Had architect Cuypers ooit kunnen bevroeden dat ...

Had architect Cuypers ooit kunnen bevroeden dat onder zijn bogen in het souterrain van het Rijksmuseum nog eens een boterham met pindakaas zou worden gesmeerd? Toen de bouwmeester zijn tekeningen voor 's lands grootste museum maakte, had hij weinig oog voor aparte ruimten voor het personeel.

Er moest zoveel mogelijk plaats voor kunst zijn; de personeelsleden dienden hun pakketjes boterhammen maar buiten de museummuren te nuttigen. Een kantine was uit den boze. Die werd pas ver na de oorlog in een donkere opslagruimte ingericht. Eind vorige eeuw waren er natuurlijk veel minder medewerkers dan tegenwoordig. De bewaking, die tegenwoordig niet meer is weg te denken uit de musea, bestond in die dagen uit een ploegje papieren nachtwakers. Tegenwoordig kent elke zaal dubbele bezetting van suppoosten die dagelijks alle tijd krijgen het tentoongestelde tot in detail te aanschouwen. Kunstkijken maakt dorstig en hongerig, weet de kantinebeheerder inmiddels. De 175 zaalwachten kloppen na elk uur dienst bij hem aan voor een kop thee of koffie en nuttigen tussen twaalf en twee broodjes, ballen gehakt en soep. Het aanbod van het zelf beheerde mini-restaurant is eenvoudig. Het broodje kaas (1,15 gulden) ontbreekt derhalve niet, al wordt het hier als luxe goed beschouwd. Voor hun lunch zetten restauratoren, conservatoren, suppoosten en directie zich aan moderne tafels die in de sober en strak ingerichte kantine sterk contrasteren met het architectonische geweld. Maar nu het eerste lentelicht door de spaarzame ramen naar binnen valt en de ruimte omtovert in een hedendaags clair-obscur, ontvluchten velen de museumspelonken om in de aangrenzende tuinen op een bankje hun broodjes op te eten. Want zo had Cuypers het toch oorspronkelijk bedoeld?