Oude shtetl Delatyn is een gewoon dorp geworden

Terug naar mijn shtetl Delatyn, Ned. 2, 22.35-23.35u.

Er staat, in de eerste beelden van de documentaire Terug naar mijn shtetl Delatyn, een oude man bij de resten van wat eens een joodse begraafplaats was - schots en scheve grafstenen, verweerd en soms nog maar nauwelijks leesbaar, overwoekerd door gras en varens. Hier ergens moet, begrijpen we later, zijn vader liggen. Hij bidt het gebed voor de doden. Zijn moeder is waarschijnlijk beland in het gat in het bos, dat de joden van Delatyn in 1941 als hun eigen graf hebben moeten graven. Nu groeit er gras en struikgewas, niemand heeft de moeite genomen er een monument neer te zetten.

De oude man is Berl Lindwer. In 1930 trok hij weg uit Delatyn en kwam terecht in Amsterdam, waar hij de oorlog overleefde door onder te duiken. Ruim zestig jaar later, in de zomer van 1991, reisde hij voor het eerst terug naar zijn geboortestreek - nu de grensstreek van zuid-oost-Polen en de Oekraïne. Hij maakte de reis in het gezelschap van zijn zoon Willy, die al eerder voor de TROS een paar bijzondere oorlogsdocumentaires maakte, en diens dochter Michal. Aan haar, het jonge meisje in haar Misérables-t-shirt, zal hij voor de camera van Willy het verhaal van zijn leven en zijn volk vertellen.

Ze lopen rond door plaatsen als Krakau en Przemysl, Lvov en Stryj, waar vroeger het joodse leven bloeide. Er is weinig van over; hier nog een achtergebleven joodse slager, daar nog een kleine joodse gemeente waarvan het jongste lid al 65 is, een sjoel die op instorten staat of als broodbakkerij in gebruik is genomen, een leeg plein waar vroeger huizen stonden, een spijkergat in een deurpost waar voorheen een Tora-tekst in een kokertje hing. “Ik ben wel nieuwsgierig om alles te zien,” zegt de oude heer Lindwer tegen zijn kleindochter, “maar mijn hart is heel erg verbitterd.” En als ze tenslotte arriveren in zijn eigen oude shtetl, vat hij zijn ontnuchtering samen in één kort zinnetje: “Dit is een heel ander Delatyn, 't is gewoon een dorp geworden.”

Intussen vult Willy Lindwer de reisimpressies aan met archiefbeelden van de vooroorlogse joodse samenleving, met feiten en met interviews. Daardoor verliest hij zijn vader en zijn dochter, de hoofdrolspelers, soms minutenlang uit het oog. Hij blijft te bedeesd en te omzichtig op afstand, alsof hij niet goed durfde hen op de huid te blijven zitten. Van de vader horen we steeds minder - en de dochter, naar wier reactie op deze reis naar de wortels van haar voorgeslacht ik steeds nieuwsgieriger werd, zegt helemáál geen woord. Jammer is dat: de uitleg en de documentatie verdringen gaandeweg het persoonlijke verhaal, dat zijn kracht ontleende aan de simpele registratie. Wat zo veelbelovend begon, komt uiteindelijk niet uit boven de ordentelijke documentaire middelmaat.