Scherpe olympische selectie kenmerkend voor nieuw zeilbeleid

ROTTERDAM, 29 APRIL. Bijna anoniem varen de broers Benny en Jan Kouwenhoven deze week in het Spaanse Cadiz mee in de strijd om het wereldkampioenschap in de 470-klasse. Ver in de achterhoede spelen zij geen enkele rol van betekenis. Toch zal de 26-jarige tweeling uit Sneek morgen aan het eind van het WK zeker worden van hun Olympisch startbewijs en eind juli in Barcelona aantreden voor de strijd om het Olympisch eremetaal.

De Kouwenhovens hebben in de selectiestrijd waarvan het WK een onderdeel is al een zo grote voorsprong opgebouwd dat de duo's Arend van Bergeyk/Jos Bos en Willem en Daan Schutte alleen nog door een plaats bij de eerste zes in het eindklassement van Cadiz een streep door de rekening kunnen halen. En dat is niet waarschijnlijk. Bij de vrouwen in de 470, die eveneens in Cadiz varen, weten Wilma Kramer en Henneke Stavenuiter zich feitelijk al verzekerd van Barcelona. Zij zijn in Nederland zonder echte concurrentie.

De twee 470-teams en Europe-zeilster Martine van Leeuwen die zich twee weken geleden al voor de Spelen plaatste, zijn drie onderdelen van de Nederlandse Olympische zeilploeg waarvan nu al vast staat dat die in Barcelona een record-omvang zal krijgen. Op basis van prestaties in de afgelopen periode heeft het NOC voor negen van de tien klassen het groene licht gegeven. Het invullen van de namen is aan het watersportverbond overgelaten. Eind mei, wanneer op het IJsselmeer bij Medemblik de Spa Regatta is afgewerkt, zullen die namen bekend zijn.

Wie vier jaar geleden na de Olympische zeilwedstrijden in Pusan zou hebben gezegd dat Nederland in 1992 tijdens de Spelen van Barcelona de kans had met een recordploeg op het water te verschijnen, zou meewarig zijn aangekeken. Het was eigenlijk treurnis alom. Van de hooggespannen verwachtingen was niets over. Uit het Koreaanse water was geen enkel eremetaal gevist. Bondscoach Henri van der Aat stapte teleurgesteld op en een deel van de zeilers zette een streep onder het tijd- en geldrovende zeilen op internationaal topniveau. Terwijl sponsor Spa al lang daarvoor had aangekondigd dat het de geldkraan contractueel na de Spelen zou dichtdraaien.

“Het was in ieder geval een zeer overzichtelijke situatie”, zegt Nick de Jong terugkijkend op zijn start als voorzitter van de Olympische Voorbereidings Commissie van het Watersportverbond. “Het was ook wel gemakkelijk dat er geen zeilers en geen coach meer waren en niet alleen een gebrek aan geld”, relativeert hij. “Maar het was in die na-Olympische periode allemaal anders. De zorgzame begeleleiding van Henri van der Aat was weggevallen waardoor het gat ineens zo diep leek. Henri heeft de gave mensen aan zich te binden en dat was ook gebeurd. Hij heeft zonder meer in die jaren als bondscoach verschrikkelijk veel voor het Nederlandse zeilen betekend.” Ook een nieuwe sponsor liet op zich wachten, al was het uiteindelijk Nick de Jong zelf die de aanzet gaf voor de oplossing van het geldprobleem door drie produktgroepen van Akzo als nieuwe sponsors voor te dragen.

De Jong, oud FD-, Star- en Soling-zeiler die zelf in '64 en '68 in de FD op de Spelen uitkwam en in '72 op een haar na in de Soling de Spelen miste, zette al snel na zijn aantreden op een rij wat er in de afgelopen jaren goed en minder goed was gegaan. De objectiviteit en duidelijkheid voor de zeilers heeft van begin af aan in alle zaken centraal gestaan en is er ook voor de komende tijd tot aan de Spelen van Barcelona. Er is een in de geschiedenis van het Watersportverbond unieke selectieprocedure ontworpen waarover geen enkel misverstand kan ontstaan. Voor alle klassen zijn drie selectiewedstrijden aangewezen. Al gelang naar de zwaarte van het evenement zijn daar punten te verdienen. Voor een WK meer dan voor een EK, terwijl een internationale serie het laagst scoort. Wie de meeste punten vergaart gaat naar de Spelen.

De enige "mits' in dit geheel is de voorwaarde dat die zeiler of dat team dan ook wel een keer aan de eis die het Nederlands Olympisch Comité aan deelnemers stelt heeft voldaan. Die eis is tijdens een daarvoor aangewezen wedstrijd een plaats bij de eerste acht landen. Het objectieve en duidelijke selectiesysteem dat in samenspraak met de bondscoaches Jeroen Pels en Rigo de Nijs met instemming van de zeilers is ontwikkeld komt heel dicht in de buurt van het als rigide bekend staande Amerikaanse systeem. Daar is soms al jaren tevoren bekend wanneer en waar wordt geselecteerd. De winnaar is daar Olympisch deelnemer.

De kernploegzeilers zijn in de periode na Pusan direct geconfronteerd met de lijn die inmiddels "standaard' is geworden voor de nationale top. “Een prestatiegerichte aanpak”, noemt Nick de Jong de gang van zaken. De zeilers kregen daarbij te horen naar die en die wedstrijd te kunnen en afhankelijk van het behaalde resultaat werd subsidiegeld uitgekeerd. Van begin af aan heeft de OVC ook gesteld dat er een duidelijk open kernploeg zou zijn, tot aan de Spelen van Barcelona toe. Dat betekent volgens De Jong dat steeds zeilers zich in de ploeg kunnen varen.