Cultuurfilosoof: Kamer is naar binnen gekeerde wereld

Maandag werd een nakende kabinetscrisis over de inkomensverhoudingen ternauwernood afgewend, gisteren debatteerde de Kamer erover. Cultuurfilosoof Paul Kuypers over de taal en de gedragingen van bestuurders in tijden van politieke crisis en publieke apathie.

DEN HAAG, 30 APRIL. “De taal van politici heeft een autonome betekenis gekregen. Aan het Binnenhof begrijpt iedereen wat met "koopkrachtplaatje' wordt bedoeld, de buitenwereld ontgaat het volledig. Politici hebben het idee dat het belangrijk is, ze doen er uiterst gespannen en gewichtig over - maar het is symboliek. Een ritueel.”

Paul Kuypers, voormalig assistent van toenmalig regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst H. Tjeenk Willink, toont zich sinds zijn vertrek daar, in 1986, in allerhande functies en verbanden een actief denker over het (dis)functioneren van de overheid. De groeiende kloof tussen burger en overheid wordt in zijn ogen mede bepaald door de gebrekkige wijze waarop politici uiting geven aan hun bedoelingen.

“Als ik al die mensen met dat "koopkrachtplaatje' in de weer zie, moet ik denken aan de fase waarin kinderen voor het eerst taal gaan gebruiken. Taal is dan een vorm om een werkelijkheid te scheppen, om orde van de chaos te maken - een manier om systeem in het bestaan te brengen. Zo werkt het met woorden als "koopkrachtplaatje' in de politiek ook. Er zit "kopen' in, en "kracht', en "plaatje', maar het geheel van die drie delen is een emotieloos cliché met een onduidelijke betekenis. In kerken, in de liturgie, worden ook zulke woorden gehanteerd, alleen omdat het gezamenlijke gebruik ervan een band schept.

“Je zou denken: er moet toch een intelligente figuur in het bestuur rondlopen die termen als "koopkrachtplaatje' weet te vermijden. Maar de dwang om aan het systeem deel te nemen is ontzettend groot. Als een politicus het niet doet hoort hij of zij er niet bij. Het vocabulaire van de politicus is een vorm van zijn persoonlijke zingeving. Je hebt uitschieters. Smit-Kroes was in haar tijd het toonbeeld van iemand die op totalitaire wijze werd meegesleept in een wereld van onwaarachtige clichés. Van Mierlo is daarvan een tegenhanger, Rottenberg ook. Dat zijn mensen die opvallen, maar het zou natuurlijk andersom moeten zijn: de mensen die abnormale taal spreken zouden een uitzondering moeten zijn. “In een debat tussen filosofen en politici heb ik een aantal Kamerleden ooit zeer agressief zien worden. De filosofen bestreden dat politiek gedrag iets met authenticiteit te maken heeft, ze betrokken de stelling dat het uitsluitend theater is. Toen reageerden de politici: ho even, ik heb óók doorgeleerd, noem me niet wat ik niet ben, want theater is bedrog. Maar de filosofen hadden natuurlijk volledig gelijk. Politiek s theater, dat hoort ook - maar je moet het goed beoefenen, want alleen een goede acteur is geloofwaardig.

“Ik heb meegemaakt dat Tjeenk Willink het in een vergadering met Kamerleden had over de autonomie van de ambtenaar. Over het verschijnsel dat de bureaucractie een macht in zichzelf is geworden. "Dat is sociologisme!', riepen ze terug. Ze wilden er niet van weten. Iedereen die oplet in Den Haag kan vaststellen dat de invloed van de bureaucratie toeneemt, maar Kamerleden zijn er tegen, ze willen het niet zien, en er niet over praten: zo werkt een naar binnen gekeerde wereld.

“Er is een behoefte aan nieuwe politieke metaforen, opdat de clichés verdwijnen. In termen als "in dit land', of "het is mijn diepste overtuiging dat...' - die is van Lubbers - zit geen enkele expressie meer. Als de politiek ze blijft gebruiken neemt haar geloofwaardigheid allengs sneller af. Het tast de legitimiteit van het bestuur aan.

“Een goede metafoor was de "zorgzame samenleving'. Het is later een afgesleten begrip geworden, maar als metafoor sloeg het aanvenkelijk aan. Het riep iets op bij de mensen, het was nieuw, en het was een term die bovendien de ideologie van de christen-democratie dekte. Het "maatschappelijk middenveld' was ook wel een aansprekende metafoor. Dat begreep iedereen, daar sprak een tijdlang ook iedereen over. Het is natuurlijk tekenend dat ik twee voorbeelden uit de wereld van het CDA noem, want de PvdA ontwikkelt de laatste jaren überhaupt geen metaforen. Dat is een uiting van het feit dat de PvdA niet in staat is zijn eigen werkelijkheid in kaart te brengen: een teken van onmacht.

“Het was symbolisch dat net deze week het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer in gebruik werd genomen. Zo gaat het altijd met relaties, ook met persoonlijke relaties: als ze mislopen gaat men een nieuw huis bouwen. En als het klaar is, en je gaat erin zitten - pas dan merk je hoe leeg het is.”