Energieheffing gaat alleen door als VS meedoen

ROTTERDAM, 30 APRIL. Tien van de zeventien leden van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Gemeenschap, hebben gisteren een voorlopige beslissing genomen om af te zien van het plan voor een nieuwe energieheffing in de Gemeenschap. Volgens een woordvoerder van de Commissie ging het gisteren om een “tactisch debat” over de CO2-heffing, dat de komende weken een formele afronding zal krijgen.

De Commissie houdt wel vast aan haar doelstelling om de CO2-emissies in West-Europa tegen het jaar 2000 te stabiliseren, maar hoe dit wordt gerealiseerd hangt nu volledig in de lucht. Er komt wel een formeel voorstel aan de Ministerraad om een gefaseerde heffing van 10 dollar per vat olie in te voeren, maar die heffing treedt niet in werking als de belangrijkste economische partners van de EG, de Verenigde Staten en Japan, niet meedoen. Japan voelt wel voor een brandstoffenheffing, maar de Amerikaanse regering wil er niets van weten.

De Europese milieuheffing is bedoeld om een forse energiebesparing af te dwingen. De heffing zou alle brandstoffen treffen, om bij voorbeeld de relatief "schone' kernenergie niet te veel te bevoordelen. Voor de helft zou de heffing worden gebaseerd op de energiewaarde van de verschillende brandstoffen, en voor de andere helft op de mate waarin de verbranding leidt tot emissies van kooldioxyde (CO2).

De grote Europese industrieën, vooral bedrijven die voor hun produktie veel energie verbruiken, hebben zich van meet af aan fel verzet tegen de nieuwe heffing waarvan de eerste tranche per 1 januari volgend jaar zou ingaan met een opslag van omgerekend 3 dollar per vat olie. Deze bedrijven zouden ernstig worden benadeeld omdat ze op de wereldmarkt moeten concurreren met ondernemingen in de VS en het Verre Oosten. Maar ook de olieproducerende landen zijn er fel tegen gekant. Opec, het kartel van de 13 olie exporterende landen, heeft de Commissie in Brussel bestookt met kritiek, omdat de heffing zou leiden tot een fors verlies aan inkomsten voor de olielanden.

Op een vergadering van het kartel in Wenen, vorige week, werd gedreigd met tegenmaatregelen. Door een vermindering van de olieproduktie zouden de olielanden de prijs kunnen opdrijven, om op die manier compensatie van het gederfde inkomstenverlies af te dwingen. Ook de zes belangrijkste Arabische olielanden, verenigd in de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC), lieten via hun vertegenwoordiger in Brussel weten geen genoegen te nemen met een Europese "ecotax'. Tijdens de onderhandelingen tussen de GCC en de EG over een vrijhandelszone werd door de GCC zelfs het standpunt ingenomen dat er geen overeenkomst kon komen als de EG de heffing zou invoeren.