In "allochtonenwijk' herkent niet iedereen Beatrix

ROTTERDAM, 29 APRIL. Ja, inmiddels weten de meesten wel wie Beatrix is. Waarom vraagt iedereen dat toch steeds? Nee, herkennen is iets anders. Maar ze zal donderdag wel in een mooie auto rijden. Dat maakt het gemakkelijk.

Het bezoek van koningin Beatrix aan het Rotterdamse Afrikaanderplein zal voor het merendeel van de bewoners in de wijk niet de grote kennismaking met het Huis van Oranje worden. “Ik weet niet of ik wel ga kijken”, zegt een jonge Marokkaan. “Ik heb nog wat schilderwerk liggen.”

De Afrikaanderwijk is geen Culemborg, Buren of Loppersum. In de oude stadswijk op Zuid, die bijna tienduizend inwoners telt, zijn de minderheden in de meerderheid: een kwart van de bewoners (2303) komt oorspronkelijk uit Turkije, bijna elfhonderd uit Suriname en negenhonderd uit Marokko. Ook de Antillianen, Joegoslaven en Kaapverdianen zijn goed vertegenwoordigd in de wijk. “Koningsdag is een echt feest voor de Nederlanders, toch?”, zegt een Turkse vrouw in de Krugerstraat. De naam Beatrix is nieuw voor haar. Dat ze op bezoek komt ook.

Rotterdam heeft een risico genomen toen het de keuze liet vallen op de Afrikaanderwijk, zegt T. Janse, organisator van het kinderfeest "Oranjepret' waarvan de koninklijke familie getuige zal zijn. “Hier wonen natuurlijk veel mensen die niet weten wie de koningin is. Ik weet niet of de bewoners straks enthousiast langs de straat zullen staan. In elk geval gaan we geen kunstgrepen toepassen, zoals mensen met een vlaggetje laten zwaaien.”

Janse zal de koningin morgen op het eerste deel van de tocht over het Afrikaanderplein begeleiden. In 45 minuten moet zo'n driehonderd meter worden afgelegd. Omwille van de overzichtelijkheid zullen op het plein louter kinderen worden toegelaten: zij vermaken de koninklijke stoet met binnen- en buitenlandse spelletjes, zang, dans en handenarbeid.

Ook over de opkomst van de kinderen heeft de organisatie zich zorgen gemaakt, zegt Janse. In de wijk wonen ongeveer 1.500 kinderen, voor het merendeel van buitenlandse komaf. Omdat de vier basisscholen in de Afrikaanderwijk in de afgelopen twee weken wegens vakantie gesloten waren, bleek het niet eenvoudig de kinderen op te sporen. “Met affiches en in advertenties in huis-aan-huis-bladen hebben we de kinderen opgeroepen naar het feest te komen”, zegt Janse. “Of dat succes heeft gehad moet nog blijken.”

Ondanks alle risico's die het bezoek met zich meebrengt is Janse verheugd over de keuze die koningin en gemeente hebben gemaakt. “De koningin weet heel goed welke wijk ze straks gaat bezoeken.” Terwijl de gebouwen langs de Coolsingel en het Weena in een oranje jas worden gestoken, gaat het leven van alledag in de straten rondom het Afrikaanderplein gewoon door. Vandaag werd langs het grasveld dat de koninklijke familie zal betreden nog de wekelijkse markt gehouden. Vanavond wordt het plein afgesloten, zegt de agent. “Dan kunnen we de rommel opruimen en de graffiti laten verwijderen.”

Volgens Laats, die vroeger in de wijk woonde maar wegens de voortschrijdende verpaupering naar Hoogvliet vluchtte, neemt de organisatie geen overdreven maatregelen om de buurt mooier aan het Nederlandse volk voor te schotelen dan zij is. “Hier en daar krijgen wat dingen een verfje. Onze wijkjunks mogen lekker op hun bankje blijven zitten.”

Dat Rotterdam, na de mislukking van het 650-jarig jubileum, een groot risico neemt door uitgerekend het Afrikaanderplein aan te wijzen als ontmoetingsplaats tussen koninklijke familie en bevolking, is volgens J.W. Stoppelenburg, chef van het kabinet van de burgemeester, niet waar. “De Afrikaanderwijk heeft in het verleden bewezen een Koninginnedag goed aan te kunnen”, zegt hij. “Het buurt- en speeltuinwerk is er zeer actief. Bovendien moest een geschikte lokatie in Rotterdam-Zuid worden gevonden, omdat het gezelschap in Noord Overschie al aandoet. Het Afrikaanderplein is groot en ligt niet ver van het centrum. Dit is een feest dat mede wordt georganiseerd door tientallen vrijwilligers in de wijken zelf. Op 30 april komen mensen toch al de straat op om feest te vieren.”

Het gevoel dat de stad zich na het omstreden jubileumfeest moet revancheren, leeft niet op het stadhuis, zegt Stoppelenburg. Organisator Janse heeft er wel iets van teruggezien: “Als we nu met een probleem bij de gemeente kwamen, werd dat meestal heel snel opgelost.”