Hoe zwart was Eva; Terug naar de straathoek

Eva kwam uit Afrika; over het ontstaan van de mens in wisselwerking met de natuur. Josef H. Reichholf. Aula Paperback 208; 282 bladzijden. Uitgeverij het Spectrum, Utrecht 1991. Vertaald door drs. M.A. Mandos en drs. R.E. van Maarle. ISBN 90 274 2861 1

Het leek allemaal buiten kijf te staan: Homo erectus verliet 1 miljoen jaar geleden zijn geboortegrond Afrika, koloniseerde grote delen van de Oude Wereld en stond aan de wieg van Homo sapiens sapiens, de moderne mens, die zich geleidelijk overal ontwikkelde. De moderne soort evolueerde zich uit de oude. Deze theorie het multiregionale model, heet ook wel Out of Africa I: de mens verliet Afrika eenmalig.

Maar in de jaren zeventig rezen er twijfels. Nieuwe vondsten riepen vragen op bij de continuïteit in de ontwikkeling van de oermens naar moderne mens. "Moderne' schedels werden aangetroffen niet boven maar náást primitieve, soms zelfs in oudere posities. En dat kon natuurlijk niet.

Het daarop volgende debat over de ouderdomskwesties verliep voor sommige onderzoekers zo onbevredigend dat zij een alternatieve verklaring formuleerden: er moest een tweede emigratie uit Afrika hebben plaatsgevonden waarbij de nieuwe Homo sapiens sapiens de oude nazaten van de erectus-populaties verving. Deze theorie staat bekend als Out of Africa II.

Inmiddels is met moderne technieken als elektron spin resonantie (ESR) en thermoluminiscentie (TL) het bereik van datering aanzienlijk verruimd en de precisie verbeterd. Dat heeft nieuwe dateringen opgeleverd en oude gecorrigeerd.

Daarnaast leidde biochemisch onderzoek aan verwantschap van DNA van mitochondriën (celorganen met eigen DNA dat uitsluitend via de eicel van de moeder wordt doorgegeven) tot de constructie van een hypothetische oermoeder voor alle huidige populaties. Door vergelijking van regionale overeenkomsten en verschillen in de variatie in dit mitochondriaal DNA is het mogelijk om een stamboom op te stellen van de menselijke populaties.

De oermoeder van Homo sapiens sapiens, "Zwarte Eva' geheten, zou zo'n 200.000 jaar geleden in Afrika hebben geleefd - dat zij zwart zou zijn is alleen maar een provocerend bedenksel, en dat men spreekt over oermoeder komt door de geslachtsgebonden erfelijkheid van mitochondriaal DNA.

Tenslotte liet linguïstisch onderzoek zien dat het patroon van ontstaan, divergeren en verspreiding van taal sterke overeenkomsten vertoont met de vertakkingen van de genetische stamboom. Deze recente bevindingen stroken volledig met hetgeen de vervangingstheorie, Out of Africa II, vanuit haar interpretatie van de fossielen beweert.

Toch geven de multiregionalisten zich nog lang niet gewonnen. Op dit moment woedt er dan ook een debat tussen beide partijen. Out of Africa II heeft daarbij de overhand, al krijgt deze stroming nu een teleurstelling te verwerken omdat de conclusies van het mtDNA onderzoek aan ernstige kritiek blootstaan. Zwarte Eva zou de constructie zijn van een ondoelmatig computerprogramma. Dit is inmiddels door de opstellers van het programma in het Nature toegegeven: op grond van mtochondriaal DNA kan vooralsnog geen stamboom worden gemaakt van de afstammingsgeschiedenis van de mens. Wel houden de onderzoekers vol dat de variatie aan mtDNA in Afrika het grootst is, in het algemeen een aanwijzing voor het oorsprongsgebied.

Buitenstaander

In "Eva kwam uit Afrika' trekt de Duitser Josef H. Reichholf zich weinig aan van het bestaan van deze discussie. Hij is bioloog en eigenlijk buitenstaander in het wereldje van de paleo-antropologie. Zijn boek vormt een soort ecologische toelichting op "Out of Africa II', waarbij hij de juistheid van deze theorie in het geheel niet ter discussie stelt. Zo schrijft hij in zijn voorwoord: "De ontwikkeling van de laatste jaren heeft echter heel duidelijk aangetoond dat de grote lijnen met ieder nieuw resultaat bevestigd worden'. En verderop: "Het boek wil de biologische evolutie van de mens inzichtelijk maken, de verbanden en randvoorwaarden ophelderen ...'.

Gegeven de vele onzekerheden zullen deze opmerkingen door paleontologen met hoongelach ontvangen worden.

Reichholf behandelt in 26 hoofdstukken zaken die uiteenlopen van Australopithecus tot Gestreepte Paarden. Hij stapelt conclusies op feiten en veronderstellingen en beschouwt deze als bouwstenen voor zijn, naar hij zegt, sluitende model van "het ontstaan van de mens in wisselwerking met de natuur'.

Hoe staat het dan om te beginnen met Reichholfs feiten. Een paar voorbeelden. Reichholf beweert dat het geslacht Mens drie pogingen heeft gedaan vanuit Afrika de wereld te veroveren: Homo erectus 1 miljoen jaar geleden, de Neanderthaler 800.000 jaar later en Homo sapiens sapiens 70.000 voor Christus.

Dat is grotendeels onjuist. In de eerste plaats bestaat er geen enkele aanleiding de Neanderthaler binnen Afrika te situeren. Hij ontstond uit een tak van de uitgezworven erectus-populatie en bevolkte Europa en het Nabije Oosten. Buiten die gebieden is geen enkele vondst van hem gedaan. Het oudste Neanderthaler fossiel is gedateerd op 230.000 en het jongste op 35.000 voor Christus. Van een exodus uit Afrika is geen sprake. Groepen Neanderthalers trokken op een gegeven ogenblik zelfs in omgekeerde richting, zoals vondsten in Israël lijken aan te tonen.

Op de tweede plaats: in de grotten van Qafzeh en Skhul (ook Israël) vond men in 1987 Homo sapiens sapiens fossielen. Ze werden gedateerd op 100.000 voor Christus. Met zijn bewering dat Homo sapiens sapiens 70.000 voor Christus Afrika verliet, zit Reichholf er dus minstens 30.000 jaar naast.

Golfstroom

Een ander punt is dat hij de klimaatveranderingen van de IJstijden verklaart door de beweging van de continenten en het ontstaan en de werking van de Golfstroom. Nu ontwierp de Joegoslavische natuurkundige Milankovic tussen WO I en II al een theorie voor dit fenomeen. Hij berekende dat een op gezette tijden terugkerend samenspel van drie astronomische processen verantwoordelijk was voor het ontstaan van ijstijden en voor het ritme waarin ze zich voordeden (en zullen doen). Die drie processen zijn: precessie (het tol-effect van de aardas), de cyclus van de tilt (scheefstelling van de aarde) en veranderingen in de baan van de aarde om de zon. Milankovic' theorie werd bevestigd door sedimenatie-onderzoek van diepzee kernen en is een kleine twintig jaar gemeengoed. Voorzover de door Reichholf beschreven theorieën zinnig waren, zijn ze dus al lang achterhaald.

Fosfor

Sommige van Reichholfs veronderstellingen worden door hem tot vaststaande feiten verheven. Zo hangt volgens hem de omvang van de hersenen direct samen met een toereikende fosforvoorziening. (Duitsers kunnen de 19e eeuwse uitspraak Ohne Phosphor kein Gedanken kennelijk moeilijk vergeten.) Omdat, stelt hij, de schedelinhoud tijdens de ontwikkeling van Australopithecus via Homo habilis naar Homo erectus toenam, móeten zij wel de beschikking hebben gehad over voldoende fosfor. Dit kregen zij, zo gaat het verder, door rechtop te lopen, het gedrag van andere aaseters te imiteren en snijwerktuigen te maken. Alles met het doel om bij het merg in de botten te komen dat rijk aan fosfor is. Hij sluit de zaak af met de opmerking dat we nog steeds niet afzien van soep met een mergpijp. Wordt de redenering over de relatie tussen fosfor en hersenomvang doorgetrokken naar de lammergier zou deze vogel nu moeten rondvliegen met een kop zo groot als een strandbal. De lammergier voedt zich voor een groot deel met beendermerg. Maar deze implicatie ontgaat Reichholf, ook al komt hij zelf met het voorbeeld.

Het resultaat van Reichholfs ecologische aanpak is een doolhof van pseudofeiten en onzinnige fictie, waarin de lezer wordt bedrogen met schijnzekerheden. Het leidt onder meer tot het "bewijs' dat de tsetse vlieg Homo sapiens sapiens "dwong' Afrika te verlaten. Alsof de mens toen in staat was, in een gebied waar hij door van alles en nog wat op de huid werd gezeten, een verband te leggen tussen de activiteiten van die vliegensoort en de slaapziekte. Bovendien: er bleven ontegenzeggelijk mensen in Afrika achter, daar stamt de huidige bevolking van af.

Op driekwart van het boek haalt Reichholf het bijbelse scheppingsverhaal van stal. Wijst hij eerst nog vrijblijvend op parallellen tussen dit verhaal en zijn model, allengs verandert het in een mal waarin hij zijn meningen over de menslijke evolutie perst. Op discutabele premissen "verklaart' hij de naaktheid van de mens, diens transpireren en de ontdekking van brood en wijn en construeert een land van melk en honing en een bestaan in harmonie met de natuur. De tsetse vlieg wordt Reichholfs engel die de mens uit dit paradijs verjaagt, zodat hij in het zweet zijns aanschijns, terwijl de dieren voor hem op de vlucht slaan, zijn brood ... enzovoorts.

In Duitsland en Frankrijk moet Reichholfs "Eva kwam uit Afrika' een groot succes zijn. Dat is op grond van de wetenschappelijke kwaliteit niet te verklaren. Het boek laat zich evenmin als een roman lezen, zoals Duitse kritieken willen. Reichholfs academische Duits leest op veel plaatsen uiterst moeizaam en de beide vertalers hebben hun best gedaan ook deze karakteristiek te behouden.

Bij wijze van handreiking heeft de uitgever op eigen houtje enige Nederlandstalige titels toegevoegd aan de literatuurlijst. Ging het Reichholf hier om een overzicht van aanbevolen literatuur, dan kan daar weinig op tegen zijn. Maar zijn opsomming heeft veel weg van een verantwoording. Het is de vraag of zoiets dan wel is geoorloofd.

Tekening: Australopithecus robustus (de forse "aap uit het zuiden') en Australopithecus africanus zouden twee aparte soorten zijn geweest. Uit een van beide moet de huidige mens zijn ontwikkeld. (Uit: Eva kwam uit Afrika)

Kaartje: Vindplaatsen van mensen en mensachtigen ( ). De meeste vondsten zijn in het slenkensysteem gedaan. Australopithecus ( ) werd alleen in het zuiden gevonden. Homo erectus (driehoekjes) kwam alleen in het noorden voor. De eerste Homo sapiens verschijnt in Israel, aldus Reichholf.