Gegoochel in Bonn

SINDS DE VAL van de Berlijnse Muur onderschat niemand meer Helmut Kohl. De man die zo vaak de hoon van de gepubliceerde opinie moest oogsten, maar zelf altijd een voortreffelijk instinct voor de daarachter liggende publieke opinie hield, handelde in die laatste weken van 1989 op zijn eigen politieke kompas en koerste praktisch foutloos naar de Duitse vereniging toe.

Het is met deze wetenschap voor ogen enigszins riskant om Helmut Kohl nu te onderschatten. Maar toch is er in Bonn iets mis met de politieke regie. Er woedt een staking onder het (semi-)overheidspersoneel met een sociale lading die uniek is in het zo door stabiliteit verwende naoorlogse Duitsland. Het Internationaal Monetair Fonds maande afgelopen weekeinde Duitsland om zijn overheidsfinanciën op orde te brengen. En het aftreden van minister Genscher leidt op het ogenblik tot een kettingreactie van politieke spanningen in het Duitse kabinet. Is het stilzwijgen van Kohl slechts beproefde taktiek of verliest hij de greep op de teugels?

De financiële en politiek-psychologische prijs van de Duitse vereniging is aanzienlijk groter dan drie jaar geleden berekend en nu de economische groei het laat afweten, moet er pijn worden verdeeld. Helmut Kohl had zelf voor de laatste verkiezingen beloofd dat de vereniging de Westduitse burgers niets zou kosten, maar hij is inmiddels door de werkelijkheid achterhaald. Kohl zelf is echter maar moeilijk in staat om als leider naar voren te treden en zulke offers te vragen.

Wat zich nu afspeelt in Duitsland is een groot doorschuif-carrousel bij de bekostiging van de Duitse eenheid: de federale overheid maakt schulden, de Bundesbank probeert aflossing ervan door middel van inflatie te beteugelen en maakt het geld duur en de vakbonden proberen de hogere lasten weer af te wentelen op hun werkgevers, de overheid incluis, die vervolgens de Bundesbank weer tegenkomt en de hoge rente. Een collectieve neiging naar verantwoordelijk gedrag ontbreekt schromelijk.

Temidden van de sociaal-economische onzekerheid valt de huidige kabinetscrisis. Chaotische taferelen en frequent getelefoneer tussen FDP-fractieleden en hun thuisfront leidden gistermiddag tot de verrassende benoeming van de degelijke Klaus Kinkel tot minister van buitenlandse zaken. Intussen zag de Beierse CSU haar kans schoon zich eindelijk weer eens effectief van Helmut Kohl te onderscheiden. In alle openheid eiste CSU-voorman en minister van financiën Theo Waigel het vice-kanselierschap op en vroeg voorts om een grootscheepse verfrissing van het ministersteam. Een deel van het CSU-gemanoeuvreer is ritueel, een ander deel is zagen aan de poten van de bondskanselier.

DE POLITIEKE gebeurtenissen in Duitsland hebben een uitstraling die verder reikt dan de grenzen van dat land. Een verzwakte positie van de bondskanselier heeft ernstige gevolgen voor de Europese integratie. Helmut Kohl zal toch al alle zeilen moeten bijzetten om het verdrag van Maastricht in een kritischer geworden eigen land geratificeerd te krijgen. Het politieke gegoochel in Bonn is tegen deze achtergrond derhalve niet slechts amusant en het is in elk geval niet vrijblijvend.