Gevechten in Bosniëworden steeds heftiger

BELGRADO, 30 APRIL. De gevechten in de republiek Bosnië-Herzegovina lijken in intensiteit toe te nemen. Voor het eerst sinds zes dagen kwam de oude binnenstad van de hoofdstad Sarajevo gisteren weer onder mortiervuur uit de omringende heuvels. Ook in Mostar, waar tenminste de helft van de bevolking van 100.000 mensen de stad is ontvlucht, kwam eveneens weer onder een zwaar bombardement.

De Europese gemeenschap heeft uit drie steden in Bosnië - Bihac, Tuzla en Banja Luka - zijn (ongewapende) waarnemers teruggetrokken, omdat het daar te gevaarlijk voor hen werd. In Mostar houden ze nog stand.

Andere vijandelijkheden werden gemeld uit Bosanska Krupa, waar volgens de Servische televisie door aanhoudende gevechten de lijken niet van de straat kunnen worden gehaald, en uit Orasje. Volgens een EG-woordvoerder maakt overleg over een nieuw staakt-het-vuren geen enkele kans. “De etnische scheidslijnen zijn nu zo diep dat de uitvoering van een bestand onmogelijk zal zijn.”

In de Bosnische hoofdstad Sarajevo ontstond grote verwarring, nadat het Joegoslavische persbureau Tanjug in Belgrado had gezegd dat de “Territoriale Verdediging”, het leger van de wettige regering van Bosnië-Herzegovina, de omsingeling van alle kazernes van het Joegoslavische leger in de republiek had bevolen. De bevelhebber van de Bosnische strijdkrachten, Hasan Effendic, legde vervolgens op TV-Sarajevo uit dat het hier een valse melding betrof.

Het aantal inwoners van Bosnië-Herzegovina dat op de vlucht slaat voor de gevechten neemt inmiddels snel toe. Er zijn al meer dan één miljoen vluchtelingen geregistreerd, hetgeen betekent dat één op elke zes inwoners van de republiek van huis en haard is verdreven. Het conflict in Bosnië heeft tot nu toe aan naar schatting driehonderd mensen het leven gekost.