Vrijmarkt gaat Amsterdammers irriteren; Miljoenen bezoekers, 250 ton huisvuil en bedorven hamburgers

AMSTERDAM, 29 APRIL. De heksenketel die de Amsterdamse Koninginnedag de laatste jaren is geworden, valt af te meten aan de miljoenen feestgangers die zich die dag in treinen, auto's en bussen persen om de happening in de hoofdstad bij te wonen. Een andere graadmeter is de hoeveelheid huisvuil die de Reinigingsdienst na afloop van het feest van de straten moet scheppen. In 1989 was dat 130 ton, in 1990 werd het 200 ton, vorig jaar 220. Dit jaar wordt 250 ton feestafval verwacht.

Al zo'n twintig jaar zit Henk Haan bij de Reiniging. Vroeger vierde ook hij met een pilsje in de Jordaan gezellig Koninginnedag. “Het was toch vooral een kinderfeest. Een paar blikjes opruimen, wat dozen en troepjes.” Maar vier jaar geleden kwam opeens “die grote hoop”. Als hoofd van de veegdienst staat hij met zijn mannen nu al om acht uur 's avonds in het gelid. De hele nacht haalt hij door, om pas de volgende dag tegen elf uur in zijn bed te vallen. Voor hem is de lol er af.

Niet bekend

De Amsterdamse antropoloog prof.dr. J. Boissevain, deskundige op het gebied van het feestvieren, meent dat Koninginnedag in Amsterdam zich heeft ontwikkeld tot een noordelijke variant van het carnaval. Boissevain, auteur van de wetenschappelijke studie "Revitalizing European rituals', dat deze zomer uitkomt, bespeurt over het gehele continent een terugkeer van grootschalige en vooral feestelijke rituelen.

In de jaren zeventig, toen de oliecrisis en de nucleaire dreiging hun schaduw over de toekomst wierpen, kwam er weer een grote behoefte aan massaal beleefde pret, zo meent Boissevain. “De mensen zoeken gewoon een excuus om een leuk feest te bouwen, de gek uit te hangen en ruzie te schoppen”, aldus de geleerde, die in Koninginnedag tevens een "bevrijdende' gelegenheid ziet om allerhande overheidsregels met voeten te treden.

Zo is het feest een waardig opvolger van de najaarskermis die de hoofdstad tot eind vorige eeuw kende. Na een slepend debat dat zeker twintig jaar duurde, maakte het stadsbestuur een einde aan de kermisjool. Het excuus was een plotselinge uitbarsting van cholera, maar in werkelijkheid vond de gezeten burgerij dat er maar eens einde moest komen aan de jaarlijks terugkerende gelegenheid voor dronkenschap en ontuchtigheden.

De hoofdstedelijke Koninginnedag kwam na de Tweede Wereldoorlog aarzelend op gang. De journalist John Jansen van Galen herinnert zich zijn eerste Koninginnedag in 1958 in Amsterdam. “Op enkele plekken hingen miezerige guirlandes aan druipend geboomte. In de binnenstad stonden hier en daar kooplieden”. Ze verkochten geen worstjes, of overtollige Donald Ducks, maar wachtten op klanten voor oranje hoedjes, toetertjes en vlaggetjes. “Handeldrijven in de open lucht was nog besmet met het odium van zwarte handel.” 's Avonds op de Dam was er een openluchtbal. “Een kleumende schare van enige tientallen nieuwsgierigen staarde naar een up-tempo ballroomorkest”, beschrijft Jansen van Galen. Wanhopig probeerde de ceremoniemeester het publiek over te halen tot een dansje.

Pas eind zestiger jaren begint kwam er leven in de Amsterdamse vrijmarkt. Het werd een uitstekend afzetgebied voor de overtollig geworden goederen van de fel bekritiseerde "consumptiemaatschappij'. Oude poppen, jurkjes en schoenen die anders in de vuilnisbak belandden konden zo nog een paar kwartjes opbrengen. “Met grote opgewektheid trokken een paar duizend Amsterdammers naar het afgezette gebied rond het Rokin om daar de vrijmarkt te bezoeken”, schrijft de Nieuwe Rotterdamse Courant in 1968.

Vijf jaar later is het feest in Amsterdam teruggebracht tot vier regels in NRC Handelsblad: “Koninginnedag was druilerig. Voor kraambezitters was het weer een teleurstelling, maar in de cafés was het droog. Daar schalden tot vroeg in de ochtend de gezangen uit de juke-box en met de bieromzet liep het wel los”. Werd in die periode volstaan met kleine advertenties, sinds een paar jaar zijn de "feestregels' van de gemeente uitgegroeid tot een klein boekwerkje. Geen elektronisch versterkte muziek, geen "bouwsels' neerzetten, om negen 's avonds iedereen naar huis.

Van de uitvoerende diensten die de Koninginnedag in de hoofdstad in goed vaarwater moeten houden, toont de Keuringsdienst van Waren zich het meest verontrust. Gezien het grote aantal bedorven broodjes, sauzen en slaatjes was het beter de verkoop van voedingswaar door particulieren maar helemaal te verbieden. Vorig jaar rapporteerden de keurmeesters hun bevindingen aan het stadsbestuur, maar tot op heden kwam er geen enkele reactie, constateert een kwade adjunct-directeur Van Kippersluis. Hoogtepunt uit het culinaire gruwelkabinet bleken vorig jaar de hamburgers waarvan ondanks de lage temperaturen de helft niet meer voor consumptie geschikt was. Of de stalhouder die het draaien van zijn verse gehaktballen afwisselde met het plegen van een plas in de gracht.

De overige diensten reageren laconieker op de overlast. De politie in de hoofdstad heeft zich er al enige tijd bij neergelegd dat het handhaven van de regels die voor Koninginnedag zijn opgesteld onbegonnen werk is. Bij de brandweer is de extra inzet beperkt tot twee controleurs die toezien op de naleving van de uitgebreide verordening voor “het bakken op een markt”.

In de politiek begint echter een steeds grotere wrevel te ontstaan over het jaarlijks terugkerend monsterspektakel. “Het is een hoop gedoe en kost een hoop geld”, zegt PvdA-gemeentraadslid E. van der Laan. Een verbod, zoals de afschaffing van de kermis in de vorige eeuw, zit er volgens Van der Laan nog niet in. “Voorlopig kan je alleen nog voorkomen dat de massa collectief vergiftigd wordt of alle kinderen te pletter worden gelopen door ze op te sluiten in het Vondelpark”.