Van Veen zal Nederlandse KvK Zuid-Afrika leiden

DEN HAAG, 29 APRIL. De gangmakers achter de in oprichting zijnde "Nederlandse Kamer van Koophandel voor Zuid-Afrika' hebben eindelijk een bekende en respectabele Nederlander gevonden die zijn naam wil verbinden aan het initiatief. Chris van Veen, oud-minister, oud-werkgeversvoorzitter en commissaris bij een aantal bekende ondernemingen, wordt de voorlopige bestuursvoorzitter van de nieuwe Kamer die vanaf 1 juni kantoor houdt in het Holland Trade House aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag.

“Ik heb me altijd een vriend van Zuid-Afrika gevoeld”, vertelt Van Veen in zijn statige werkkamer aan het Haagse Lange Voorhout. Dat hij op het verzoek is ingegaan om voorzitter te worden, houdt mede verband met zijn functie bij Verolme-Trust, de stichting die de nalatenschap van de enkele jaren geleden overleden scheepsmagnaat beheert.

“Ik ben voorzitter van de Verolme-Trust. Verolme heeft altijd hele bijzondere banden met Zuid-Afrika gehad. Het bestuur van Verolme-Trust was dan ook zeer verheugd dat ik mijn visitekaartje van Verolme-Trust aan deze Kamer kan geven.” Verolme heeft lange tijd het bedrijf Capesteel in Kaapstad gehad.

De oprichting van de "Nederlandse Kamer van Koophandel voor Zuid-Afrika' heeft wat voeten in de aarde gehad. Het initiatief kwam van A.E. Nothnagel, de Zuidafrikaanse ambassadeur in Nederland. Deze riep een klein jaar geleden een twintigtal Nederlandse ondernemers bij zich (“vrienden van Zuid-Afrika waarvan de ambassadeur een grote lijst heeft”) en vroeg hun of het niet tijd werd voor een heuse Kamer.

Aanvankelijk werd gedacht aan een Comité van Aanbeveling, met topondernemers van klinkend reputatie als uithangbord, zodat aspirantleden vanzelf in grote getalen zouden binnenstromen. Maar de Nederlandse "toppers' reageerden schuchter. Zuid-Afrika bleek voor hen nog te heikel.

“Het is niet zo eenvoudig om een board bij elkaar te krijgen”, zo verzuchtte bankier H. Roskam (adviseur van Investec Bank Ltd), een van de gangmakers, begin januari. “We hebben topondernemers benaderd, voorzitters van de raden van bestuur van grote banken, van grote bedrijven, van Nederlandse ondernemingen die reeds in Zuid-Afrika zitten. Maar ze willen allemaal eerst de kat uit de boom kijken alvorens ze hun naam aan de Kamer verbinden.”

J.J. van Steenbergen, algemeen-directeur van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nederland en nauw betrokken bij het initiatief, vond de reserves bij de Nederlanders destijds wel te begrijpen. “We hebben vijftien à twintig jaar verslechterende relaties met Zuid-Afrika achter de rug. En nu ineens kan het allemaal weer. Ik kan me best voorstellen dat bedrijven nog niet voorop willen lopen in de risico's. Er wordt in Nederland nog steeds tegen Zuid-Afrika gedemonstreerd.”

De heren willen er nu liever niet aan worden herinnerd. “Het is een gepasseerd station”, constateert Van Steenbergen. “Belangrijker is dat wij de roep vanuit Zuid-Afrika om ons hier te organiseren om een goede ondersteuning te geven voor het kantoor in Zuid-Afrika, hebben gehoord en gehonoreerd.”

De roep kwam van de "Zuidafrikaanse Kamer van Koophandel voor Nederland' die begin maart, in plechtige aanwezigheid van bezoekend staatssecretaris Van Rooy (economische zaken), in Johannesburg van start ging. Een Kamer overigens die wèl namen van bekende Nederlandse ondernemingen (Shell, Philips, Internatio Müller, Van Leer en Nedlloyd) aan zich wist te binden.

Omdat het hier in Nederland met het Comité van Aanbeveling niet wilde vlotten, besloten de gangmakers vorige maand voor een andere opzet om toch een counterpart voor de Kamer in Johannesburg van de grond te krijgen. Ze benoemden zichzelf tot bestuursleden, vonden in Van Veen hun voorzitter, en gingen vervolgens op zoek naar zogenoemde founding members, grote bedrijven die “geïnteresseerd zijn in goede contacten met Zuid-Afrika” en die voldoende geld kunnen fourneren om het bureau van de Kamer van Koophandel de eerst komende drie jaar te kunnen laten draaien. Ze hebben inmiddels vier ondernemingen bereid gevonden - namen wil Van Veen niet noemen. Ze zoeken er nog vijf à tien.

Van Veen staat zijn functie graag af aan een jongere generatie, indien deze zich aandient. “Het bestuur moet vooral gaan bestaan uit jonge ondernemers die op Zuid-Afrika actief zijn”. De Kamer mikt op een ledental van ten minste honderd bedrijven.

W.O. Russel, advocaat en een van de vier voorlopige bestuursleden, constateert dat laatstelijk op het politieke vlak veel ten goede is gekeerd: Zo zijn er inmiddels twee handelsmissies naar Zuid-Afrika geweest, zijn de sancties tegen Zuid-Afrika verder opgeheven, is het bezoek van Lubbers, Kok en Van den Broek gepland, heeft ook Prins Bernhard plannen voor een bezoek en is in Amerika een discussie op gang gekomen om de relaties te normaliseren “wat een hele belangrijke rol speelt voor een aantal Nederlandse multinationals.”

Het bestuur van de Kamer verwacht dat mede gezien deze ontwikkelingen het Nederlandse bedrijfsleven zijn schuchterheid ten aanzien van Zuid-Afrika snel zal overwinnen. “De Kamer is niet politiek”, concludeert Van Steenbergen. “Het gaat uitsluitend om actieve handelsbevordering.”