Onherstelbaar verbeterd

Van de Zee

Aan Frederik van Eeden

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,

De Zee, waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet;

De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,

Zij is een levend Schoon en kent zichzelve niet.

Zij wist zichzelven af in eeuwige verreining,

En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij vliedt,

Zij drukt zichzelven uit in duizenderlei lijning,

En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,

Dán zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;

Dán had ik eerst geen lust naar menslijke belustheid

Op menselijke vreugd en menselijke pijn;

Dan wás mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid

Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nòg groter zijn.

WILLEM KLOOS

Van de Plee

Aan Willem Kloos

De Plee, de Plee klotst voort in eindeloze deining,

De Plee, waarin mijn Drol zichzelf geslingerd ziet;

De Drol is als mijn Ziel in wezen en verschijning,

Zij zweeft en is Onschoon en kent zichzelve niet.

Zij gist en zij gaat af in eeuwige verdwijning,

Urgenter dan een bóm, nooit kerend waar zij vliedt,

Zij drukt zichzelven uit in duizenderlei lijning,

En stinkt naar eeuwig ei en eeuwig maag-sulfiet.

O, Drol was Ik als Gij in ál uw ongekustheid,

Dán zou ik eerst gehéél dóód-ongelukkig zijn;

Dán had ik eerst geen lust, door menslijke uitgeblustheid,

Naar menselijke kus en menslijk samenzijn;

Dan wás mijn Ziel een Drol, en hare félbelustheid

Zou, wijl slechts boter-schijterij, géén boter zijn.