In Joegoslavië is er maar één agressor: Servië

In zijn berichtgeving over het voormalige Joegoslavië getuigt Raymond van den Boogaard van een beperkte kijk op de situatie.

“Wij in het buitenland hoeven ons het mislukken van onze vredesinspanningen niet al te zeer aan te trekken”, schrijft hij in zijn artikel "Joegoslavische burgeroorlog is niet te beëindigen' (NRC Handelsblad 9 april). “Tenslotte hebben wij Slovenië en Kroatië vorig jaar niet gevraagd zich eenzijdig onafhankelijk te verklaren, integendeel.” De arrogantie van deze opmerking is dezelfde als die van de Westerling die vanuit zijn rijke democratie neerkijkt op alles wat niet rijk en democratisch is. Aan dit gevoel van superioriteit ontleent hij vervolgens het idee dat voor alles wat "die anderen' doen, zijn toestemming vereist is.

Wij hàdden Slovenië en Kroatië helemaal niets te vragen. De twee volkeren hebben net zoveel recht politieke besluiten te nemen - zonder toestemming van ons - als wij Nederlanders zonder toestemming van hen.

Van den Boogaard hoort te weten dat die onafhankelijkheid al jaren in de lucht hing. De vraag was niet of het zou gebeuren, maar wanneer het zou gebeuren. Joegoslavië was immers een land waarin zes verschillende volkeren op een kunstmatige manier bij elkaar werden gehouden. Om dezelfde reden viel ook de Sovjet-Unie uiteen en werd Duitsland herenigd: wat kunstmatig is houdt niet lang stand.

Van den Boogaard blijft zich echter afvragen of de erkenning van de twee landen “wel zo'n gelukkig beleid is geweest”. Maar een feit is dat op hetzelfde moment dat de EG de onafhankelijkheid van Kroatië erkende, de terreur van de Servische krijgers en het federale leger aldaar ophield. Het was de enige juiste beslissing van de EG, die alleen veel te laat kwam.

De erkenningsprocedure was volgens Van den Boogaard slechts bedoeld om de honger van Duitsland naar erkenning van Kroatië te stillen. Als hij hiermee uiting wil geven aan de op niets gebaseerde angst voor "Duitse expansiedrang', dan leeft hij net als menigeen in Servië in een ver verleden.

Die Duitse "honger' is volgens hem “de aanleiding tot het uitbreken van de lang verwachte vijandelijkheden in Bosnië-Herzegovina”. Maar met "lang verwachte' geeft hij al aan dat die er hoe dan ook aankwam. Daar heeft noch Duitsland, noch de EG, noch Nederland enige invloed op gehad. De Servische krijgers en het federaal-Servische leger zijn al een jaar lang systematisch bezig het Servische territorium uit te breiden, om zo een Groot-Servië te bewerkstelligen. Eerst Kosovo en Vojvodina (via een frauduleuze grondwetswijziging ingelijfd), dan Slovenië (opgegeven), vervolgens Kroatië (voor eenderde veroverd dan wel in puin geschoten), nu Bosnië-Herzegovina en straks wellicht ook nog Macedonië.

De agressors hebben daarbij maling aan alles en iedereen en trekken zich niets aan van welk besluit dan ook. De erkenning van Bosnië-Herzegovina als een onafhankelijke staat door de EG is dan ook niet de aanleiding voor het oplaaiende geweld aldaar. Er is helemaal geen aanleiding. De agressors voeren eenvoudigweg de volgende fase van hun plan uit om een Groot-Servië te creëren. (Dat de erkenning van Kroatië wel enige invloed had, komt overigens doordat de agressors toen hun doel al zo goed als bereikt hadden: eenderde van Kroatië veroveren).

Ook een misverstand is dat er sprake zou zijn van een burgeroorlog. Dat is het namelijk niet. Bij een burgeroorlog raken partijen van één volk slaags met elkaar. In dit conflict echter is er maar één agressor: de samenwerkende troepen van de Servische krijgers en het federaal-Servische leger, en heeft de agressie zonder uitzondering plaats op niet-Servisch grondgebied: in Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzogovina. Deze landen zijn (net als sinds enige tijd bijvoorbeeld Rusland en Litouwen) onafhankelijke, zelfstandige staten, als zodanig erkend door zowel de EG als de VS. Toch blijft Van den Boogaard volhouden dat het een “gecombineerd Servische en Kroatische agressie” is. Natuurlijk schieten de Kroaten ook. Er is echter één verschil: zij doen dat omdat ze aangevallen zijn. Uit zelfverdediging dus.