Inktvissen leren sneller door imitatie dan door beloning

Inktvissen die een soortgenoot in een naburig aquarium bezig zien om uit twee gekleurde ballen de juiste keus te leren maken kijken dat kunstje snel af, ook al krijgen zij daar - anders dan de buurman - geen beloning voor.

Het is opmerkelijk dat deze vorm van observerend leren (dus door een soortgenoot na te apen) bij de inktvis zelfs nog sneller verloopt dan het oorspronkelijke geconditioneerd leren (waarbij goed gedrag wordt beloond en fout gedrag bestraft). Dat melden Italiaanse onderzoekers van het Laboratorium voor Neurobiologie in Napels deze week in Science.

Bij sociaal levende hogere diersoorten, en ook bij de mens, is observerend leren vanzelfsprekend, maar bij ongewervelde dieren was het nooit eerder aangetoond. De onderzochte inktvis, Octopus vulgaris blijkt een opvallend snelle leerling. Vijf dagen lang herhaalden de dieren foutloos een eenmaal afgekeken gedragspatroon. Dat is des te opmerkelijker omdat deze dieren in de natuur niet sociaal leven en dus weinig kans hebben om hun soortgenoten na te apen.

De training verliep in drie stappen. In de eerste fase kregen de "voorbeeld'-inktvissen een training, waarbij ze telkens uit twee ballen moesten kiezen. Koos het dier de juiste bal, dan werd het beloond met een klein stukje vis dat onzichtbaar achterop de bal geplakt zat. Koos de inktvis de verkeerde bal, dan werd hij gestraft met een elektrische schok. Er werden twee groepen voorbeeldinktvissen getraind, de ene op rode en de andere op witte ballen. De training duurde tot het dier vijf maal achtereen goed had gekozen. Bij de rode ballen was dat gemiddeld na 16,8 keer, bij de witte ballen na 21,5 keer (een significant verschil, overigens. Ongetrainde inktvissen hebben van nature een voorkeur voor rood.)

Eenmaal getraind moesten de "voorbeeldinktvissen' dit kunstje viermaal voordoen, ditmaal zonder beloning, terwijl intussen in de bak ernaast een ongetrainde "waarnemer'inktvis zat te kijken. Uit video-opnamen bleek dat de "waarnemer' steeds beter ging opletten en op het gedrag van de "voorbeeldinktvis' reageerde met kop- en oogbewegingen. Bovendien werden de waarnemers actiever en kwamen meer uit hun schuilplaats tevoorschijn, zoals gebruikelijk wanneer er een soortgenoot in de buurt is.

Daarna moesten de waarnemerinktvissen zelf aan de slag, elk dier moest vijfmaal kiezen. Was hun voorbeeldinktvis op rood getraind, dan kozen de waarnemers te zamen 129 van de 150 keer voor rood tegen 13 maal voor wit. Was hun voorbeeldinktvis op wit getraind (dat waren er wat minder), dan kozen de waarnemers in 70 proefjes 49 maal voor wit en 7 maal voor rood.

Frappant was ook dat de dieren het geleerde vrij lang konden onthouden. Na vijf dagen presteerden de "waarnemer'-inktvissen nog even goed als in het begin. Blijkbaar zit het aangeleerde stabiel in hun hoofd en verdringt daar hun natuurlijke voorkeur. (Science 24 april)