Afsluiting van jarenlange discussie; Werkgroep bepleit anoniem "paspoort" voor zaaddonoren

ROTTERDAM, 30 APRIL. Een anoniem paspoort voor donoren die hun sperma afstaan voor kunstmatige inseminatie (KID). Een wettelijke regeling voor de juridische status van een donor. Een centraal register waarin de anonieme gegevens ten minste honderd jaar worden bewaard. En meer voorlichting aan ouders, donoren en artsen over de psycho-sociale betekenis van donorinseminatie.

Dit zijn enkele van de voorstellen die de werkgroep "Afstamming en donorinseminatie' onlangs heeft gedaan teneinde een oplossing te vinden voor de al jaren voortdurende discussie over de anonimiteit van donoren bij kunstmatige bevruchtingstechnieken.

In de werkgroep zitten deskundigen die lange tijd van mening hebben verschild over de wenselijkheid van de anonimiteit van de donor - gynaecologen, een androloog, een sociologe, een vertegenwoordiger van het Adoptiecentrum Nederland en de Stichting Afstammingsrecht, die het initiatief voor de werkgroep heeft genomen.

Minister Hirsch Ballin (justitie) en staatssecretaris Simons (volksgezondheid) bereiden momenteel een wetsvoorstel voor dat kinderen het recht geeft de identiteit van hun biologische vader te achterhalen. Het duurt de leden van de werkgroep allemaal te lang. Met hun voorstellen, die inmiddels unaniem zijn aanvaard door de Nederlands-Belgische Vereniging voor Kunstmatige Inseminatie en de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, hopen ze de bewindslieden een duwtje in de goede richting te geven.

In het zogenoemde donorenpaspoort blijft de naam van de donor onvermeld. Wel worden medische gegevens en een persoonsbeschrijving van hem opgenomen. Daarvoor is wel toestemming van de desbetreffende donor vereist. Net zoals in Engeland gebeurt zou, aldus de werkgroep, ook in Nederland een centraal register moeten worden geopend waarin deze gegevens gedurende honderd jaar worden opgeslagen. Een kind kan daar dan op een bepaalde leeftijd, de werkgroep stelt voor 18 jaar, om inlichtingen vragen wanneer hij of zij vermoedt langs kunstmatige weg te zijn verwekt.

Nu al pleiten voor volledige opheffing van de anonimiteit van de donor schiet naar de mening van de werkgroep zijn doel voorbij. “Immers, een zorgvuldige praktijk van registratie van gegevens en een goede voorlichting zijn voorwaarden voor een meer algemene aanvaarding van de voorgestelde veranderingen van het beleid”, aldus de werkgroep.

Jaarlijks worden in Nederland zo'n 1.000 tot 1.500 kinderen door KID verwekt. Ouders die gebruik maken van deze methode komen voor twee vragen te staan. Moeten zij gebruik maken van een anonieme donor of van een niet-anonieme donor? En moeten zij hun kinderen vertellen dat zij door KID verwekt zijn? Langzamerhand, aldus de werkgroep, wint de overtuiging terrein dat ouders hun kinderen openheid dienen te verschaffen over de manier waarop zij verwekt zijn. Maar over de vraag of ze ook zouden moeten vertellen wie precies de donor is, lopen de meningen uiteen.

Gynaecologen zijn in het algemeen voorstander van anonimiteit van de donor. Zij vrezen dat door opheffing van die anonimiteit het aantal donoren sterk zal teruglopen. Deskundigen op het terrein van adoptie- en afstammingsrecht zijn daarentegen bang dat KID-kinderen later psycho-sociale problemen krijgen omdat ze wellicht willen weten wie hun biologische vader is, maar daar niet achter kunnen komen.

Omdat potentiële donoren nog vaak bang zijn dat KID-kinderen later aanspraak maken op het eventuele vermogen van de donor, vindt de werkgroep dat spoedig een wettelijke regeling het licht moet zien waarin vast dient te liggen dat tussen donor en kind geen enkele juridische of familierechtelijke betrekking zal bestaan.

Mevrouw R. Monteyne, lid van de werkgroep: “Het is van belang dat een kind later geen verhaal kan maken op het vermogen van de donor. Het kind is door de donor niet erkend, dus een band bestaat er niet”.

Volgens Monteyne wordt het hoog tijd dat de geheimzinnigheid rond donorinseminatie wordt opgeheven. “Gynaecologen hebben jarenlang zomaar alle gegevens kunnen vernietigen, soms al na vijf jaar. De drang om te weten wat je identiteit is, is er toch altijd geweest?” Monteyne ging zelf in 1989 voor het voormalige tehuis Moederheil in Breda in hongerstaking om inzage te krijgen in de dossiers, waaruit ze kon afleiden wie haar vader was. Zij noemde het een "mijlpaal in de geschiedenis' toen de Eerste Kamer zich vorig jaar mei uitsprak voor het recht van kinderen te weten wie hun biologische ouders zijn.