval het platteland van zuidelijk Italië. De bendevorming onder de jongeren die zich bij de straathoeken ophielden, kon worden gezien als een belangrijke aanpassing van recente immigranten op het bestaan in de nieuwe wereld. Juist deze vormen van organisatie dienden als verbindingsschakel tussen de vaak ongeletterde armoedzaaiers uit de buurt en de omringende samenleving. Via deze organisaties kregen politici, onder andere door het kopen van stemmen, greep op het stemgedrag in de buurt en konden buurtbewoners gunsten afdwingen van beschermers als gokbazen, woekeraars en andere "grote' criminelen.

Hoofd boven water

Kunnen straatbendes inderdaad worden gezien als zo'n vorm van aanpassing van recente immigranten aan een nieuwe stedelijke omgeving? Is crimineel of semi-crimineel gedrag, hoe afkeurenswaardig dit op zichzelf ook mag zijn, voor een grotendeels ongeschoolde bevolkingsgroep dé manier om het hoofd boven water te houden in een keiharde samenleving waar je alleen meetelt op grond van financieel succes?

Vooral in deze gedachtengang probeert Marianne Boelen een bres te schieten. Hoe komt Whyte ertoe het ontstaan van de gangs te beschouwen als noodzakelijke vormen van aanpassing? Boelen laat weten juist getroffen te zijn door de sterke overeenkomst van het buurtleven in de North Side van Boston en dat in de dorpjes van de Abbruzzi bij Napels. Dit is het gebied van herkomst voor tal van de immigranten waaronder Whyte zijn studie heeft verricht. "In de delicatessenwinkels, die salsamentaria heten, kun je de beroemde Italiaanse worsten en kazen kopen. Volgens de Italiaanse traditie heeft de slager de huiden van de geslachte schapen, met de kop er nog aan, buiten gehangen. In de café's is alleen een grote varieteit aan kopjes koffie te krijgen, geen sandwiches of donuts. De typische Italiaanse restaurants adverteren met traditionele Italiaanse recepten. De enige taal die je op straat hoort spreken is Italiaans'.

Maar de overeenkomst is niet alleen uiterlijk, ze geldt eveneens voor de sociale structuur. Het rondhangen op straathoeken, aldus Boelen, is een typisch gebruik van Italiaanse mannen. Het heeft niets te maken met "aanpassingsgedrag' in een stedelijke omgeving, maar alles met de traditionele gezinscultuur in Italië en de strikte rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Op straat doen de mannen zaken, bespreken ze de gebeurtenissen van de dag en sluiten ze vriendschappen voor het leven. De plaats van vrouwen is thuis, en mannen zouden als zachte eitjes worden beschouwd als ze zich al te veel in die sfeer zouden bewegen. Dat Whyte hier niets van begrepen zou hebben, verklaart Boelen uit het feit dat hij de taal niet sprak ten tijde van het onderzoek en nooit in Italië was geweest. Hij was blind voor de rol van vrouwen en het gezinsleven.

De suggestie dat de straathoekbendes iets met criminaliteit te maken zouden hebben, wordt door Boelen met kracht ontkend. De racketeers, die via bendes als de Nortons in verbinding zouden staan met het buurtleven, speelden volgens haar een uitermate perifere rol in de gemeenschap. Bovendien gebruikt Whyte weliswaar de term gang, maar staat in het hele boek geen enkele criminele activiteit van de gangs beschreven. Uit Boelens betoog krijg je de indruk dat de "bendeleden' in feite brave, oppassende jonge mannen waren, die altijd hard hebben gewerkt en nooit van het rechte pad der deugdzaamheid zijn afgeweken.

Zij is ook van mening dat Whyte de buurt een slechte dienst bewezen heeft door consequent te spreken van een slum: daar was geen enkele aanleiding toe. In feite ging het om een keurige, zij het arme, arbeidersbuurt en zo'n buurt is het in allerlei opzichten nog steeds. Whytes interpretatie moet volgens haar zijn ingegeven door een merkwaardig soort romantiek, kenmerkend voor een telg uit een beschermd milieu, waardoor armoede omgeven wordt met een waas van heroïek en onbekende vormen van gedrag worden gezien als afwijkend en crimineel. Op zo'n manier maak je doodgewone zaken spannend en sensationeel.

Dat dit zelfs voor kleine details geldt, laat Boelen zien aan de hand van de huurkamer die Whyte tijdens het onderzoek had betrokken. Deze was volgens haar helemaal niet zo armetierig als in het onderzoeksverslag beschreven staat. De familie Orlandini dreef volgens haar een chique restaurant, waar beroemdheden als Caruso regelmatig kwamen dineren en waar de toiletfaciliteiten alleszins redelijk waren.

Jeugdzonden

Met enige goede wil zou je die interpretatiefouten af kunnen doen als de jeugdzonden van een jonge onderzoeker met een al te levendige fantasie. Erger is het volgens Boelen gesteld met Whytes pretentie dat Docs instemming met Street Corner Society kan dienen als overtuigend bewijs dat het allemaal waar is wat hij in het boek heeft beweerd. Hoewel Doc als enige van de belangrijkste informanten is overleden, slaagde Boelen er in de twee zoons van Doc te spreken te krijgen. Volgens deze getuigen is Whytes boek de genadeslag geweest voor hun vader. De woede bij de bewoners van de North Side over het afschilderen van de wijk als een semi-criminele achterbuurt, zou zich begrijpelijkerwijs hebben gericht op de persoon die door de schrijver als medeplichtig voor de inhoud naar voren wordt geschoven. "Bill Whyte heeft een fortuin verdiend, maar hij heeft het leven van onze vader erdoor kapot gemaakt', merkten de zoons verbitterd op tegen Boelen.

Doc was ooit een geziene figuur in de buurt, maar op den duur is hij gedwongen geweest te verhuizen naar een buitenwijk. Hij was vooral geknakt omdat hij volgens zijn zoons nooit één letter van het manuscript heeft gezien en net zo verrast was als de meesten dat er een boek over de buurt verscheen. Whyte zou daar met geen woord over hebben gesproken. Boelen meent goede redenen te hebben om te beweren dat Doc het boek van a tot z zou hebben afgekeurd als hij het van te voren ter inzage had gekregen.

Linguaphonecursus

Wie heeft gelijk? Whyte wordt door zijn collega's die hebben bijgedragen aan het speciale nummer van het Journal of Contemporary Ethnography uitdrukkelijk in bescherming genomen, maar hij verdedigt zichzelf ook met verve. Hij geeft toe nooit in Italië te zijn geweest vóór zijn verblijf in de North Side, maar hij sprak wel degelijk Italiaans, geleerd met behulp van een Linguaphonecursus van dertig lessen, en hij had zich op het onderzoek voorbereid door het lezen van de uitgebreide Biblioteca delle Tradizioni Populare Siciliano, geschreven door de bekende Siciliaanse arts Giuseppe Pitré. Whyte beschikt over tal van documenten, waaronder persoonlijke correspondentie, die op het onderzoek betrekking hebben en kan nogal overtuigend laten zien dat Doc zich wel degelijk over het manuscript van Street Corner Society heeft gebogen en dat zijn huurkamer precies zo armoedig was als hij het beschreven had. Boelen is bij haar speurtocht soms op verkeerde paden terechtgekomen en heeft een aantal belangrijke informanten over het hoofd gezien, zegt Whyte.

Tenminste zo interessant is de kwestie van de uiteenlopende interpretaties van wat er in Boston heeft plaatsgevonden. Was er nu eigenlijk sprake van een misdadige achterbuurt, van jeugdbendes die in contact stonden met corrupte politici en vertegenwoordigers van de georganiseerde misdaad?

Voor een deel zijn de verschillen in interpretatie terug te voeren op de sociale verandering die heeft plaatsgevonden tussen de periode waarin Whyte zijn onderzoek verichtte en de tijd dat Boelen in Boston rondliep. De welvaart is gestegen, er is veel minder werkloosheid dan in de jaren dertig. Dit kan verklaren waarom de vertegenwoordigers van de georganiseerde misdaad momenteel een minder prominente positie in de buurt innemen dan voorheen. Bovendien merkt Whyte op dat ook al tijdens zijn eigen onderzoek mensen doorgaans terughoudend waren met het geven van informatie over de invloed van de racketeers. Maar al werden de contacten met de onderwereld meestal ontkend, ze bestonden wel degelijk.

De indruk van een romantische overdrijving kan op een andere manier worden verklaard dan Boelen heeft gedaan. Whyte wijst erop dat termen als slum en gang destijds een andere betekenis hadden dan nu het geval is. Het begrip gang was niet direct geassocieerd met criminaliteit. In Hollywood werden afleveringen gemaakt van Our Gang Comedies en deze filmpjes hadden betrekking op vrolijke kwajongens van het type Dik Trom. De exclusieve verbinding die wordt verondersteld met geweld, terrorisme en misdaad is iets van de laatste tijd. Bij het begrip slum ging Whyte uit van meetbare criteria als armoede, werkloosheid, bevolkingsdichtheid en kwaliteit van de woningen. Aangezien dit uitdrukkelijk vermeld wordt in Street Corner Society, grenst het volgens Whyte aan kwaadwilligheid dat Boelen dit verzwijgt en het gebruikt om Whytes motieven in een kwaad daglicht te stellen. Een storm in een glas water?

Eén werkelijkheid

Kenmerkend voor de discussie rond Street Corner Society is de veronderstelling die er aan ten grondslag ligt. Boelen beweert dat Whyte de werkelijkheid geweld aan heeft gedaan en dat haar visie de juiste is. Angelo Orlandello roept uit dat Boelen er niets van begrepen heeft en dat zijn eigen opvatting de enige ware is. Ook Whyte maakt aanspraak op de waarheid en verwerpt de visie van Boelen.

Het is alsof de deelnemers van mening zijn dat er slechts één werkelijkheid bestaat, onafhankelijk van de onderzoeker en zijn of haar interpretaties. Maar je zou de affaire Whyte, of de affaire Boelen, ook anders kunnen zien en met terugwerkende kracht is dat eveneens van toepassing op de affaire Mead versus Freeman en op andere, soortgelijke kwesties, die zich in de geschiedenis van de sociale wetenschappen hebben afgespeeld.

Ieder sociaal-wetenschappelijk onderzoek is nauw verweven met de biografie, de politieke opvattingen, de intellectuele achtergrond en het sociale milieu van de onderzoeker. Hoe de onderzoeker interpreteert en de manier waarop hij schrijft, dit alles maakt onvermijdelijk deel uit van de verschijnselen waarover hij rapporteert. Niemand kan zich daar van los maken, ook niet behulp van de meest strikte methodologische richtlijnen. Uiteindelijk gaat het erom hoe dit heikele probleem, dat sociaal-wetenschappelijk onderzoek dikwijls zo moeilijk, maar ook zo boeiend maakt, in de praktijk vormgegeven wordt.

Waar gaat de loyaliteit van de onderzoeker het meest naar uit? Naar allerlei regels die zijn opgesteld door het wetenschappelijke establishment waartoe hij behoort, of de wereld van de onderzochten?

Het is duidelijk dat Whyte destijds voor zijn onderzoek naar de Nortons een ongebruikelijke aanpak koos. Hij overtrad de spelregels van de toen bestaande wetenschappelijke wereld om beter recht te kunnen doen aan wat hij meende dat de diepere werkelijkheid van de straathoekensamenleving was. Zijn eigenwijsheid leverde hem roem op in diezelfde wetenschappelijke wereld, maar toch ook erkenning van sommige inwoners van de roemruchte North Side. Eén van hen schreef hem vlak na de publikatie van zijn boek de volgende regels: "Bill, je boek is fantastisch!! Je hebt ons een onschatbare dienst bewezen. Waarom? Omdat het een eerlijk boek is en omdat je hebt laten zien dat er in onze buurt èchte mensen wonen'.