Beeld

We hebben de hele ochtend door de Imbos gesjouwd en staan nu met een thermosfles en boterhammen bij een weilandje. Peter bezint zich op zijn beeld van de boommarter.

Peter van der Leer, etaleur bij de Hema, werkt al een jaar of vijf aan het dier en hij heeft er nooit een gezien. Wat hij weet berust op pootafdrukken in het zand, nagelkrassen aan beukestammen, uitwerpselen op wissels en nu en dan de ontdekking van een nestboom. Boommarters brengen hun jongen groot in zwarte spechtegaten, dat zijn de gaten van zwarte spechten.

Peters onderzoek beslaat een terrein van 1.800 hectare. Dat ze hier voorkomen staat vast. Drie volwassen vrouwtjes, denkt hij. (Onder voorbehoud; dit is zo ongeveer het intiemste wat je hem kunt vragen).

Vlug en lenig, brutaal en opgewekt. Maar dat beeld is ontleend aan foto's en films, deels aan verwante soorten, bunzing, hermelijn, steenmarter. Dus dat telt niet.

Een dier dat door de toppen van de bomen achter eekhoorns aanjaagt. Dat is het beeld uit de literatuur en dat heeft Peter drastisch bijgesteld. Veel muizehaar en bessepitten in hun keutels, dus een dier dat tijd op de grond doorbrengt.

Verder: meer droom dan zekerheid. Eigenlijk is de boommarter vooral het dier dat toekijkt hoe Peter van der Leer op zoek is naar boommarters. Ze bespieden hem. Hij wordt gezien, dat voelt hij en dat helpt.