K.i-kinderen

In zijn artikel van 24 april schrijft O. Revier dat men niet kan uitleggen waarom een kind recht heeft op het kennen van zijn biologische vader. Ik zou de vraag liever omdraaien: waarom zou een kind GEEN recht hebben op het kennen van zijn biologische vader?

Het argument dat hij zelf noemt om het opheffen van de donoranonimiteit tegen te gaan, is dat dit tot minder beschikbare anonieme donors zou leiden.

Ik mis in dit betoog het vermogen zich in te leven in de behoefte van een kind om zijn wortels te kennen. Binnen de wetenschap neemt het onderzoek naar de oorsprong van de mens een belangrijke plaats in. Is het dan zo moeilijk om je voor te stellen dat wat in het groot voor de mensheid geldt in het klein voor het individu ook van wezenlijk belang is?

Wat mij benauwt is de depersonalisatie van de ene mens ten gunste van de één of andere behoefte van een ander. De anonieme zaaddonor depersonaliseert niet alleen zichzelf (in zijn functie van ouder), maar ook zijn kind. Als daarin nog meer grenzen worden verlegd, verwordt de mens tot een machine, waarvan de onderdelen voor steeds oneigenlijker doeleinden worden gebruikt. Het is daarom maar goed dat veel k.i.-kinderen behoefte hebben aan kennismaking met hun vader.

Het kind dat gemaakt wordt met zaad van een donor is een mens met een bewustzijn en geen plantje. Volgens mij zijn we ermee gediend als er minder donors komen door het opheffen van de anonimiteit. Diegenen die dan overblijven hebben tenminste enig benul waar ze mee bezig zijn.