Geldgebrek, chaos en verlamming

Oost-Duitsland

Oost-Duitsland is het enige gebied in Midden-Europa waar belangrijke investeringen in de wetenschap en de technologie worden gedaan. Zullen die de moeite waard blijken te zijn? Of zal het Oosten alleen maar een arm familielid worden, net als Zuid-Italië? Het antwoord hangt grotendeels af van het succes van de enorme inspanningen om de instellingen te beoordelen en goede wetenschappers aan te trekken in het oosten. Volgend jaar zal van cruciaal belang zijn omdat bij voorbeeld in 1993 de meeste professoraten op de universiteiten zullen zijn vergeven. Daarna zal het tientallen jaren lang moeilijk zijn veranderingen door te voeren.

De resultaten tot nu toe verschillen sterk. Het Charité-ziekenhuis in Oost-Berlijn verwacht binnen tien jaar een internationale reputatie te hebben opgebouwd, althans naar de - zoals hij zelf toegeeft - optimistische mening van de directeur van de research-afdeling, Cornelius Frömmel. Voor iedere betrekking solliciteren tientallen gekwalificeerde mensen uit het Westen en het Oosten, zegt hij. Maar in de verder gelegen stad Halle, twee uur per trein van Berlijn, zal het moeilijker zijn , zegt Lutz Nover van het instituut voor Planten Biochemie. Van de 130 mensen die tot nu toe hebben gesolliciteerd voor de functie van directeur van het instituut, hadden maar heel weinig de juiste kwalificatie, volgens hem. Dit heeft meer te maken met de kwaliteit van de huisvesting en de scholen in de omgeving dan met het instituut dat als een van de beste uit de bus kwam bij de beoordeling van de Wetenschapsraad.

Hongarije

Omdat men in Hongarije sinds het eind van de jaren zestig onder een gedeeltelijk kapitalistisch "goulash communisme' leeft, heeft Hongarije een voorsprong door vrijer reizen, en minder ideologische beperkingen voor onderzoekers dan de naburige staten. Tamas Horvath van het "Catching up with European Higher Education Fund' denkt dat de universiteiten op weg zijn naar "lange-termijn stabiliteit', maar dat de Academie in groter moeilijkheden is. De wetenschappelijk attaché van de Verenigde Staten is het daarmee eens en zegt: "Het geld dat zij nodig hebben is er gewoon niet.' Daarom zal volgens hem de snelheid van de verbetering afhangen van het inzicht van de bestuurders - als zij de moeilijke keus kunnen maken om nu mensen te ontslaan dan zal hun instituut op den duur in een betere conditie zijn. Anders "zullen zij allemaal ten onder gaan.'

Polen

Net als Hongarije had Polen een voorsprong van 25 jaar op de herstructurering, omdat de reisbeperkingen voor onderzoekers al in de jaren zestig zijn opgeheven. Daarom weten de onderzoekers beter wat ze kunnen verwachten van een systeem dat op prestatie is gebaseerd. Ook heeft Polen een belangrijk obstakel overwonnen door de macht over te dragen aan de KBN die nu moet beslissen welke instituten van de Academie nog moeten worden gesteund. De voorzitter van de KBN Witold Karczewski zegt dat, nadat een budgetverhoging in maart een aantal sterke besnoeiingen van vorig jaar ongedaan heeft gemaakt, "de beste instituten niet eens zullen merken dat er in 1992 een economische crisis is.' Door de beste instituten te koesteren hoopt Karczewski centra van uitnemendheid te creëren die kunnen dienen als magneten voor terugkerende emigranten. "Maar alles hangt af van de ontwikkeling van de economie', verzekert hij.

Tsjechoslowakije

In Tsjechoslowakije is het gevoel van verlamming het ergst in de hele regio. De schade die sinds 1968 door de communistische ideologie is toegebracht aan de wetenschap was hier groter dan in Polen en Hongarije waar wetenschapsmensen vrij konden reizen. En nu gaat het land te gronde aan de controverse of overheidsfunctionarissen met inbegrip van universitaire docenten verantwoordelijk moeten worden gesteld voor "samenwerking' met het communistische regime in de donkere periode van 1969 tot 1989. Als het antwoord "ja' zal worden kan dit de nekslag betekenen voor veel faculteiten. Bovendien zal het land waarschijnlijk binnen een jaar beslissen of het zich zal splitsen in twee delen Tsjechië en Slowakije. Als de splitsing doorgaat - wat steeds waarschijnlijker lijkt - zal het effect nadelig zijn voor de wetenschap volgens de minister van onderwijs van Slowakije Jan Pisut, aangezien zelfs met de "vriendelijkste splitsing die mogelijk is' het bruto nationaal produkt in beide delen van het land zal dalen met ten minste 10 procent.