Prins Bernhard opent nieuw Rien Poortvliet Museum in Middelharnis; Hoe een haasje over de sloot springt

MIDDELHARNIS, 29 APRIL. “Dat is natuurlijk linke soep, als er te veel publiek komt. Dat ze met die ongewassen koppen tegen m'n schilderijen aan gaan staan,” filosofeerde tekenaar / schilder Rien Poortvliet gisteren bij de opening van het Rien Poortvliet Museum in het Zeeuwse stadje Middelharnis.

Rien Poortvliet Museum, Raadhuisstraat 1, Middelharnis. Di t/m za 10-17u, juli en aug. ook ma. open. Inl. 01870-86725.

Prins Bernhard, zelf amateurschilder en leerling van Poortvliet, opende gisteren het nieuwe museum dat gevestigd is in het voor een miljoen gulden gerestaureerde oude raadhuis van Middelharnis, dat dateert uit 1639.

De gemeente Middelharnis, die een derde van de restauratie betaalde - de rest komt van sponsors en omliggende gemeenten - heeft zelf het initiatief genomen tot oprichting van het museum, aldus de opgetogen burgemeester, mevrouw J.G. Sleurink-Rabbinge (“Het is vandaag een dag met een sterretje”). Dat gebeurde drie jaar geleden, nadat duidelijk werd dat talloze plaatsen in Nederland Poortvliet hadden aangeboden een museum binnen hun grenzen openen. Veenendaal, Epe, Hellendoorn, Baarn, Orvelte en andere plaatsen werden het allemaal niet, want zij lagen niet zoals Middelharnis op Goeree-Overflakkee, waar de familie Poortvliet oorspronkelijk vandaan komt.

Poortvliet, begonnen als reclametekenaar, daarna kinderboekenillustrator en sinds de jaren zeventig tekenaar van immens populaire boeken met impressies van het jagersleven en wild, paarden en honden, heeft nooit werk verkocht. In de kluis van zijn uitgever, Kok in Kampen, lagen inmiddels 1600 werken opgeslagen (“Ja, ik heb flink doorgeverfd”). Exposeren deed hij ook niet (“Dat is zo'n gedoe, ik werk liever gewoon door”), hoewel in sommige (kinder)ziekenhuizen werken van hem hangen.

In Middelharnis hangen nu 207 schilderijen en aquarellen van Poortvliet, een selectie uit alle boeken die hij maakte. Hondeportretten, tekeningen uit zijn ook in het buitenland populaire kabouterboeken, aquarellen uit zijn laatste boek over zijn voorvaderen in Zeeland. En natuurlijk de olieverven van bosgezichten, waarin everzwijnen scharrelen, vossen haasjes bespieden en reeën over slootjes springen. “Met het klimmen der jaren heb ik steeds minder de behoefte om te laten zien hoe handig ik wel verven kan,” zegt Poortvliet, staande voor zijn werken. “Vroeger stopte ik er vuurwerk en afbluffers in. Tegenwoordig wil ik alleen nog maar laten zien hoe de lieve God alles gemaakt heeft. Hoe het haasje over een slootje springt.”

Hij heeft mede voor Middelharnis gekozen omdat de mentaliteit van de Zeeuwen hem aanstaat: “Geen flauwekul, aan het werk.” Dat is een goede plaats voor zijn "eerlijk werk' vindt hij. Voor herkenbare schilderkunst is nauwelijks waardering in het moderne kunstcircuit, aldus Poortvliet. “Ze zien liever een abstract ding waarachter ze de dimensie van de dimensie van de dimensie ontdekken. Ik heb vaak het gevoel dat je bedonderd wordt met de moderne kunst. Als ik dan Who's Afraid of Red Yellow and Blue zie, dan denk ik: dat zijn toch de nieuwe kleren van de keizer.”

Directrice E. Kranendonk van het Rien Poortvliet Museum verwacht jaarlijks zo'n 45.000 bezoekers (gebaseerd op de cijfers van onder andere het Jopie Huisman museum in Workum en het Anton Pieck Museum in Hattem). Maar de aanvragen van talloze geïnteresseerde touringcarbedrijven doen haar vermoeden dat die schatting wel eens te laag kan zijn. De Stichting Rien Poortvliet Museum mag 25 jaar over de olieverfschilderijen en 50 jaar over de aquarellen beschikken, en is van plan wisselende exposities te organiseren.