Werkvergunning buitenlanders één jaar

DEN HAAG, 29 APRIL. Buitenlandse werknemers van landen buiten de EG moeten een tewerkstellingsvergunning krijgen van maximaal één jaar.

Dan moet wel zijn voldaan aan twee voorwaarden: de werkgever en de buitenlandse werknemer moeten van te voren precies weten dat het na dat ene jaar met het werk definitief afgelopen is en de werknemer moet na dat ene jaar het land verlaten. De mogelijkheid om hier nog een half jaar te blijven met een werkloosheidsuitkering moet worden afgesloten.

Dat is de essentie van een advies van een werkgroep van de Sociaal-Economische Raad (SER) en het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA) over de aanpassing van de Wet arbeid buitenlandse werknemers (Wabw). Minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid had om het advies gevraagd.

Het CBA zal het advies op 14 mei vaststellen, de SER op 15 mei.

Indien niet aan beide voorwaarden kan worden voldaan - het werk zal naar het zich van te voren laat aanzien langer duren dan een jaar - moet een vergunning van maximaal een half jaar min één dag worden afgegeven. Er ontstaat dan geen recht op een werkloosheidsuitkering.

Buitenlanders met een vergunning voor één jaar moeten ook worden uitgesloten van dat recht door bij voorbeeld het afkopen van de uitkering dan wel een toeslag op het loon ter hoogte van de WW-premie zonder dat daar rechten aan kunnen worden ontleend.