"Ik begrijp de houding van het CDA absoluut niet'; FNV-voorzitter Stekelenburg "kwaad' over vergroten inkomensverschillen

AMSTERDAM, 30 APRIL. Bijna was het dit weekeinde helemaal afgelopen geweest met de sinds vorig jaar toch al zo bekoelde relatie tussen het kabinet en de vakbeweging. Toen de WAO-besluiten - nu de dreigende ontkoppeling en een premier die liet blijken vergroting van de inkomensverschillen eigenlijk zo slecht niet te vinden.

“Ik was geschrokken en kwaad”, zegt Johan Stekelenburg, de voorzitter van de grootste vakcentrale, de FNV. Zaterdag na de ministerraad had hij telefonisch contact met PvdA-leider Kok die hem nog eens duidelijk trachtte te maken wat zijn eigen inzet was. Ook hoorde de FNV-voorzitter uit PvdA-kring dat fractieleider Wöltgens voor de verslechtering van de koopkracht van de laagstbetaalden en de vergroting van de inkomensverschillen termen als onaanvaardbaar zou gebruiken. In de PvdA leefde kennelijk de overtuiging dat de partij een tweede harde confrontatie met de vakbeweging niet kon hebben. “Als de PvdA zich achter Lubbers zou hebben gesteld, dan was dit een clash met geworden die minstens zo hard zou zijn als vorig jaar”, zegt Stekelenburg. “Een stevige aanvaring tussen de vakbeweging en het kabinet, en dus ook met de PvdA.”

De brief die minister-president Lubbers, vice-premier Kok en minister De Vries van sociale zaken dinsdagnacht naar de Tweede Kamer hebben gestuurd heeft de kou enigszins uit de lucht gehaald. Stekelenburg richt zijn pijlen nu vooral op de CDA-fractie en haar leider Brinkman die er geen geheim van maken niets tegen een vergroting van de inkomensverschillen te hebben.

“Ik begrijp absoluut niet waar de CDA-fractie is. Is zo'n inkomensverdeling die nu dreigt, echt aanvaardbaar voor het CDA, zo hard als Brinkman het heeft neergezet? Zijn ze dan zo angstig voor het weglopen van kiezers naar de VVD? Ik snap niet dat er in de CDA-fractie niemand opstaat die dat eens een keer aan de orde stelt. Zeker als je ziet dat de ouderen er op achteruit gaan. Dat is toch een categorie die juist ook van het CDA veel aandacht zou moeten krijgen. ”

Hoewel in de brief van de drie ministers niet over denivelleren wordt gesproken, is wel duidelijk hoe Lubbers zelf daarover denkt. Tast dat voor de FNV zijn geloofwaardigheid aan?

“Hij heeft ons zo in ieder geval duidelijk gemaakt dat we zeer waakzaam en alert zullen moeten zijn. We weten nu wat hij eigenlijk vindt. Ik heb begrepen dat het ook zijn eigen plan was. Als hij in het openbaar zegt dat hij zo'n inkomensverdeling redelijk aanvaardbaar vindt en zelfs positief voor de arbeidsmarkt en als dat ook de uitkomst van komend overleg zou zijn, dan krijgen we echt stront met dit kabinet.”

De brief van het kabinet bevat de aankondiging dat de sociale partners worden uitgenodigd voor een gesprek. Het kabinet biedt lastenverlichting, btw-verlaging, en vraagt loonmatiging, bijvoorbeeld slechts het volgen van de prijsstijging. Komt zo'n gesprek er?

“Bij de vakbeweging is er niet een volstrekt negatief antwoord om lonen te matigen en misschien zelfs in de buurt te komen van prijsstijgingen. Maar de enige mogelijkheid daarvoor zijn afspraken over immateriële zaken. Werkgelegenheid, gezonder werk, enzovoorts. Dus zijn de werkgevers in het spel. Maar dan gaat het om afspraken die je in CAO-onderhandelingen maakt. In dat centraal overleg zal het op zijn hoogst kunnen gaan om een aanbeveling om het op decentraal niveau zo te doen. Het is een illusie om te denken dat je een loonafspraak kunt maken op centraal niveau. Het is de consequentie en het kenmerk van decentraal onderhandelen dat dat niet even vanuit Den Haag gestuurd kan worden.”

Is de btw-verlaging een goede methode om de prijsstijgingen te beperken en dus om de lonen te matigen?

“Als wij gewoon datgene doen wat wij al jaren doen, namelijk een onderhandelingsruimte vaststellen die gebaseerd is op produktiviteitsontwikkeling en te verwachten inflatie, dan mag je aannemen dat een verlaging van de btw leidt tot verlaging van de inflatie en bijna recht evenredig daarmee tot een verlaging van de initiële loonstijging. Daarom ben ik op zichzelf niet tegen btw-verlaging, als het makkelijk zou zijn een financiering te zoeken die niet de kwaliteit van de collectieve voorzieningen aantast en ook niet inwerkt op de inkomens van de mensen in de overheid. Maar ik moet nog zien hoe men dan aan die 1,7 miljard komt.”

De ministers noemen in hun brief: bestrijding van fraude in de sociale zekerheid.

“Ja dat zal best serieus bedoeld zijn, maar het lijkt me een zachte dekking. Ik ga het ook niet uit de weg, want fraudebestrijding lijkt me zinvol, zonder dat we in een jacht terecht moeten komen.

“Ik denk dat je ook eens naar de kleinschaligheidstoeslag (een investeringssubsidie voor bedrijven-red.) zou kunnen kijken, al weet ik dat bedrijven dat als vloeken beschouwen. Er ligt een directe relatie tussen btw-verlaging en die toeslag. Het voordeel van btw-verlaging wordt nooit voor 100 procent doorgegeven in een prijsverlaging. Ondernemers profiteren er dus ook extra van. De btw-verlaging zou je kunnen uitruilen tegen de kleinschaligheidstoeslag.”

Maar als de btw wordt verlaagd en daarvoor aanvaardbare financiering wordt gevonden, is er met de vakbeweging over loonmatiging te praten?

“Je blijft natuurlijk eerst zitten met de koopkrachtontwikkeling. Je kunt het niet maken om de problemen van de economie op te lossen via degenen die het het slechtst kunnen verdragen. Dus die minnen in dat koopkrachtplaatje bij de laagstbetaalden moeten weg. Wij willen op nul uitkomen en dan mag het niet zo zijn dat de hoogstbetaalden er fors op vooruitgaan. Want dat zit er met die gekke structuur die wij hebben dan wel in. Eigenlijk wil ik gewoon de koppeling, al zal dat wel niet haalbaar zijn. Dat is de beste methode, ook om de looneisen van de vakbonden te matigen.”

Dat wordt dus cijferen achter de komma, cijferfetisjisme noemde Lubbers dat, onterend voor burgers die met andere realiteiten te maken hebben.

“Dat vind ik nou overdreven. Ik weet ook wel dat een verschil van min 0,15 of min 0,18 een exactheid suggereert die voor een deel niet in de samenleving aanwezig is. Mij gaat het meer om lijnen en tendenzen dan om precieze cijfers achter de komma. De paar tienden van procenten in koopkracht vallen natuurlijk in het niet bij grote wereldproblemen, het GOS, het milieu en noem maar op. Maar om de koopkrachtcijfers daarmee onterend te verklaren, dat gaat me ook weer te ver. Het is niet of-of, het hoort er beide bij. Je kunt aandacht besteden aan grote wereldproblemen en in je eigen land voor een beetje rechtvaardige inkomensverdeling zorgen.”