Hoogmoed van Duitse FDP komt voor de val

BONN, 29 APRIL. In de roes van een spectaculair verkiezingsresultaat, niet minder dan elf procent, dwong de liberale FDP van Hans-Dietrich Genscher begin vorig jaar kanselier Helmut Kohl een knaap van een concessie af. Kohl moest ermee akkoord gaan dat voor vier jaar een “vaste” portefeuilleverdeling voor de regeringsperiode tot 1994 zou gelden. Dat uitgangspunt stond eigenlijk op gespannen voet met de zogenoemde Richtlinienkompetenz van de kanselier, die nu immers niet meer zelf de laatste beslissing over de samenstelling van zijn kabinet, of over tussentijdse vervangingen, kon nemen.

Het verkiezingssucces van de FDP had de partij, die in de Bondsrepubliek vaak heeft moeten worstelen om boven de kiesdrempel van vijf procent te blijven, echter voor het eerst groter gemaakt dan de CSU, wat zowel de afhankelijkheid van Kohl als de traditionele anti-FDP-sentimenten van de CSU had vergroot. Met het vice-kanselierschap en vijf zware ministersportefeuilles kwam de FDP vorig voorjaar uit de formatie van het vierde kabinet Kohl-Genscher.

De FDP leek sterker dan zij was. Niet alleen was haar score van elf procent in hoge mate te danken aan één man, namelijk Hans-Dietrich Genscher, maar bovendien was er "achter' de populairste FDP'er allang een verbitterd gevecht aan de gang.

Zo mocht partijvoorzitter Lambsdorff, ooit zelf als minister van economische zaken afgetreden wegens de zogenoemde Spendenaffaire (fiscale malversaties van politieke partijen met giften uit het bedrijfsleven), in december als televisiekijker vernemen, dat Jürgen Möllemann vond dat hij de leiding van de FDP maar zo snel mogelijk uit handen moest geven. Möllemann, voorjaar 1991 "bevorderd' van minister van onderwijs tot minister van economische zaken, wist ook een opvolger voor Lambsdorff: Möllemann.

Met zijn schot voor de boeg van Lambsdorff, die even later moest beloven in 1993 te zullen vertrekken, dwong Möllemann een onophoudelijk nerveuze discussie in de FDP-top af.

Voor Kohls was dat in zoverre ook heel lastig, dat drie leden van zijn ministersploeg tot de geregelde deelnemers behoorden, die via interviews en druk op hun onderscheiden regionale aanhang steeds voor onrust zorgden. Want met Möllemann had ook Irmgard Schwaetzer, nu gesneefd als aspirant-minister van buitenlandse zaken en dus weer "gewoon' minister van volkshuisvesting, haar zinnen op het partijvoorzitterschap gezet. Dat betekende ook dat die onrust steeds tot de emotionele boedel bleef behoren van de grootste partijafdeling, die in Noordrijn-Westfalen, waaruit Möllemann en Schwaetzer beiden afkomstig zijn.

In Zuid-Duitsland, waar de FDP traditioneel minder sterk is, was in de persoon van het nieuwbakken lid Klaus Kinkel een nieuwe krachtfiguur opgestaan. En zo ontstond er als het ware vanzelf buiten Noordrijn-Westfalen een sterke lobby ten gunste van de minister van justitie.

Wat Genscher, een kei toch in het taxeren van politieke verhoudingen, zich kennelijk niet heeft gerealiseerd, is dat hij zelf als een soort kamerscherm in zijn partij heeft gefungeerd. Nu hij zo plotseling opzij stapt, zijn in één klap zijn department, zijn partij, een aantal ministers, Kohls coalitie en het aanzien van "de politiek' (verder) beschadigd. Kohl had er een kleine anderhalf jaar geleden al voor gewaarschuwd dat het zelfbewuste gedrag van de FDP nog wel eens als een boemerang zou kunnen gaan werken.