Opgemaakt

Vroeger viel me bij foto's van de huidige vorstin vaak op dat zij oogschaduw had gebruikt, blauwe oogschaduw.

Ik vond dat geen prettig gezicht. Ten eerste wegens de twijfel of het wel helemaal gepast was dat een vorstin zoiets deed, althans in een waarneembare vorm. En daarbij kwam die helderblauwe kleur; hij maakte haar ogen niet sprekender, haar gezicht niet aantrekkelijker, hij deed eigenlijk niets méér dan zeggen: hallo, hier oogschaduw. Zij gebruikte hem zoals veel dames lippenstift opdoen. Hun mond wordt er niet mooier van, maar opgemaakt staat netjes.

Haar moeder zal cosmetica slechts gebruikt hebben bij bals en galadiners, tegen haar zin denk ik, want zij hield niet van die dingen. Háár moeder had het makkelijker, die leefde in een wereld waarin men ronduit tegen dergelijke frivoliteiten kon zijn. In die wereld kneep een meisje zichzelf een paar keer stevig in de wangen, of beet op haar lippen, om ze een blosje te geven. 's Ochtends met de tandenborstel je wenkbrauwen fatsoeneren was al frivool.

Maar allengs verandert alles. Eerst mag het niet, dan doet iedereen het, ten slotte moet het. Zoals eerst het dragen van een corset pure ijdelheid was, terwijl een paar eeuwen later een dame zonder corset geen dame was doch een sloerie. Uiteindelijk werden de banden weer geslaakt en raakte het corset, via het stadium van de step-in, uit de gratie. Lippenstift heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt. Een vorstin zonder een vleugje lipstick is nu ondenkbaar. Wel zijn we intussen al zover bevrijd dat het ook mogelijk is om ervan af te zien. Maar wie principieel tegen is, is of orthodox-gelovig, of al lang dood.

(Men huivert bij de gedachte aan wat de toekomst nog zal brengen. Die roestbruine vegen op de wangen, Dallas-kleuren zeg maar, zullen die ooit bon ton worden aan het hof?)

Het is nogal uit de mode om je af te vragen waarom vrouwen zich opmaken, en of dat wel in de haak is. Komt dat doordat het een borreltafel-achtig onderwerp is waarmee je toch niets bereikt? Dan weet ik nog wel een paar andere, op het ogenblik veel besproken verschillen tussen mannen en vrouwen - bijvoorbeeld de kwestie of vrouwen van nature koesteren en mannen genetisch veroveren. Alsof dat geen loze discussie is.

Ach, maar een likje verf is zo onbelangrijk, zeggen ze; hongeren voor de lijn, de boezem opvullen met siliconen, dat zijn de echte misstanden. Niemand wil zich druk maken over een beetje make-up. En komen er niet steeds meer mannen die cosmetica gebruiken? Dat laatste is onzin, want mannen gebruiken scheerwaters, shampoo en hooguit wat zalven. Slechts drieëneenhalve hoofdstedelijke homoseksueel waagt het om het vleugje lipstick, het pietsie oogschaduw of mascara van de eerste de beste mevrouw in Assen op zijn gezicht te smeren.

Het is de dodelijke combinatie van onbelangrijkheid en onuitroeibaarheid die het optutten tot een vergeten kwestie heeft gemaakt. Waarom zouden vrouwen het niet doen, als zij het graag willen? Het reddende rolmodel is het nieuwe slag carrièremaaksters in mannensferen zoals de beurs, de balie, de bank; niet type Beatrix, maar type Neelie. Die zorgen er ook wel voor dat zij keurig geverfd en gekapt zijn. Je kunt nu eenmaal niet tegelijk protesteren tegen de heersende normen en hogerop komen. Ja, zelfs beroepsfeministen poseren ongegeneerd als ouderwetse schoonheid die van haar wenkbrauwpotlood en haar lipstick, haar fond-de-teint en haar blusher geen geheim maakt; zie, op het omslag van de nieuwste Opzij, de Utrechtse hoogleraar in de vrouwenstudies Rosi Braidotti. Waarom ook niet?

Waarom wel, blijft de echt interessante vraag. Niets is minder verplicht, maar hele, vrouwelijke, volksstammen doen het. Conventie? Behaagzucht? Genetica soms? Terwijl op het gebied van kleding de vrijheid is gegroeid en de normen zijn vervaagd, is hierin geen verandering te bespeuren. Als de emancipatie van de Nederlandse vrouw moest worden afgemeten aan de hoeveelheid cosmetica die zij er jaarlijks doorheen jaagt, dan is er de laatste kwart eeuw niets bereikt: integendeel.