Republikeinen - waar zijn ze toch?

Nederlanders zijn republikeinen. Waarvoor zouden wij anders tachtig jaar tegen de koning van Spanje hebben gevochten terwijl wij hem altijd hebben geëerd?

De NOS heeft dit jaar een enquête gehouden over de monarchie. Meer dan zeventien procent van de ondervraagden sprak zich uit voor een republiek - al had zestig procent van hen geen flauw idee wie dan de president zou moeten worden. Zo'n tweeëneenhalf miljoen republikeinen zou Nederland dus moeten tellen. Waar houden die zich toch schuil?

In boekhandels die vroeger vol lagen met revolutionaire lectuur, zoals Fort van Sjako of Athenaeum in Amsterdam, zoekt men in 1992 vergeefs op de planken naar een spoor van republikeins sentiment. Woedende pamfletten, vlammende periodieken en gestencilde brandbrieven ("Leef in chaos' of "Konfrontatie') schrijven nu over asielzoekers, krakers, vrouwen en milieuridders. Republikanisme is geen item meer.

Dat is wel eens anders geweest.

In 1815 veranderden de Europese vorsten met een korte paragraaf de Republiek in een monarchie, de stadhouder in een koning, Willem VI in Willem I: “Les provinces unies dont se compose la Hollande formeront conjointement avec les provinces belges et les districts cédés par l'art. 20 à S.A.R. le Prince souverain des Provinces Unies un seul royaume sous la dénomination de Royaume des Pays-Bas.” Willems moeder, Wilhelmina, had haar zoon al in 1813 gewaarschuwd: “Ik zou u echter sterk moeten aanraden, zelfs de schijn te vermijden van een koningschap te zoeken (...) al ware het alleen maar om het vooroordeel, dat in het land nog zolang tegen de titel heeft bestaan”.

Het zou altijd blijven bestaan. Nooit heel revolutionair, daarvoor hadden de Nederlandse vorsten te weinig macht. Eerder schimpend, zoals in de brochure "Uit het leven van Koning Gorilla', waarin Willem III wordt voorgesteld als een zuipende mandril, een neukende stier en een boerend zwijn.

De leider van de SDAP, Troelstra, ondernam in 1918 een serieuzer poging om de monarchie, die hij eerder nog een "onschadelijk ornament' had genoemd, omver te werpen. Hij riep arbeiders en soldaten op zich te organiseren in Raden en de macht in Nederland over te nemen. Dat bleek een historische vergissing, zoals hij na enkele dagen moest toegeven.

In de jaren zestig laaide het republikanisme weer even op, gevoed door het huwelijk van kroonprinses Beatrix met een Duitser, Claus von Amsberg. “Het volk dat geheel uit min of meer lauwe monarchisten had bestaan, bleek plotseling grote aantallen republikeinen rijk te zijn”, schreef Aad Nuis in 1966. Provo's, Kabouters, Harry Mulisch, ieder fatsoenlijk progressief mens was in die dagen republikein.

In datzelfde jaar luidt punt zeven van het programma-boekje van Nieuw Links, "Tien over Rood': “Het is wenselijk dat Nederland een republiek wordt zodra de regering van koningin Juliana eindigt”. (Punt vijf: “Erkenning van de DDR en van de Vietcong is noodzakelijk”, zo zie je maar hoe snel de wereld verandert).

André van der Louw, een van de tien die over Rood schreven, heeft 25 jaar later weer een "sociaal-democratisch vernieuwingsplatform' in het leven geroepen. Gedachten over republiek versus de monarchie komen daar niet voor, zegt hij zelf. “De wijze waarop koningin Beatrix haar zaakjes doet, heeft het punt kennelijk en in elk geval bij mij minder urgent gemaakt.”

Het Oranje-gevoel lijkt het gewonnen te hebben. Volksgevoelensvertolker nummer één, André Hazes, zong het met zoveel woorden in 1988: “Wij houden van Oranje om zijn daden en zijn doen”.

Is de republikeinse Nederlander dan uitgestorven? Niet volkomen. Leden van de opnieuw op te richten PSP zullen zich 20 juni uitspreken over het mandaat voor de partij. Een van de stellingen daarin luidt: “Nederland zij een republiek zonder president. Leve de Republiek!” Voorzitter Fries de Vries is niet helemaal pessimistisch over de toekomst van de republiek Nederland. “Dat kan weer komen.” Maar hij geeft dadelijk toe dat het ledental ver verwijderd blijft van het republikeins potentieel van tweeëneenhalf miljoen mensen: “Tussen de 260 en 270. En volstrekt geïsoleerd”.

Zelfs een woordvoerster van de BVD, toch niet kinderachtig in het signaleren van bedreigingen voor de staat, lacht en zegt dat ze zich niet kan voorstellen dat haar dienst nog republikeinen in Nederland in het oog houdt - voor ze meedeelt dat zij natuurlijk geen lijst naar buiten kan brengen van gevaarlijke groepen.

De enige echte republikein (“in hart en nieren”) die Nederland rijk schijnt, is een Fransman. Sylvain Ephimenco, correspondent in Nederland voor Libération, vindt de monarchie, hoe onschuldig ook, “een vlek op het blazoen van de Nederlandse democratie. Vive la république!”