Op de vlucht voor de mode

De gebreide kleren van Marta de Wit zien er simpel uit, maar zijn het niet, en de drager kan er naar hartelust mee experimenteren: gebreide punten kunnen gedrapeerd worden, truien hebben meerdere slurfkragen en soms wel drie halsopeningen. De Stichting Profiel kende De Wit onlangs de tweejaarlijkse "Profielprijs' toe voor haar speurtocht naar de mogelijkheden en beperkingen van de breitechniek. “Mijn kleren moeten zowel door mijn oud-tante, mijn yuppiebroer als mijn vorige punkvriendje gedragen kunnen worden.”

Kleren van Marta de Wit zijn in Nederland o.a. te koop bij Exponent in Amersfoort, Marzee in Nijmegen en bij Part of Art in Groningen. Inl 085-510757

Ze voelt zichzelf eigenlijk helemaal geen breier, zegt ze. Integendeel. Toch staat haar naam al tien jaar voor gebreide kleding van wol of katoen en linnen. In die tijd heeft Marta de Wit met haar ontwerpen van slurftruien, piramidenjurken en flapvesten een eigen positie verworven in de Nederlandse modewereld. Liefhebbers vergelijken haar sobere, strenge maar draagbare collecties zelfs met die van befaamde Japanse ontwerpers als Miyake of Yamamoto.

Zelf blijft Marta de Wit (36) nuchter onder de loftuitingen: “Een jaar of tien geleden kwam ik heel toevallig een breimachine tegen, die ik mee naar huis nam. Ik ben toen gaan breien en sindsdien niet meer gestopt. De techniek van het apparaat had veel beperkingen, maar dat bleek voor mij juist een grote uitdaging. Ik begin waar de mode-industrie eindigt. Die houdt zich bezig met het verfraaien van het uiterlijk, voor mij is het constructieve denken bepalend voor het silhouet van mijn ontwerpen. Ik speel met vormen.”

Voor haar speurtocht naar de mogelijkheden en beperkingen van de breitechniek kende de Stichting Profiel onlangs aan Marta de Wit de tweejaarlijkse "Profielprijs' toe. “Een hele eer,” vindt zij zelf, “en een prettige waardering voor tien jaar hard werken en ploeteren.” De prijs van de Stichting Profiel is bedoeld voor personen die een bijzondere bijdrage hebben geleverd op het gebied van de textielkunst en vormgeving. Eerder ontving Wil Bertheux, voormalig hoofdconservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam, de vijfduizend gulden en bijbehorende trofee van Sonja Besseling. De prijsuitreiking aan Marta de Wit vindt eind augustus plaats.

Ik spreek De Wit op haar Arnhemse etage, die bezaaid ligt met proeflappen en draadjes wol. Haar liefde voor kleding dateert van lang geleden. “Als kind was ik altijd aan het knutselen aan mijn uiterlijk,” zegt zij. Op de academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem groeide het verzet tegen de eis er elke dag leuker uit te zien dan de vorige, iedere dag nieuwe kleren aan te schaffen en deze weer van de hand te doen voordat ze versleten waren. De Wit: “Het vluchtige tempo van de mode bracht me in verwarring. Uit baldadigheid heb ik een jaar lang geen kleren meer gekocht. Geen nieuwe onderbroeken, geen nieuwe hemden, niets. Ik deed het met wat ik in mijn kast had hangen. Op die manier leerde ik de kwaliteiten van kleding opnieuw waarderen. Sindsdien ben ik alleen maar strenger voor mezelf geworden.”

Kortom, het was voor De Wit tijd een eigen modefilosofie te formuleren waarin comfortabele en niet aan trends onderhevige kleding de belangrijkste rol spelen. Sobere en soms zelfs sombere kleuren onderstrepen dit devies. Opdat de kledingstukken soepel om het lichaam vallen, worden ze in tricotsteek en zo veel mogelijk uit één stuk gebreid. De Wit werkt met een minimum aan naden, want dan valt het breisel mooier. Waar nodig, worden de gebreide lappen later "onzichtbaar' met de hand vastgezet. Ingrepen als knippen en het aanzetten van knopen zijn uit den boze.

Ondanks deze strenge opvattingen zijn De Wits ontwerpen niet saai. Het is de bedoeling dat de drager zelf "iets doet' met het kledingstuk. Gebreide punten kunnen gedrapeerd worden, truien hebben slurfkragen of zelfs drie halsopeningen waaruit gekozen kan worden. Hiermee hoopt De Wit een grote doelgroep aan te spreken: “Mijn kleren moeten zowel door mijn oud-tante, mijn yuppiebroer als mijn vorige punkvriendje gedragen kunnen worden. De meeste modestijlen scheppen een kunstmatig, glossy beeld, waarbij mensen niet blij mogen zijn met eventuele tekortkomingen van hun eigen lichaam. Ik ga juist met opzet niet uit van ideale maten. Tegen alle adviezen in heb ik in mijn laatste catalogus een heel dik model gebruikt: ik vind dat prachtig.”

De Wit wil haar ontwerpen zo produceren dat er een minimale schade aan het milieu ontstaat. “De tien jaar dat ik bezig ben, probeer ik zo verantwoord mogelijk met mijn materiaal om te gaan. Ik word kotsmisselijk als ik nu zie dat grote modebedrijven als Benetton en Esprit ook "de ecologie' ontdekt hebben. Dat soort van bedrijven gebruikt het milieu als verkooptruc. Dat vind ik immoreel.”

Het zien van traditionele kleding in andere culturen houdt De Wits denken over kleding "gezond', zoals ze het uitdrukt. “Ik heb reizen gemaakt naar Indonesië, Egypte en Mexico, en steeds stond ik versteld. De mensen daar waren precies gekleed zoals ik het met mijn ontwerpen bedoel. Traditionele kleding heeft zich door de eeuwen ontwikkeld tot een vorm die maximaal comfort garandeert in vaak moeilijke levensomstandigheden. Of de mensen nu dik, dun, klein of lang zijn: hun kleren zitten vaak als gegoten. Als ik dat zie, word ik overvallen door moedeloosheid; ik vind mijn werk plotseling waardeloos. Toch vind ik dat ik die confrontaties moet blijven opzoeken. Ik moet terug naar mijn oude uitgangspunten en helemaal opnieuw beginnen. Terug naar de basis van alle mode: het menselijk lichaam.”

Alle kleding van De Wit wordt ambachtelijk en op kleine schaal in Nederland geproduceerd. Zij wil “geen medeplichtige zijn aan een marktsysteem dat is gebaseerd op goedkope arbeidskrachten in Derde Wereld-landen.” Haar halfjaarlijkse collecties verschijnen in kleine oplages en zijn te koop in negen Nederlandse en twee Belgische winkels. Het enige dat ze jammer vindt, is dat haar garens uit Frankrijk en Zweden komen, want ze is er trots op als mensen zeggen: "Breisels van Marta de Wit? Die zijn zo Nederlands als wat.'