Voorlopig akkoord ambtenaren-CAO

DEN HAAG, 29 APRIL. Drie van de vier ambtenarenbonden hebben de afgelopen nacht na acht uur onderhandelen een voorlopig akkoord gesloten met minister Dales (binnenlandse zaken) over een éénjarige CAO.

Ambtenaren gaan er volgens deze afspraak dit jaar, met terugwerkende kracht tot 1 april, 3 procent in salaris op vooruit, ze krijgen in september een eenmalige uitkering van 6 procent van het maandsalaris en per 1 januari 1993 nog een verhoging van één procent. De vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel, CMHF, wijst het akkoord af.

De Vut-leeftijd is in dit centraal akkoord op 61 jaar gesteld. De Vut-uitkering gaat omlaag, van 80 naar 75 procent. De afspraak is dat de Vut, waarvan minister Dales eigenlijk afwil, in elk geval nog drie jaar blijft bestaan. Wel wordt het doorwerken na het 61ste jaar extra beloond. Een ambtenaar die tot zijn 65ste zijn baan houdt, bouwt op grond van de afspraken van de afgelopen nacht een pensioen op dat 6 procent hoger is dan wanneer hij op zijn 61ste in de Vut zou gaan.

De komende drie jaar is er nog geen sprake van een Vut-premie voor ambtenaren. Dales wilde daar wel naartoe, omdat de reserves van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds die voor de Vut-uitkeringen worden gebruikt, uitgeput raken. De minister bood in ruil voor de invoering van de Vut-premie een ruimere salarisverhoging; de bonden hebben dat afgewezen.

Of het voorlopige akkoord wordt omgezet in een nieuwe CAO is nog niet zeker. De FNV-centrale ACOP, de christelijke CCOOP en het Ambtenarencentrum zullen het resultaat aan de aangesloten bonden voorleggen, maar zijn niet enthousiast. Volgens de centrales is er met onderhandelen niet meer te bereiken en is het resultaat in elk geval beter dan de eerste voorstellen van Dales. Deze raadpleging van de achterban staat de komende weken op het programma.

Pag.3: Teleurstelling over beraad

Als drie van de vier ambtenarencentrales toestemming krijgen het onderhandelingsresultaat definitief te ondertekenen, is de nieuwe CAO in elk geval een feit. Ook de instemming van twee centrales kan in principe voldoende zijn, het oordeel daarover is aan de minister. Een CAO voor twee jaar, zoals Dales wenste, is door de bonden van de hand gewezen, omdat zij het salarisbod te mager vonden.

Op decentraal niveau (gemeenten, provincies, politie, onderwijs) kunnen afspraken worden gemaakt over negatieve prikkels om het ziekteverzuim terug te dringen. Zowel Dales als de ambtenaren hebben vastgesteld dat zoiets "maatwerk' vereist. Hetzelfde geldt voor de wachtgeldregelingen voor werkloze ambtenaren. De bonden zullen proberen de Vut-leeftijd alsnog naar 60 jaar te verlagen. Dat is voor gemeenteambtenaren in principe al afgesproken.

Onder de nieuwe CAO zal de handtekening van de CMHF ontbreken. Deze centrale had om een extra salarisverhoging gevraagd voor het middelbaar en hoger personeel, als compensatie voor overheidsmaatregelen als het schrappen van de inflatiecorrectie en de hogere ziektekostenpremies. De overige bonden noch minister Dales bleken voor zo'n denivelleringsoperatie te voelen. Ook voor het overige vindt de CMHF het onderhandelingsresultaat onvoldoende, al zal zij niet tot acties oproepen.