Principiële bezwaren tegen directe EG-steun aan boeren halen het niet; Bukman haalt tactisch bakzeil bij hervorming landbouwbeleid EG

LUXEMBURG, 30 APRIL. Piet Bukman over Ray MacSharry: “Het is geestig om te zien hoe iemand zo slecht kan luisteren. Wel tien keer zijn er principiële dingen tegen hem gezegd, maar hij gaat daar gewoon niet op in. Een discussie over de principes van het landbouwbeleid is nog niet gevoerd. Maar hij opereert met een stugheid en een gebetenheid die het moeilijk maken een voet tussen de deur te krijgen”.

Dat was nog geen twee maanden geleden het oordeel van minister Piet Bukman van landbouw over de halsstarrigheid waarmee EG-commissaris Ray MacSharry bleef vasthouden aan zijn voorstellen om het Europese landbouwbeleid grondig te wijzigen. Een maand geleden gaf Bukman toe: met zijn principiële verzet tegen de plannen van MacSharry is Nederland langzamerhand tamelijk geïsoleerd komen te staan.

Deze week kwam dan eindelijk het verlossende woord uit Luxemburg: de onderhandelingen over de landbouwhervorming gaan hun finale stadium in en om niet buiten spel te komen staan, geeft Nederland zijn principiële verzet op. Bukman door de bocht, verjaardagscadeautje voor de gisteren 54 jaar geworden Mac the Knife.

Niet bekend

Tot dusver ging het gemeenschappelijke landbouwbeleid, waarvan de fundamenten werden gelegd door de voormalige Nederlandse EG-commissaris Mansholt, uit van prijssteun voor agrarische produkten. Die prijssteun garandeerde de boer zekerheid omtrent zijn inkomen (en moedigde hem daardoor aan te investeren in moderne produktiemiddelen). Die steun was ook in lijn met Mansholts credo: daar produceren, waar het het efficiënts kan. Dat verklaart waarom in de jaren zestig en zeventig het Nederlandse platteland werd volgebouwd met ligboxenstallen voor koeien.

Het systeem werkte uitstekend, tot het moment dat de EG meer dan zelfvoorzienend werd. Om de prijssteun te garanderen moet het teveel aan produkten op kosten van de EG worden opgeslagen (boter- en vleesbergen) of worden gedumpt op de wereldmarkt (graan). Vanaf dat moment werd het systeem, juist door zijn produktiestimulerend effect, peperduur.

Aanvankelijk werd gepoogd het budget te ontlasten door de prijzen te bevriezen of te verlagen (onder ander via zogenoemde medeverantwoordelijkheidsheffingen en stabilisatoren). Maar die aanpak heeft slechts een averechts effect opgeleverd: de boeren verhoogden hun produktie nog verder terwijl hun inkomen steeds verder achteruit ging.

Een eerste principiële ingreep kwam in 1984 in de zuivelsector. Door middel van quota's werd de melkproduktie per boerderij vastgelegd: wie meer produceert, moet een boete (superheffing) betalen. Nederland was fel tegen introduktie van de superheffing: quotering legt de bedrijfseconomische ontwikkeling van gezonde bedrijven (lees Nederlandse zuivelbedrijven) aan banden, was het argument. Maar de Nederlandse boeren zelf hebben de afgelopen jaren niet geklaagd. Zij hebben vette jaren achter de rug omdat door het quotasysteem een kunstmatige krapte op de markt werd gecreeerd. Daardoor waren de melkprijzen relatief hoog.

Maar inmiddels is een kentering opgetreden. De voorraad boter neemt de afgelopen tijd weer ontustbarend toe, net als de overschotten aan rundvlees en graan. Het EG-budget komt daardoor onder druk te staan, en dat in een tijd dat alom wordt gestreefd naar bezuinigingen of naar geld voor nieuw beleid (bijvoorbeeld in het kader van Delors II). Onder leiding van de weerbarstige Ier MacSharry is de Europese Commissie nu vast besloten om te breken met het traditionele beleid van pappen en nathouden.

Vorig jaar zomer legde MacSharry zijn plan op tafel. Daarin wordt voorgesteld om de prijzen drastisch te verlagen (granen met 35 procent, rundvlees met 15 procent en zuivel met 10 procent) zodat ze meer op het niveau van de wereldmarkt komen te liggen. Om het inkomensverlies te compenseren, krijgen de boeren directe inkomenssteun, op voorwaarde dat ze een deel van hun land (15 procent voor granen) braak laten liggen. Melkveehouders krijgen inkomenssteun als compensatie voor verlaging van de quota.

In feite komt het er op neer dat de boeren hun inkomen voortaan voor een deel rechtstreeks uit de EG-kas zullen krijgen. Ze worden een soort van bijstandstrekkers, iets waar minister Bukman grote psychologische problemen mee heeft omdat hij boeren ziet als echte ondernemers. Principieel heeft Bukman dezelfde bezwaren tegen inkomenstoeslagen als tegen de melkquota: de autonome ontwikkeling van de bedrijven wordt erdoor gefrustreerd.

Voor Bukman is de landbouw in de eerste plaats een economisch gegeven. Dat druist regelrecht in tegen de benadering van MacSharry en met name de zuidelijke lidstaten van de EG. Die zien landbouwbeleid ook als een beleid om het platteland leefbaar te houden. Zowel in sociaal opzicht als uit oogpunt van natuurbehoud.

Voor Bukman is het duidelijk geworden dat hij zijn "enge economische' visie niet overeind kan houden tegenover de meerderheid van de ministers. Daarom acht hij het uit tactisch oogpunt verstandig om nu bakzeil te halen en om zijn energie te richten op het bijsturen van het eindresultaat in Nederlandse richting. Hij wil de schade zoveel mogelijk beperken. Daarbij gaat het onder andere om de volgende punten. Bukman wil de rol de inkomenstoeslagen zo beperkt mogelijk laten zijn. Dat kan bijvoorbeeld door de toeslagen nominaal te bevriezen zodat de inflatie er in de loop van de jaren steeds meer afknabbelt. Ook moeten de boeren niet te ruimhartig worden gecompenseerd voor prijsverlaging. “Ze mogen ook voelen dat er overschotten zijn”. In ieder geval moet de “handje contantje-mentaliteit” van de zuidelijke lidstaten bestreden worden, vindt Bukman. MacSharry heeft berekend dat zijn inkomensplannen eerst zullen leiden tot een verhoging van het landbouwbudget en dat ze vervolgens besparingen zullen opleveren ten opzichte van ongewijzigd beleid.

Bukman vertrouwt de berekeningen van de Ierse commissaris absoluut niet. Hij denkt dat het inkomenssysteem van MacSharry uiteindelijk veel duurder zal uitpakken dan het huidige beleid. Bukman wil daarom dat de ministers van financiën een duidelijke uitspraak doen over de grens waarbinnen het landbouwbudget moet blijven. Hij zal zijn collega Kok vragen daartoe het initiatief te nemen. Bukman vreest dat het landbouwbeleid nieuwe stijl tot nog meer bureaucratie zal leiden en tot nog meer fraudegevoeligheid. Aan dat aspect moet de Commissie meer aandacht besteden. Ook moet de Commissie van te voren duidelijk aangeven hoe regelingen in de lidstaten moeten worden uitgevoerd, opdat er niet achteraf “gedonder” over ontstaat. In de plannen van MacSharry worden de kleine boeren ontzien ten opzichte van de grote. Bukman vindt die "discriminatie' onaanvaardbaar.

Bukman en zijn collega's hebben gisteren tot laat in de avond doorvergaderd over de hervorming van het landbouwbeleid. De geesten zijn rijp om, vermoedelijk in de tweede week van mei, knopen door te hakken in een marathonzitting. Dan zal de vraag worden beantwoord of het landbouwbeleid echt wordt hervormd.

Het grootste gevaar dat MacSharry bedreigt, is dat er een compromis uit de bus komt tussen zijn plannen en de opvattingen van Bukman. Zo'n middenweg zou dan leiden tot geringe prijsdalingen, gecompenseerd door geringe inkomenssteun. Bij zo'n halfslachtige keuze wordt de essentiële doelstelling van de hervorming niet bereikt: de Europese landbouw in prijs concurrerend maken op de wereldmarkt en daarmee de overschotten laten verdwijnen. Vandaar dat MacSharry gisteren in de onderhandelingen met nadruk vasthield aan een forse verlaging van de graanprijs. Gaat de graanprijs minder omlaag dan de Commissie voorstelt, dan zullen de boeren meer van hun grond onbewerkt moeten laten liggen om het beoogde evenwicht te bereiken, waarschuwde de Ier.